Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Wat zijn de gevolgen van het coronavirus voor de inkoop?

Het is inmiddels duidelijk dat de coronacrisis in ieder geval leidt tot een recessie en misschien zelfs tot een diepe economische depressie. Naast de gevolgen daarvan, hebben inkopers ook te maken met de praktische gevolgen van de pandemie. Wat kunnen ze nog doen om de schade te beperken en wat is het beeld voor de lange termijn?

Om te beginnen met het economische beeld: de inkoopmanagersindexen (PMI’s) voor de Europese Unie, belangrijke graadmeters voor economische activiteit, kenden eind maart de grootste daling ooit. Alle belangrijke PMI’s kwamen onder de 50 uit, wat krimp betekent. De PMI voor dienstverlening daalde van 52,6 naar 28,4, het laagste niveau in 22 jaar. Die voor productie was met 39,5 in ruim tien jaar niet zo laag geweest. “De economische activiteit in de Eurozone is ingestort in maart op een manier die de daling ten tijde van de wereldwijde credietcrisis overtreft. De PMI van maart wijst op krimp van het bruto binnenlandsproduct (GDP) van 2 procent per kwartaal”, stelde Chris Williamson, hoofdeconoom bij IHS Markit. Het vertrouwen van inkoopmanagers in de economie is dus in korte tijd sterk teruggelopen.

Leveringsproblemen
Daarnaast hebben inkopers te maken met vooral problemen in de toeleveringsketens. Zo moeten ze volgens het internationale adviesbureau Gartner voortdurend rekening houden met leveringstekorten van materialen of eindproducten die uit een getroffen gebied komen. In het begin van de crisis was dit China, nu zijn dit meer de Europese landen en de Verenigde Staten. Ook een aandachtspunt is de afgenomen beschikbaarheid van medewerkers door ziekte en quarantaine- of lockdownmaatregelen. Verder is transport lastiger geworden. Daardoor kunnen vertragingen of andere verstoringen optreden in de aanlevering van goederen. Hierbij komen ook nog de beperkende maatregelen van landen naar voren. “Nu de epidemie in maart een officiële pandemie is geworden, zien we een enorme piek van leveringsproblemen in landen over de hele wereld, doordat regeringen en bedrijven beperkende maatregelen nemen, zoals reisverboden, grenscontroles en sluitingen”, stelt risicomanagementbedrijf Riskmethods.

Gartner raadt voldoende transparantie in alle onderdelen van de toeleveringsketen aan. Verder is het volgens Gartner belangrijk dat zoveel mogelijk voorraad toegankelijk is en zich buiten de crisisgebieden en getroffen logistieke knooppunten bevindt. Op de wat langere termijn moeten vraag en aanbod in evenwicht komen en moeten bedrijven buffervoorraad opbouwen.

Volgens Casme, een wereldwijd lidmaatschapsnetwerk voor bedrijfsaankopen, doen inkopers er goed aan om leveranciers waarvan bekend is dat ze zich in risicovolle regio’s bevinden, in kaart te brengen en te identificeren. Daarnaast is het belangrijk dat ze inzicht krijgen in de producten waarvan de aanlevering vertraagd kan raken en daarbij een planning maken voor worst-case-scenario’s. Verder raadt Casme inkoopafdelingen aan om versneld naar alternatieve leveranciers te zoeken. Graham Crawshaw, global services director bij Casme, benadrukt dat het belangrijk is om de communicatielijnen met leveranciers open te houden. Daardoor blijft inkoop op de hoogte van ontwikkelingen en uitdagingen waarmee leveranciers te maken krijgen.

Het Britse online vakmagazine Supply Management adviseert inkopers om voorraadniveaus te bekijken, goed met leveranciers te communiceren en prijsstructuren te herzien. Voor de situatie na de pandemie moeten ze inzicht krijgen in de locatierisico’s in hun ketens.

Volgens Simon Underwood van het Britse accountantskantoor Menzies doen bedrijven er goed aan te letten op ‘financiële rode vlaggen’ bij leveranciers. Het gaat dan bijvoorbeeld om moeilijkheden bij het tijdig betalen van crediteuren of werknemers en plotselinge veranderingen in de onderlinge communicatie.

Vier aandachtspunten
Nevi is met vier punten gekomen waar inkopers in de huidige coronacrisis in ieder geval op moeten letten. Ten eerste is het belangrijk dat ze de inventaris controleren. Hierbij hoort het herzien van voorraadbeleid en -niveaus. Ze moeten leveranciers vragen om hetzelfde te doen. Het is daarbij noodzakelijk dat inkoop goed communiceert en samenwerkt met iedere leverancier in de toeleveringsketen en de relatie goed houdt. Verder doet inkoop er goed aan om kritisch te beoordelen of een leverancier wel kan blijven aanleveren, zelfs als die vindt dat het kan. Ook moet inkopers goed naar de prijsstructuren en marktpositie kijken en op basis daarvan zorgen dat hun bedrijf vooraan in de rij staat als de levering weer start. Ten derde is een goed herstelplan nodig om voorraadtekorten of leveringsproblemen op te kunnen vangen. Tot slot is het volgens Nevi verstandig dat inkopers zich goed instellen op de situatie na de pandemie. Het is daarbij raadzaam dat ze voortaan een clustering van teveel leveranciers in één regio voorkomen.

Overmacht
Overmacht is een belangrijk financieel en juridisch onderwerp in de huidige crisis. Uit onderzoek van Riskmethods blijkt dat het aantal bedrijven dat zich beroept op ‘force majeure’ (overmacht) met 44 procent is gestegen. Bij overmacht gaat het om een clausule in een contract, die aangeeft dat de betreffende partij (of partijen) een contractuele verplichting niet kan naleven door krachten die buiten de eigen controle liggen. Het betreft dan bijvoorbeeld een oorlog, natuurramp of epidemie.

Volgens Wouter Dijkhuizen van DPA Peoplegroup Inkoop Professionals kunnen leveranciers zeker niet altijd een beroep doen op overmacht door uitbraak van het coronavirus. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als het om een product gaat dat de leverancier ook bij een andere leverancier in Europa of elders op de wereld kan inkopen of laten produceren. Over het algemeen zijn de extra kosten dan voor rekening van de leverancier. Daarnaast geldt overmacht niet als de leverancier na de uitbraak van het coronavirus in China of een ander land een verplichting op zich genomen heeft tot levering. De problemen waren dan min of meer voorspelbaar. Te derde is er geen sprake van overmacht als de leverancier een levergarantie heeft gegeven.

Deglobalisering
Voor de langere termijn doen bedrijven en inkoopafdelingen er goed aan om kritisch te kijken naar hun toeleveringsketen. De uitbraak van het coronavirus in China zorgde er namelijk binnen een paar weken voor dat complete toeleveringsketens verstoord raakten. Daarbij blijkt het tijdens deze crisis voor bedrijven uitermate lastig om de problemen in hun toeleveringsketens op te lossen. Ze kunnen moeilijk achterhalen of hun directe leveranciers wereldwijd problemen hebben met hun toeleveranciers. Verder zorgt de crisis ervoor dat de vraag naar bepaalde producten stilvalt of juist explodeert.

Door de coronacrisis zijn dan ook de beperkingen van de toeleveringsketen met de economische schade die dat oplevert, bloot komen te liggen. Het laat zien dat toeleveringsketens minder complex moeten worden en zich niet langer zonder meer moeten richten op de goedkoopste wereldwijde toeleverancier, in veel gevallen China. Gabriel Felbermayr, president van het Institut für Weltwirtschaft in Kiel, meent dat het coronavirus voor discussie heeft gezorgd over zaken die tot nu toe als vanzelfsprekend werden beschouwd. “Deze epidemie maakt ondernemingen duidelijk hoe fragiel wereldomvattende ketens zijn”, aldus Felbermayr in het Duitse zakenblad WirtschaftsWoche.

Hoogleraar internationale economie Steven Brakman van de Rijksuniversiteit Groningen stelde in het FD dat het risico te groot is geworden dat bedrijven zich geheel ‘uitleveren’ aan één toeleverancier, namelijk China. Hij vindt daarom dat bedrijven zich serieus moeten afvragen of ze hun risico’s niet beter moeten spreiden. Het gevolg daarvan zal deglobalisering zijn.

Volgens Azië-expert Kishore Mahbubani is de behoefte aan deglobalisering echter geen wereldwijd fenomeen. “Terwijl de 12 procent van de wereldbevolking die in het Westen woont gedesillusioneerd raakt door globalisering, heeft de overige 88 procent zijn geloof daarin niet verloren. Hun levens zijn de laatste drie decennia, dankzij globalisering, significant verbeterd”, stelt hij in het FD.

Heroverweging
De OESO denkt dat het coronavirus een volledige heroverweging van de organisatie van toeleveringsketens nodig maakt. De internationale organisatie zet vraagtekens bij het just-in-time productiemodel dat de afgelopen decennia dominant is geworden. Volgens Laurence Boone, hoofdeconoom bij de OESO, waren bedrijven al begonnen met aanpassingen vanwege handelsspanningen, de zoektocht naar een eerlijker internationaal belastingstelsel en klimaatproblemen. Het afgelopen decennium was sprake van een effectief realtime voorraadbeheer en zeer geïntegreerde supply chains. Boone denkt dat na de coronacrisis mogelijk sprake is van een andere organisatie van toeleveringsketens. Hoe dat er dan uit komt te zien, is nu nog koffiedik kijken. Daarvoor is de coronacrisis nog te hevig en is nog niet duidelijk genoeg wat de gevolgen ervan zullen zijn. Hopelijk valt de uiteindelijke schade mee en krijgen bedrijven die inzichten die nodig zijn om tot een beter en minder kwetsbaar toeleveringssysteem te komen.

Partner van Inkoperscafé
Partner van Inkoperscafé

Reacties

Partner van Inkoperscafé
Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres