Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Inkoperscafé:

Supermarkten gaan ‘apenarbeid’ in de toeleveringsketen van kokosnoten tegen

Na undercoveronderzoek van dierenrechtenorganisatie PETA waaruit bleek dat apen worden ingezet bij de productie van kokosmelk, kwamen supermarkten in actie. Zo heeft de Britse supermarktketen Morrisons de levering van een merk opgeschort en hebben de ketens Waitrose en Co-op toegezegd geen producten te verkopen die afkomstig zijn van apenarbeid. Dit bericht het Britse Supply Management.

PETA bezocht acht boerderijen in Thailand en ontdekte dat apen vastgeketend of opgesloten waren in kooien. De beesten werden gedwongen in bomen te klimmen en kokosnoten te plukken voor export over de hele wereld. “De dieren in deze faciliteiten – van wie velen illegaal als baby worden gevangen – vertoonden stereotiep gedrag dat wijst op extreme stress”, aldus PETA. Volgens PETA moesten de apen noten plukken voor kokosmelk die wordt verkocht door merken als Chaokoh en Aroy-D. De dierenrechtenorganisatie zegt dat meer dan 15.000 winkels geen producten van deze merken meer zullen kopen.

Albert Heijn
“Deze nieuwsgierige, zeer intelligente dieren worden psychologische stimulatie, kameraadschap, vrijheid en al het andere dat hun leven de moeite waard zou maken, ontzegd. Allemaal zodat ze kunnen worden gebruikt om kokosnoten te verzamelen”, beklemtoont PETA-directeur Elisa Allen.

Een woordvoerder van Co-op gaf aan als ethische detailhandelaar het gebruik van apenarbeid niet toe te staan bij het verwerven van ingrediënten voor de producten van de supermarktketen. Verder heeft volgens PETA Ahold Delhaize, waarbij supermarkten horen zoals Giant Food en Hannaford in de VS en Albert Heijn in Nederland, beloofd om niet bewust producten van leveranciers in te slaan en te verkopen met apenarbeid.

Bron: Supply Management

Partner van Inkoperscafé:

Blockchain moet fraude bij aanschaf schoolmaaltijden verminderen

In Colombia loopt een proef om te zien of blockchaintechnologie de corruptie bij de inkoop van schoolmaaltijden kan verminderen. De proef werkt met blockchain om leveranciers te selecteren en te volgen voor het schoolmaaltijdenprogramma van Colombia voor jongeren met een laag inkomen. Dit Programa de Alimentación Escolar was het middelpunt van diverse corruptieschandalen met hoge prijzen en het niet bezorgen van tientallen miljoenen maaltijden. Zo bericht het Britse Supply Magazine.

Het World Economic Forum (WEF) werkt samen met het bureau van de Colombiaanse inspecteur-generaal, de National University of Colombia en de Inter-American Development Bank om te komen tot een ​​op Ethereum gebaseerd blockchain-systeem voor openbare aanbestedingen. Het WEF verwijst hierbij naar cijfers van de VN en de OESO die schatten dat tien tot dertig procent van de totale waarde van een overheidsopdracht vaak verloren gaat aan corruptie. Volgens het forum kan het beperken van corruptie bij aanbestedingen een van de meest effectieve economische maatregelen zijn die een land kan nemen.

Fraudebestendige registratie
Blockchain maakt permanente en fraudebestendige registratie mogelijk door het moeilijker te maken om vastgelegde biedingen en openbare opmerkingen te verwijderen of om biedingen of offertes te wijzigen zodra ze zijn ingediend. Kopers en verkopers kunnen biedings- en evaluatieprocessen uitvoeren op het Ethereum-platform, terwijl journalisten en burgers risicovolle activiteiten kunnen volgen en markeren. Hierbij bevat de software functies zoals minimumbiedingen, openbare commentaarperioden en automatische rode vlaggen om de autoriteiten te waarschuwen voor mogelijke corruptie.

Bron: Supply Magazine

Partner van Inkoperscafé:

Mkb’ers leunen voor cybersecurity te veel op IT-leverancier

Onderzoek door de beheerder van de .nl-domeinnamen SIDN laat zien dat tachtig procent van de mkb’ers voor zijn cybersecurity grotendeels vertrouwt op hun IT-leverancier. Dit steekt sterk af tegen de 58 procent van IT-leveranciers die vinden dat hun mkb-klanten onvoldoende bescherming hebben. Dat is zorgelijk, omdat het aantal mkb-slachtoffers van cybercriminaliteit de laatste twaalf maanden van 19 naar 22 procent steeg. Zo meldt Brisk Magazine.

De meeste van de bijna zeshonderd ondervraagde mkb’ers gaan ervan uit dat hun IT-beheerder een bepaalde zorgplicht heeft en hen daarmee ook beschermt tegen cyberrisico’s. Het past ook bij een actuele uitspraak van de rechtbank Amsterdam dat klanten van een IT-leverancier mogen verwachten dat de beveiliging van een geleverde dienst onderdeel van de afspraak is. Uit eerder onderzoek van Centraal Beheer blijkt echter dat in maar 22 procent van de gevallen mkb-ondernemingen en IT-leveranciers echt afspraken hebben gemaakt over de cybersecurity. Dat lijkt te hoge verwachtingen van mkb’ers aan te geven over de bescherming tegen cybercrime door hun IT-leverancier. Wel moeten IT-leveranciers de beveiliging van hun product dus op orde hebben, ook als een klant daar niet expliciet om verzoekt.

Cybercriminaliteit
“Het is beter om juridisch getouwtrek te voorkomen en duidelijke afspraken te maken over wie (mede-)verantwoordelijk is voor de cybersecurity van bepaalde IT-diensten. Voorkomen is nog altijd beter dan genezen”, aldus Alex van Wijhe, Business developer CyberSterk bij SIDN. Volgens het onderzoek door SIDN ontbreekt het gevoel van urgentie om digitaal beschermd te zijn nog bij een te grote groep mkb-ondernemers. Van Wijhe: “Slechts dertig procent van de ondervraagde directieleden maakt zich druk over cybercriminaliteit. Over personeelsbezetting en het voldoen aan wet- en regelgeving maakt men zich meer zorgen. Opvallend is verder dat 72 procent van de ondernemers cybercriminaliteit maar in beperkte mate als bedreigend beschouwt voor zijn bedrijf.” De beschermingsmaatregelen van mkb-bedrijven zijn meestal basaal. 62 procent heeft bijvoorbeeld een gedegen antivirusprogramma, 52 procent een sterk spamfilter en 47 procent voert regelmatig updates uit.

Bron: Brisk Magazine

Partner van Inkoperscafé:

Inkoopprijzen landbouwproducten zijn lager dan supermarktklant denkt

Consumenten in Nederland schatten de feitelijke inkoopprijzen van aardappelen, groente en fruit (agf) met ongeveer vijftig procent te hoog in. Zo laat onderzoek van Agrifirm zien onder 12.700 consumenten. Dit meldt Distrifood.

Agrifirm liet de consumenten via een onlinespel op Facebook en Instagram de prijs inschatten van aardappelen, boerenkaas, biefstuk, bloemkool, bospeen, eieren, hamlappen, kip en peren. Ze kregen daarbij de vraag voorgelegd naar de kiloprijs of bij eieren de prijs van tien stuks. Volgens het Financieele Dagblad kwamen de respondenten voor het pakket gemiddeld uit op een inkooprijs van 21,33 euro, terwijl dat in het echt 14,47 euro was. Uit het onderzoek blijkt verder dat consumenten in de supermarkt uiteindelijk gemiddeld 62,50 euro voor de landbouwproducten betaalden, oftewel zo’n vier keer de inkoopprijs.

Oplossing uit de hele keten
De conclusies van het onderzoek bewijzen volgens Agrifirm dat boeren te weinig geld krijgen voor hun producten, hoewel de landbouwcoöperatie ontkent dat het een aanval is op de supermarkten. “De enquête bevestigt wat wij al dachten, namelijk dat klanten niet weten wat een boer verdient. Het bewustzijn daarvan is erg laag. Wij willen naar een juiste compensatie van de boer voor het werk dat hij doet. Dat kunnen we alleen maar bereiken als we zo veel mogelijk ruchtbaarheid geven aan de werkelijke prijzen. De oplossing moet uit de hele keten komen”, aldus bestuursvoorzitter Dick Hordijk van Agrifrim.

Bron: Distrifood

Partner van Inkoperscafé:

UNICEF realiseert een inkoopbesparing van 363 miljoen dollar

Het kinderfonds van de Verenigde Naties UNICEF overtrof zijn besparingsdoelstelling voor medische hulpmiddelen en diensten met meer dan 35 procent door strategische inkoop in 2019. In het jaarlijkse leveringsrapport van UNICEF staat dat het in 2019 meer dan 363 miljoen Amerikaanse dollar aan besparingen had gerealiseerd voor zijn donoren en partners. Dit bericht het Britse Supply Management.

Strategische inkoop, transparantie van prijs en informatie, speciale contractvoorwaarden, meerjarige overeenkomsten en samenwerkingsverbanden van partners zoals gezamenlijke prognoses en gecoördineerde inkoop waren volgens UNICEF van cruciaal belang om besparingen te realiseren.

Inkoop medische hulpmiddelen en diensten
De inkoop door het VN-kinderfonds van medische hulpmiddelen en diensten, zoals bouwen en logistiek, bereikte een recordniveau van meer dan 3,8 miljard dollar. Dit betekende een stijging van bijna tien procent ten opzichte van 2018. Meer dan een derde van de totale inkoop bestond uit vaccins. Dat was bijna 1,7 miljard dollar, wat goed was voor 2,43 miljard doses in bijna honderd landen. “Door ons wereldwijde bereik en innovatieve benaderingen benutten we onze koopkracht en realiseren we aanzienlijke besparingen voor overheden en donoren. Terwijl we samenwerken om te reageren op de Covid-19-pandemie, wordt deze aanpak nog belangrijker om elke bestede dollar te maximaliseren, zodat reguliere programma’s kunnen worden gehandhaafd, aangezien landen ook de inspanningen van Covid-19 opschalen”, aldus Etleva Kadilli, directeur van het UNICEF-hoofdkwartier voor bevoorrading en inkoop.

Bron: Supply Management

Partner van Inkoperscafé:

Verslechtering omstandigheden vlakt iets af – Nevi PMI® juni 45.2

De Nevi PMI®  van juni kwam uit op 45.2. Dit betekent dat de achteruitgang in juni flink minder groot was dan in mei (40.5). Maar het betekent ook nog steeds een aanzienlijke verslechtering.

De productie daalde fors, zij het in de geringste mate in drie maanden. Het aantal orders uit binnen- en buitenland bleef dalen, maar beduidend minder dan in mei. Door sommige bedrijven werd een licht herstel van de klantvraag gemeld.

De hoeveelheid onvoltooid en nog niet uitgevoerd werk daalde in de op een na grootste mate in meer dan acht jaar en de bedrijven verminderden fors hun inkoopactiviteiten. De materiaalvoorraad daalde voor de tweede achtereenvolgende maand en de voorraad gereed product bleef gelijk. De levertijden namen toe, zij het in de geringste mate sinds januari.

De werkgelegenheid bleef fors afnemen. De inkoopprijzen daalden in de sterkste mate sinds maart 2016 en de verkoopprijzen namen aanzienlijk af.

Voor het eerst in drie maanden was er weer optimisme over de toekomstige productieomvang, zij het voorzichtig.

‘Lichtpuntje’
Ondernemers zien eindelijk een lichtpuntje aan het eind van de tunnel”, zegt Albert Jan Swart, sectoreconooom industrie bij ABN AMRO. “Voor het eerst in maanden zijn ondernemers in de Nederlandse industrie weer voorzichtig optimistisch over de productie over twaalf maanden. Dankzij de versoepeling van ‘lockdowns’ in veel Europese landen zien ondernemers de toekomst in 2021 weer iets zonniger in. Op de korte termijn is de crisis echter nog niet voorbij, zo blijkt uit de deelindicatoren voor de productie en de nieuwe orders, die nog altijd duiden op een afname van de bedrijfsactiviteit. Veel industriële ondernemers letten dan ook nog steeds scherp op de kosten. Zo sneden zij verder in het aantal banen en kochten ze nog minder voorraad in om de kaspositie op peil te houden. Op die manier proberen ze deze korte maar zeer heftige crisis te overleven.”

Redactioneel commentaar van Albert Jan Swart, sectoreconoom industrie bij ABN AMRO.

Nederlandse industrie ondanks malaise voorzichtig optimistisch
Ondernemers zien eindelijk een lichtpuntje aan het eind van de tunnel. Voor het eerst in maanden zijn ondernemers in de Nederlandse industrie weer voorzichtig optimistisch over de productie over twaalf maanden. Dankzij de versoepeling van ‘lockdowns’ in veel Europese landen zien ondernemers de toekomst in 2021 weer iets zonniger in.

Op de korte termijn is de crisis echter nog niet voorbij, zo blijkt uit de deelindicatoren voor de productie en de nieuwe orders, die nog altijd duiden op een afname van de bedrijfsactiviteit. De orderportefeuilles blijven in hoog tempo slinken. Een zorgwekkende ontwikkeling, want als de orderportefeuilles uiteindelijk leeg raken en de vraag niet aantrekt, droogt de omzet helemaal op.

De industrie heeft niet alleen last van een gebrek aan orders. Doordat er minder vraag is, staan ook de afzetprijzen sterk onder druk, waardoor de omzet nog verder daalt. Daarnaast kampen ondernemers nog steeds met ontregelde internationale toeleveringsketens, waardoor de levertijden van onderdelen verder oplopen. Veel industriële ondernemers letten dan ook nog steeds scherp op de kosten. Zo sneden zij in juni verder in het aantal banen en kochten ze nog minder voorraad in om de kaspositie op peil te houden. Op die manier proberen ze deze korte maar zeer heftige crisis te overleven.

Producenten van consumentengoederen, zoals voedselverpakkingen voor de horeca, zien het aantal nieuwe orders toenemen, maar de vraag naar investeringsgoederen herstelt nog niet. De nog altijd lage inkoopmanagersindices in binnen- en buitenland duiden op een negatief sentiment bij ondernemers. ABN AMRO verwacht dat dit negatieve sentiment ook op de langere termijn een drukkend effect heeft op de economische groei.

Momenteel neemt de economische activiteit toe ten opzichte van de periode van de ‘lockdowns’. De economie herstelt echter niet volledig. Om het virus in te dammen zijn immers nog steeds maatregelen van kracht die een rem vormen op de economische groei. Daarnaast is het sentiment bij ondernemers en consumenten nog steeds negatief, wat leidt tot minder investeringen en consumentenbestedingen. Uit de forse toename van het aantal besmettingen in de Verenigde Staten in de laatste weken blijkt dat het virus nog steeds een bedreiging vormt voor de economie, aangezien overheden opnieuw harde maatregelen moeten treffen.

Naar verwachting trekken de investeringen voorlopig niet aan, mede doordat het aantal faillissementen en de werkloosheid de komende tijd toenemen. ABN AMRO verwacht dat de eurozone in het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 te maken krijgt met een nieuwe recessie. Het lijkt er dus op dat de industriële productie niet krachtig kan herstellen voor 2021.

Partner van Inkoperscafé:

Webinar biedt inzicht in inkoop- en leveringsproblemen door coronacrisis

Door de coronacrisis werd heel duidelijk welke risico’s horen bij het maximaal uitbesteden naar lagelonenlanden aan de andere kant van de wereld in combinatie met just-in-timeleveringen. Nevi bericht hierover op basis van een webinar dat de inkopersvereniging organiseerde met kennispartner SOLVINT en waarbij vooral vooruit werd gekeken. In het webinar behandelde Manu Matthyssens van SOLVINT de kansen op vier terreinen: toeleveringsketens, toeleveranciers, informatie en leiderschap.

Volgens Matthyssens heeft de hoogconjunctuur van de afgelopen jaren bedrijven lui gemaakt. Door de coronacrisis liepen complete toeleveringsketens vast. Te weinig helder inzicht in ketens maakte het onduidelijk waar de toeleveringsproblemen precies zaten. Achtergrond is dat inkoop en supply- chainmanagement, operations en verkoop en marketing sterk uiteenlopende agenda’s hebben en niet goed verbonden zijn. Door de coronacrisis is het mogelijk om voor goed geïntegreerd end-to-end -supplychain-management te zorgen. Matthyssens benadrukte dat actuele informatie, goede communicatie en sterke relaties met cruciale toeleveranciers op de agenda moeten staan.

Betrouwbare toeleveringsketens
Verder toonde Matthyssens tijdens het webinar een plaatje dat aangaf wat de kracht van de toeleveringsketen en de mate van politieke stabiliteit is van landen met bedrijven die leveren aan maakbedrijven. Landen in Oost-Europa scoorden daarop opvallend goed met betrouwbare ketens en politieke stabiliteit. ‘Near shoring’ is volgens Nevi nog geen massale beweging, maar er zijn wel veel bedrijven die het overwegen en de mogelijkheden onderzoeken. Daarbij moeten bedrijven volgens Matthyssens niet alleen een ‘reality check’ doen van de regio(‘s) waar ze inkopen, maar ook van hun single source suppliers. Dan gaat het om situaties waarbij bedrijven voor bepaalde ingrediënten, onderdelen of componenten afhankelijk zijn van één leverancier.

Bron: Nevi

Partner van Inkoperscafé:

Chinees-Europese treindienst vestigt record tijdens coronacrisis

Vanwege de coronacrisis heeft de treindienst tussen Europa en China een recordaantal ritten achter de rug. Het gaat om al meer dan duizend diensten, met een totale lading van 1,923 miljoen ton. Dit betekent een toename van 41,7 procent vergeleken met 2019. Dit bericht Supply Chain Magazine op basis van nieuws van spoorwegexploitant China Railway Xi’an Group.

De Chinese spoorvervoerder noemt als voorbeeld het Nederlandse GVT Intermodal. Op 26 april vertrok bijvoorbeeld vanuit Xi’an een goederentrein met producten voor Longi Green Energy naar Tilburg. Deze producten gingen eerder per schip vanuit de haven van Tianjin in China naar Europa. Door de pandemie bood die verbinding, ook qua tijdsplanning, geen zekerheid meer. Daarom vervoerde GVT Intermodal de producten rechtstreeks per trein tussen China en Nederland. Dit bespaarde tijd en magazijnkosten.

Goederentreinen steeds populairder
Volgens general manager Roland Verbraak deed GVT Group of Logistics ruim drie jaar geleden voor het eerst een beroep op de Chinees-Europese goederentreindiensten. Sinds 2019 liet GVT zelfs vijf treinen per week rijden. “Met de trein zijn we in staat om goederen in vijftien dagen te ontvangen, terwijl luchtvracht tien tot twintig dagen duurt en bovendien vier keer zo duur is. Hierdoor worden goederentreinen steeds populairder”, legt Verbraak uit. Ook tijdens de coronacrisis haalt GVT wekelijks nog steeds vijf tot zes treinen met goederen uit China naar Europa.

Nieuwe bestemmingen
Volgens directeur Xinhuang van Xi’an Xinzhu Station van China Railway Xi’an Group heeft de goederentreindienst tussen China en Europa duidelijke voordelen. Hij stelt dat de trein het belangrijkste middel is geworden om goederen tussen China en Europa te vervoeren. “We hebben onze activiteiten tijdens de pandemie op peil kunnen houden en hebben onze treindiensten zelfs uitgebreid door de intervaltijden te verkorten en nieuwe bestemmingen – zoals Barcelona – te bereiken”, aldus Xinhuang.

Bron: Supply Chain Magazine

Partner van Inkoperscafé:

Nevi adviseert over voorkomen leveringsproblemen in de zorg

Het is bekend dat de beschikbaarheid en levering van persoonlijke beschermingsmiddelen tijdens de coronacrisis sterk voor verbetering vatbaar was. Dit moet beter kunnen tijdens een volgende crisissituatie, zo stelt Nevi op de eigen website. De inkopersvereniging onderzocht bij zestig partijen in de zorg (zorginstellingen, verzekeraars, enz.) welke knelpunten ze zijn tegengekomen.

De belangrijkste problemen die inkoopprofessionals in de zorg tegenkwamen, zijn volgens Nevi:

Betere levering zorg
Volgens Nevi zijn deze en andere problemen die uit het onderzoek naar voren komen, op te lossen met: 1. inzicht in toeleveringsketens, 2. het voorkomen van verspilling van persoonlijke beschermingsmiddelen in zorginstellingen en 3. landelijke, regionale en lokale samenwerking van inkopers op verschillende terreinen.

Bron: Nevi

Partner van Inkoperscafé:

De helft van de bedrijven herziet mogelijk hun volledige inkoopstrategie

Bijna de helft (48 procent) van de bedrijven wereldwijd zal hun volledige inkoop- en supply chain-strategie herzien bij een langdurige Covid-19-crisis. Zo blijkt uit wereldwijd onderzoek van adviesbureau Kearney samen met het World Economic Forum onder ongeveer vierhonderd inkoop-, supply chain- en operationsmanagers. Dit bericht het Britse Supply Management.

Veerkracht van de toeleveringsketen
Uit het onderzoek komt naar voren dat 44 procent van de respondenten de transportmethoden aanpast om de continuïteit van de levering te garanderen, terwijl veertig procent prioriteit geeft aan bestellingen voor kritieke voorzieningen en kwetsbare klanten. Volgens Nigel Pekenc, directeur van Kearney, suggereren de onderzoeksresultaten dat de pandemie lopende initiatieven rond de veerkracht van de toeleveringsketen en nieuwe technologieën versnelt. Het gaat dan om multi-sourcing uit verschillende regio’s en het lokaliseren en verkorten van supply chains. De geïnterviewden noemen als prioriteiten onder meer risicobeheer, communicatie en transparantie richting leveranciers, het veilig houden van mensen en het waarborgen van voorzieningen.

Bron: Supply Management

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres