Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Inkoperscafé

IT-beveiliging draait om het voorkomen van menselijke fouten

Inkoop moet goede IT-afspraken maken met leveranciers

In 2017 was een internationaal containerbedrijf slachtoffer van een aanval met ransomware. Hierna moest het bedrijf ruim 45.000 pc’s en 4000 nieuwe servers herinstalleren. Dit kostte de onderneming ongeveer 300 miljoen dollar. Hieruit blijken de grote en zelfs ontwrichtende gevolgen van cyberaanvallen. Mensen en organisaties zijn volledig afhankelijk geworden van digitaal verkeer. Wat zijn de veiligheidsrisico’s van it-software en – hardware en hoe hou je er rekening mee als inkoop?

De omvang en de ernst van digitale dreiging nemen toe. Tegelijk nemen lang niet alle organisaties de noodzakelijke basismaatregelen voor het afslaan van cyberaanvallen. Wat het nog ingewikkelder maakt, zijn onder andere clouddiensten en het gebruik van mobiele en slimme apparaten. Dit vergroot nog de potentiële kwetsbaarheden. De bescherming tegen digitale schade richt zich op cybersecurity en datasecurity.

Cybersecurity
Bij cybersecurity gaat het om de beveiliging van IT-systemen tegen diefstal of schadelijke aanvallen. Het kan om een ‘harde’ aanval gaan waarbij een aanvaller een ontwerp- of configuratiefout gebruikt om de beveiliging te omzeilen. Er kan ook sprake zijn van een ‘zachte’ aanval met bijvoorbeeld phishing via de e-mail. Bescherming kan plaatsvinden met antivirus- en antimalware-software en met een firewall. Bescherming via hardware gebeurt bijvoorbeeld met NX-bit (AMD) of XD-bit (Intel). Deze technieken beschermen de computer tegen bijvoorbeeld virusaanvallen gericht op overbelasting van het IT-systeem. Tot slot zijn fysieke beveiligingsmaatregelen mogelijk, zoals het vastzetten van apparatuur met staalkabels en het fysiek afsluiten van usb-poorten  

Datasecurity
Datasecurity richt zich op de bescherming van digitale data tegen vernietiging of ongewilde acties, zoals bij een datalek. Ook voorkomt het dat ongeautoriseerde gebruikers toegang krijgen tot data.

Een beveiligingsmaatregel is bijvoorbeeld versleuteling (encryptie). Dit biedt bescherming bij het verzenden en delen van data. Ook is het frequent en structureel maken van back-ups belangrijk om dataverlies te voorkomen.

Een andere vorm van datasecurity is het inloggen met sterke wachtwoorden met twee-factor-authenticatie (gebruik wachtwoord plus extra code). Extra veilig is een inlog met biometrische herkenning. Hierbij moet de gebruiker zich identificeren met vingerafdruk- of gezichtsherkenning.

In aansluiting hierop is een goede voorlichting van medewerkers over het zorgvuldig omgaan met data erg belangrijk. Datalekken ontstaan namelijk vaak door menselijke fouten of onoplettendheid. Een goede monitoring van dergelijke fouten en eventuele datalekken zelf is dan ook belangrijk.   

Organisatorische maatregelen
Voor zowel cyber- als datasecurity zijn organisatorische maatregelen erg belangrijk, omdat menselijke fouten voor grote schade kunnen zorgen. Dit begint met het bewust maken van medewerkers wat IT-veiligheidsrisico’s inhouden. Het kan helpen om medewerkers te laten zien hoe gemakkelijk het is om in het kantoor of in systemen binnen te dringen. Dit kan bijvoorbeeld met een inlooptest of met een namaak-phishingmail.

In combinatie hiermee zijn duidelijke richtlijnen voor het IT-gebruik nodig. Denk aan het niet delen van wachtwoorden, geen externe usb-sticks in de pc stoppen, programma’s tijdig updaten en alert zijn op phishingmails. Ook is het verstandig om voorzichtig te zijn met vertrouwelijke, papieren documenten. Medewerkers moeten daarvan goed op de hoogte zijn. In combinatie daarmee is het trainen van medewerkers belangrijk.

Mobiele apparaten
Er is steeds meer aandacht voor de veiligheid van smartphones en andere mobiele apparaten zoals tablets. Gebruikers vergeten nog wel eens dat voor dergelijke apparaten soortgelijke IT-risico’s gelden als voor een PC.  Met mobiele apparaten wordt bovendien ook in onveilige omgevingen gewerkt. Daarbij staat er vaak ook nog eens vertrouwelijke of privacygevoelige informatie op deze ‘devices’. Dit brengt hoge veiligheidsrisico’s met zich mee. Hiervoor zijn minimaal dezelfde beschermingsmaatregelen nodig als bij vaste computers.

Shadow-IT
Een groot risico voor zowel cyber- als datasecurity is zogeheten shadow-IT. Dat is software of hardware die niet voldoet aan de richtlijnen van de IT-afdeling, maar die medewerkers toch gebruiken omdat het zo gemakkelijk is. Daarnaast kunnen ook gebruiksonvriendelijke officiële applicaties, trage verbindingen, gebrek aan functionaliteiten en soms zelfs gebrekkige invoering van nieuwe applicaties redenen zijn voor gebruik van shadow-IT. De exacte omvang ervan is vanwege het verborgen karakter niet bekend.

Bij shadow-IT ontbreekt het zicht op updates en de kwaliteit van software. Dit kan voor allerlei kwetsbaarheden in een IT-systeem zorgen. Verder kan het ook leiden tot datalekken, doordat gebruikers bijvoorbeeld gevoelige data uploaden naar een externe clouddienst. Het is dan ook belangrijk dat organisaties medewerkers wijzen op de IT-veiligheidsrisico’s van gebruik van niet-goedgekeurde hard- of software. Daarbij is het verstandig om medewerkers duidelijk zelf verantwoordelijk te stellen voor deze risico’s.

Thuiswerken levert een soortgelijk risico op, omdat de kans dan nog groter is dat de werknemer werkt met eigen software en/of niet goed beveiligde software. Bij thuiswerken is het daarom extra belangrijk dat medewerkers zich aan dezelfde veiligheidsvoorschriften houden als op kantoor.

BYOD
Een ander soortgelijk risico wordt gevormd door ‘bring your own device’ (BYOD). Dit betekent dat medewerkers hun eigen ‘devices’ (smartphones, laptops en tablets) mogen gebruiken voor hun werk. BYOD maakt een IT-systeem extra kwetsbaar. Van belang is dat er een duidelijke en vaste scheiding is tussen data en apps in een zakelijk en privédeel. Bovendien moet beveiligingssoftware ook op de externe devices up-to-date blijven. Daarnaast doen organisaties er goed aan gebruikers duidelijk te instrueren om hun apparaten niet door mensen van buiten de organisatie te laten gebruiken.

Het nieuwe digitale werken
Consultant collega Marnix Pilon van adviesbureau Improven stelt op Consultancy.nl dat de laatste jaren digitale risico’s alleen maar zijn toegenomen. Dat komt volgens hem onder andere door de tempo waarin het werken via de cloud afgelopen jaren is gegroeid. “Het nieuwe digitaal werken is veelal onder grote tijdsdruk geïmplementeerd om vooral niet achter te raken. Terwijl veel organisaties hun IT-strategie en IT-beleid nog niet op deze ontwikkeling hebben geactualiseerd.”  

Zijn collega Kevin Hermes waarschuwt voor het koppelen van zakelijke accounts aan apps zoals Google Drive, Dropbox en Gmail. De informatie die je erop zet valt vaak onder Amerikaans recht en buiten de Europese wetgeving (AVG). Organisaties beseffen dat nog onvoldoende.

Het adequaat voorkomen van digitale ‘ongelukken’ vraagt volgens Hermes echt om veranderingen in de kern van organisaties. “Organisatie hebben vaak wel een algemene bedrijfsstrategie, maar men verzuimt aansluitend een afgeleide IT-strategie en passend IT-beleid te formuleren. Terwijl innovatie sneller dan ooit verloopt en IT-beslissingen steeds vaker decentraal worden genomen.”

Inkoop en IT-beveiliging
Inkoopprocessen en de inkoopadministratie zijn steeds meer geautomatiseerd. Dit betekent dat IT-veiligheid ook voor de inkoop steeds meer een aandachtspunt is geworden. Een speciaal onderwerp daarbij is de digitale veiligheid van de toeleveringsketen. Deze is in principe zo sterk als de zwakste schakel. Als één partij de beveiliging niet in orde heeft dan kan dat een datalek van de gegevens van de inkoop betekenen. Het is daarom erg belangrijk om goede afspraken te maken met leveranciers over de IT-veiligheid en het delen van data. 

Verder is het van belang om punten in supply-chainprocessen te identificeren waarvoor een cyberaanval de meeste gevolgen heeft. Inkoopafdelingen doen er goed aan dit in een noodplan met draaiboek te verwerken voor het geval het fout gaat.

Een ander aandachtspunt is dat alle IT-eisen die voor de rest van de organisatie gelden ook in de inkoop worden toegepast. Geef inkoopmedewerkers daarom de verantwoordelijkheid voor de IT-veiligheid binnen hun werkterrein. Bevorder verder een goede samenwerking van de inkoopafdeling met de IT-afdeling. Hierbij moet er aanspreekpunten zijn voor IT binnen de inkoopafdeling en voor de inkoop binnen het IT-team.

Het is tot slot raadzaam om zorgvuldig om te gaan met de uitbesteding van inkoopfuncties. Kies hiervoor betrouwbare partners die hetzelfde niveau van IT-beveiliging toepassen als de uitbestedende organisatie en die werken met de juiste, goed geteste software.

Partner van Inkoperscafé

Wat zegt de inkoopmanagersindex PMI?

De Nevi PMI (purchasing managers’ index) of – op zijn Nederlands – de inkoopmanagersindex, steeg van 48.3 in december naar 49.9 in januari. Nevi bracht dit nieuws met de vermelding dat er nog steeds krimp is in de Nederlandse productiesector, maar dat deze bijna verwaarloosbaar is. De inkopersvereniging maakt de Nevi PMI maandelijks bekend. Wat houdt deze index eigenlijk in en wat is de betekenis ervan?

Iedere eerste werkdag van de maand publiceert Nevi de Nevi PMI (in dit artikel verder PMI genoemd) voor Nederland. Dit indexcijfer geeft het vertrouwen weer van inkoopmanagers in de economie. Het doel van de PMI is volgens Nevi ‘om informatie te verstrekken over huidige en toekomstige zakelijke voorwaarden aan inkoopmanagers, besluitvormers en investeerders van bedrijven’. Inkopers kunnen de gegevens uit de PMI gebruiken als onderbouwing voor inkoopkeuzes. “Het is een tool voor inkoopprofessionals om hun werk beter te doen. Nevi richt zich op ondersteuning van inkoopprofessionals en dit past daarin”, licht Nevi bij navraag toe.

Invloedrijke inkopers
Door het volgen van de inkooptrends geeft de PMI volgens Nevi een actueel beeld van de economische ontwikkeling van de Nederlandse productiesector. De PMI loopt meestal vooruit op veranderingen in de economische activiteit en productie. Financiële deskundigen en media beschouwen de ontwikkeling en beweging van de PMI dan ook als een belangrijke factor in de economie.

Volgens Nevi hebben inkopers veel invloed op onze economie. Emeritus Nevi hoogleraar Arjan van Weele onderstreept dit in een filmpje op de site van de inkopersvereniging: “Zetten inkopers meer contracten in de markt, dan hebben leveranciers en bedrijven het drukker. Als inkopers minder contracten afsluiten dan hebben bedrijven minder te doen.” Alle reden dus volgens Van Weele om inkopers goed in de gaten te houden. “De PMI houdt in dat we maandelijks het gedrag van inkopers in de praktijk volgen op basis van werkelijke cijfers. Inkopers rapporteren maandelijks de contracten die ze in de markt hebben gezet, de prijsniveaus waartegen ze contracten hebben afgesloten, de voorraad die ze hebben zien toe- of afnemen en de werkgelegenheid in hun bedrijf. Het is een uniek instrument om de economische ontwikkeling te volgen en geeft betrouwbare informatie over de economie.” 

400 bedrijven
Internationaal gezien zijn de belangrijkste bepalers van PMI’s het Institute for Supply Management (ISM), het Singapore Institute of Purchasing and Materials Management (SIPMM) en IHS Markit. De Nederlandse PMI wordt samengesteld door IHS Markit. De basis daarbij is een enquête onder een volgens IHS Markit representatief panel van ongeveer 400 bedrijven in de Nederlandse industrie. Dit panel is onderverdeeld op basis van het bruto binnenlands product (BBP) en het aantal werknemers. De respondenten krijgen vragen over productie, nieuwe orders, exportorders, ingekocht materiaal, inkoopprijs, werkgelegenheid, levertijden, voorraad ingekocht materiaal en voorraad gereed product.

De PMI-score ligt op, onder of boven de 50. Bij een PMI van 50 heeft er geen verandering plaatsgevonden. Is de inkoopmanagersindex lager dan 50, dan wijst dat op een dalende economische groei met de inschatting dat de productie en activiteiten afnemen. Ligt de PMI boven de 50, dan duidt dat op een groeiende economie en meer vertrouwen. Hoe meer de index verschilt van 50, hoe meer de economie verandert.

De rekenformule voor de PMI is: PMI = (P1 * 1) + (P2 * 0,5) + (P3 * 0)

Hierbij is:

P1 = percentage antwoorden dat een verbetering meldt

P2 = percentage antwoorden dat geen wijziging meldt

P3 = percentage antwoorden dat een verslechtering meldt.

De Nevi PMI bestaat uit negen deelindexen. Het gaat daarbij om het aantal exportorders, de werkgelegenheid, de voorraden ingekocht materiaal en gereed product, de hoeveelheid ingekocht materiaal, de levertijden, de inkoopprijs, het aantal nieuwe orders en de productiecijfers. Daarnaast geeft de PMI een overzicht van prijsdalingen en –stijgingen per grondstof of productgroep. Nevi legt uit dat de deelindexen een tendens weergeven. Daarnaast geeft de grondstoffenpagina informatie over de ontwikkelingen van grondstoffen die voor inkopers van belang zijn.

Deelnemerspanel
Henk Schiere is senior strategic buyer bij Apollo Vredestein. Hij vertelt op de site van Nevi dat hij de informatie uit de PMI onder andere gebruikt om de interne stakeholders te informeren. Daarnaast doet Schiere bijvoorbeeld een beroep op de informatie uit de PMI bij gesprekken met leveranciers, als hij denkt dat er een voorraadtekort dreigt. Vanwege kostenafwegingen besteedt Apollo Vredestein meer uit, waardoor het steeds afhankelijker wordt van leveranciers. “Daarom is het nog belangrijker dat wij goed weten wat er in de markt gebeurt, zodat we daar vroegtijdig op kunnen inspelen”, legt Schiere uit.

Schiere is blij met de informatie die de PMI hem biedt. “Natuurlijk kun je ook veel marktinformatie online vinden, maar je moet je altijd afvragen wat de kwaliteit daarvan is. Bovendien kost dergelijk eigen research veel tijd. De PMI geeft een gedegen overzicht van de ontwikkeling in de Nederlandse industrie en de prijsontwikkelingen in een heel breed scala aan productgroepen.”

Een kanttekening van hem is dat de 400 bedrijven die de data voor de PMI aanleveren anoniem zijn. “Ik zou wel graag willen weten hoeveel bedrijven zich op de inkoopcategorieën richten die ook voor ons interessant zijn en hoe groot het inkoopvolume van die bedrijven is. Want uiteindelijk bepaalt dat natuurlijk de echte waarde van dit instrument.”

Volgens Nevi is een specificatie van de inkoopmanagersindex niet mogelijk. “De PMI wordt gemaakt door IHS Markit. Nevi heeft daar geen invloed op. Het is een van de vele PMI’s die IHS Markit maakt. Dat gebeurt allemaal volgens hetzelfde systeem. We hebben bijvoorbeeld gekeken of duurzaamheid er in naar voren kon komen, maar dat was niet mogelijk. Nevi gaat ook niet over het deelnemerspanel. We weten niet wie daarin zitten. Dat kan ook niet, omdat het om een onafhankelijk instrument en onderzoek gaat.”

Belangrijke economische indicator
Maarten Erasmus, managing consultant bij  inkoopdienstverlener Emeritor, denkt niet dat de PMI van veel waarde is voor inkopers zelf. “Als algemeen cijfer over groei of krimp per sector is hij veel te grof. De inkoop van materialen vraagt om veel specifiekere informatie die afhangt van de branche. Inkopers doen daarom liever een beroep op branchespecifieke indexen. Het gaat om indexen waarvoor de inkopers in de branche cijfers aanleveren, die daarna in algemene vorm worden gedeeld met de andere deelnemers.” Daarom is het volgens Erasmus niet logisch dat NEVI zich inspant om de PMI wereldkundig te maken, omdat de leden er weinig aan hebben. “Overigens hebben inkopers natuurlijk wel informatie die interessant is voor andere inkopers. Maar die delen zij niet. Om tactische redenen. De echt interessante informatie blijft onder de pet.”

Erasmus ontkent niet dat de Nederlandse PMI een van de belangrijkste indicatoren voor onze economie is. “Zo hanteren banken de index bijvoorbeeld bij het bepalen van de rentevoet. Daarnaast is het een vroege economische voorspeller. Plaatsen inkopers in de industrie meer orders, dan kun je erop rekenen dat de productie en verkopen gaan stijgen. De PMI is gebaseerd op feiten en is daarmee niet alleen een vroege, maar ook een betrouwbare indicator.” Hij meent dan ook dat de PMI vooral interessant is voor economen, investeerders en beleggers, maar niet voor de oorspronkelijke doelgroep, de inkoopmanagers.

Nevi beklemtoont dat het bij PMI om een instrument vanuit inkoop gaat over wat de markt gaat doen. “De inkoper ziet op het eigen bureau wat de trends zijn en wat de grondstoffen gaan doen. Daarnaast kan de afdeling inkoop er de algemene ontwikkelingen op inkoopgebied mee laten zien aan het management.”

Dit overtuigt Erasmus niet. “Voor specifieke ontwikkelingen zijn er speciale indexen (bijvoorbeeld voor grondstoffen) die inkopers kunnen volgen in plaats van de PMI. Ik kan me ook niet voorstellen dat het management zit te wachten op een overzicht van de algemene ontwikkelingen op inkoopgebied. De index geeft een belangrijk inzicht aan economen, maar niet aan inkopers.”

Inzicht in trends
De waarde van de PMI lijkt vooral te liggen in de trends op het gebied van economie en inkoop die de inkoopmanagersindex laat zien. Vooral voor economen is het een belangrijk instrument om te kijken waar het met de economie naar toe gaat. Aan inkopers geeft het met name een algemeen beeld. Zij kunnen de PMI in combinatie met branche- en bedrijfsspecifieke informatie gebruiken om hun beleid voor de komende periode te bepalen.    

Partner van Inkoperscafé

Een bestedingskubus biedt veel voordelen voor de inkoop

Het Britse afvalverwerkingsbedrijf Biffa werkt samen met zo’n 4000 actieve leveranciers. Het is daarom van groot belang dat het inkoopteam de bestedingsgegevens volledig begrijpt. Emma Craig, assistent-inkoper bij Biffa, licht de werkwijze van het afvalbedrijf toe op de website van Supply Management.

De bestedingskubus is volgens Craig een krachtig hulpmiddel voor elke inkoopprofessional. “Zonder deze tool kan een categoriemanager zijn categorie niet op een professionele manier benaderen en kan een hoofd van de inkoop zijn team niet effectief inzetten.”

Voordelen bestedingskubus
Een bestedingskubus waarin alle bestedingscategorieën zijn opgenomen, geeft duidelijkheid over de totale bestedingswaarde voor het bedrijf, de totale bestedingswaarde met invloed op de inkoop, de verschillende bestedingsniveaus en de bestedingswaarde per categorie. Daarnaast geeft de kubus inzicht in het aantal leveranciers per categorie, de bestedingswaarde bij elke leverancier en de uitgaven van leveranciers en veranderende trends.

Craig benadrukt dat ieder hoofd van de inkoop alleen de juiste teamstructuur en middelen effectief kan opbouwen als hij of zij alle bestedingscategorieën begrijpt. De 4000 leveranciers van Biffa leveren op alle gebieden, van vloot, brandstof, transport, HR, IT, MRO, afval tot al het andere daartussenin. “Een bestedingskubus is daarom essentieel.”

Categoriestrategie
De inkoopcategoriemanagers bij Biffa moeten hun categorie-uitgaven en aantal leveranciers evalueren voordat zij een categoriestrategie ontwikkelen. “Ze moeten weten welke invloed het bedrijf heeft op elke bestedingscategorie. Dit kan helpen bij het verder opbouwen van informatie en het betrekken van verzoeken om informatie van leveranciers. Ook geeft het duidelijkheid over de vraagprofielen, verzoeken om voorstellen en herclassificatie van leveranciers.” Dit kan volgens Craig leiden tot een vermindering van het aanbod, lagere kosten, verbeterde aanbiedingen met toegevoegde waarde van belangrijke leveranciers en verbeterde relaties met belangrijke leveranciers. Daarnaast kan het zorgen voor de ontwikkeling van een voorkeursleverancierslijst, formele leveringscontracten en leveranciersrelatie- en contractmanagement.

Als voor het nieuwe aanvraagproces voor leveranciers goedkeuring nodig is, dan voorkomt dat dat nieuwe leveranciers worden toegevoegd aan de bestedingscategorie. Dit verbetert vervolgens de naleving van de lijst met voorkeursleveranciers voor een categorie.

Kostenbesparing
Met hulp van de Biffa-bestedingskubus kan de categoriemanager, naast de nationale leveringseisen van Biffa, de markt beoordelen en het aantal leveranciers verminderen. De nieuw aangestelde voorkeursleveranciers brengen een verbeterde doorlooptijd met zich mee en extra toegevoegde waarde voor plaatselijke bedrijfslocaties. Verder leverde het bij Biffa gestandaardiseerde leveringscontracten en betalingsvoorwaarden voor voorkeursleveranciers op en een kostenbesparing van 8 procent over de categorie-uitgaven.

Bron: Supply Management

Partner van Inkoperscafé

Handelsrelatie met China en de VS heeft gevolgen voor de inkoop

De grootmachten China en de Verenigde Staten (VS) zijn economisch belangrijk voor Nederland. Beide landen horen tot de tien grootste handelspartners van Nederland. Op de economische relatie van Nederland met beide landen staat de laatste tijd druk door hun onderlinge handelsconflict en door de economische druk die president Trump op Europa uitoefent. Dit artikel gaat in op de handelsrelatie met beide landen en wat dat voor inkoop betekent op basis van recent onderzoek van het CBS.

Nederland is nu zelf partij geworden in het handelsconflict tussen China en de VS met oplopende importheffingen. Dit heeft te maken met de mogelijke verkoop van de nieuwste chipsmachines door ASML aan China. De VS heeft zich hierin gemengd en Nederland en ASML voor het blok gezet om de machines niet aan China te verkopen. De Amerikanen willen niet dat de nieuwste technologie om chips te maken in China terechtkomt, omdat dat land de technologie voor militaire doeleinden zou kunnen gebruiken. Nederland zit daardoor tussen twee vuren. Het jaagt of de Amerikanen tegen zich in het harnas of de Chinezen. Verder zet president Trump de EU toenemend onder druk om tot een handelsakkoord naar zijn wensen te komen. Anders krijgt ook Europa te maken met hoge invoerrechten op Europese auto’s en andere goederen. De VS heeft bijvoorbeeld de Nederlandse staalindustrie al importheffingen opgelegd.

Economische gevoeligheid
Het CBS deed in 2019 onderzoek naar ‘de Nederlandse importafhankelijkheid van China, Rusland en de VS’. Dit artikel draait om de conclusies over de handel met China en de VS. Volgens het CBS zijn Nederlandse bedrijven via hun handel met China en de VS en de waardeketen die hen met deze landen verbindt, gevoelig voor de economische ontwikkelingen daar. De Nederlandse bedrijven zijn steeds meer onderdeel van wereldwijde productieprocessen en zijn toenemend afhankelijk geworden van inputs (goederen die bedrijven importeren om te bewerken). Tussen 1988 en 2017 steeg bijvoorbeeld het aandeel ingevoerde grondstoffen en tussenproducten in de export van 48 naar ruim 60 procent.

Negatieve handelsbalans
Nederland importeerde volgens het CBS in 2018 voor 39,2 miljard euro aan goederen uit China en voor 33,8 miljard uit de VS. Het aandeel van China in de totale import was ongeveer 9 procent en voor de VS was dit zo’n 8 procent. Ter vergelijking: ongeveer 18 procent van de Nederlandse import komt bij onze belangrijkste handelspartner Duitsland vandaan. Daarnaast exporteerde Nederland voor 23 miljard euro naar de VS en voor 11,7 miljard euro naar China. De VS heeft een aandeel van tussen de 4 en 5 procent in de gehele export in de periode 2010 – 2018. Het aandeel van China nam tussen 2010 en 2018 toe van 1,5 naar 2,4 procent. Dat is aanzienlijk lager dan de 9 procent van de import uit het Aziatische land.

Bij de import uit China gaat het voornamelijk om industriële producten, machines en vervoermaterieel. De Amerikaanse import valt ook grotendeels in deze categorieën. De VS voert daarnaast ook veel chemische producten en minerale brandstoffen uit naar Nederland. Verder bestaat een groot deel van de Nederlandse import uit China en de VS uit producten die vooral bestemd zijn voor de wederuitvoer. Het gaat dan om producten die door Nederland uit deze landen geïmporteerd worden, maar slechts licht bewerkt ons land weer verlaten. Van de import uit China is ongeveer twee derde (26,2 miljard euro) rechtstreeks bestemd voor andere landen en 12,8 miljard euro voor de Nederlandse markt. De import uit de VS bestaat voor zo’n 55 procent (18,7 miljard euro) uit wederuitvoer.

Directe import
Nederlandse bedrijfstakken verwerkten en verbruikten tussen 2015 en 2018 relatief meer inputs uit China dan uit andere landen. Veel sectoren kennen vooral een directe import uit China. Zo voeren vooral de bouw (ruim 1 miljard euro), de informatie- en communicatiebranche, de groot- en detailhandel en de quartaire sector (de niet-commerciële dienstverlening) direct Chinese goederen in. Ook bij de invoer uit de VS overheerst de directe import, waarbij de invoer van kapitaalgoederen zoals machines opvalt. Tegenover directe import staat indirecte import waarbij bedrijven van andere Nederlandse bedrijven goederen afnemen waarin inputs uit China of de VS zijn verwerkt. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de groothandel, die goederen inkoopt van de Nederlandse industrie. Om deze goederen te produceren heeft de Nederlandse industrie halffabricaten uit China ingekocht. Deze halffabricaten vallen dan onder de indirecte import van de Nederlandse groothandel. Het betekent dat ook de groothandel daarmee gevoelig is voor de ontwikkeling van de handel van Nederland met China.

Grondstoffen en halffabricaten
Verreweg het grootste deel van de import uit China en de VS door Nederlandse bedrijfstakken is cruciaal voor de productie van Nederlandse exportgoederen en -diensten. Van de uit China geïmporteerde grondstoffen en halffabricaten gaat gemiddeld ongeveer 45 procent naar producten van eigen makelij en diensten die uiteindelijk in Nederland geconsumeerd worden. Voor de VS nam dit aandeel door de jaren heen af van 42 procent naar 33 procent. Verder voerde Nederland vanuit China in 2018 voor 2,8 miljard euro aan producten in om in exportartikelen te verwerken. Het grootste deel hiervan bestond uit machines, apparaten en onderdelen. Bedrijven gebruikten ruim 8 procent ervan voor export naar de VS.

Daarnaast verwerkten Nederlandse bedrijven in 2018 voor 217 miljoen euro aan optische, fotografische, medische, precisie- en meetinstrumenten uit de VS in de export. Een aanzienlijk deel daarvan (158 miljoen euro) werd gebruikt voor uit te voeren machines en machineonderdelen. Deze rekent het CBS tot de meest winstgevende exportproducten van Nederland.

Import uit China
De goederenimport uit China groeide volgens het CBS de afgelopen drie decennia veel harder dan de totale goedereninvoer. Het aandeel in de import van de Chinese goederen nam toe van 0,5 procent in 1988 naar 8,9 procent in 2018. Van de 39,2 miljard euro import uit China in 2018 exporteerde Nederland twee derde (26,3 miljard euro) weer naar andere landen. Daarnaast importeren bedrijven relatief vaak hightechproducten uit China om deze verder te verwerken.

Het deel van de Chinese import van 12,8 miljard euro voor de Nederlandse markt bestond voor 7,6 miljard euro uit directe invoer voor de productie van goederen en diensten door bedrijven in Nederland. Volgens het CBS bestaat 28 procent van de 7,6 miljard euro aan Chinese import voor gebruik in Nederlandse productieprocessen uit hightechgoederen, zoals laptops, tablets en telefoons. Gemiddeld is dit 9 procent voor de totale Nederlandse import. Bij de andere 5,2 miljard euro ging het om de invoer van eindproducten in de vorm van consumptiegoederen zoals speelgoed of kapitaalgoederen zoals machines.

Mediumhightechgoederen vormden met 34 procent (gemiddeld 26 procent voor totale import) het grootste deel van de invoer uit China voor verdere verwerking. Hierbij zijn de belangrijkste ingevoerde producten ledlampen, lithium-ion-batterijen (vooral gebruikt in consumentenelektronica en elektrische auto’s) en telefoonladers.

Relatief gezien importeerde de IT- en informatiedienstverlening het meest uit China. Van de totale import van deze bedrijfstak was 36 procent afkomstig uit China. Het ging vooral om computers en computeronderdelen. Verder voerde de telecomsector relatief veel in uit China met een aandeel van 19 procent in de import. De voornaamste invoer uit China van deze sector bestond uit telefoons.

Toegenomen afhankelijkheid
Het Nederlandse bedrijfsleven is steeds meer afhankelijk geworden van buitenlandse inputs, waaronder die uit China en de VS. De import uit China is de afgelopen jaren sterk gestegen. De Nederlandse bedrijven zijn daarmee veel afhankelijker van goederen uit China geworden. Met de toegenomen afhankelijkheid is ook de gevoeligheid van Nederlandse bedrijven voor economische spanningen tussen China en de VS gestegen. Dit geldt niet alleen voor direct uit de twee landen ingevoerde goederen, maar ook voor indirecte import. Inkoopafdelingen doen er goed aan om zich een goed beeld te vormen van hun afhankelijkheid van producten uit de VS en China of producten waarin grondstoffen of halffabricaten uit de VS of China zijn verwerkt. Op basis daarvan kunnen ze alternatieven op een rij zetten voor het geval er sprake is van economische, prijsopdrijvende maatregelen.

Partner van Inkoperscafé

Selecteer inkopers op karakter, niet op werkervaring


Ayten Zor
Manager Inkoop UBR | HIS – Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Voor Ayten Zor bestaat er geen ‘schaarste op de arbeidsmarkt’. Integendeel. Ze kijkt breed naar kwaliteiten van mensen, verder dan werkervaring en opleidingsniveau. Resultaat is dat de inkooporganisatie UBR|HIS beschikt over een groeiende groep gemotiveerde inkoopadviseurs met heel diverse achtergronden.

Wat is jouw rol binnen de Rijksoverheid? 
‘Als manager Inkoop van UBR|HIS van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stuur ik zeventig inkopers en projectsecretarissen aan. Samen helpen we zes ministeries met zo’n 200 aanbestedingen per jaar en ongeveer 1.500 offertetrajecten. We zijn een geoliede machine. Tegelijkertijd willen we die machine voortdurend verbeteren. Zo zijn we in klantteams gaan werken, waardoor interne opdrachtgevers meer herkenbaarheid en continuïteit ervaren. Ze pakken eerder de telefoon en betrekken ons vroeger in het proces. Door eerder aan tafel te zitten, kunnen we ons verdiepen in de context, meedenken over de inkoopstrategie en adviseren over bijvoorbeeld selectie- en gunningscriteria.’

‘Wij kopen cruciale producten en diensten in om onze kerntaken te kunnen uitvoeren. Wij zijn de ‘gatekeepers’ en zeker niet het sluitstuk in een inkooptraject.’

Wat is de belangrijkste uitdaging in het inkoopvak?
Inkoop vormt een ontzettend belangrijk onderdeel van de Rijksoverheid: wij kopen cruciale producten en diensten in om onze kerntaken te kunnen uitvoeren. Tegelijkertijd ligt inkoop onder een vergrootglas. Media houden goed in de gaten of we ons geld wel doelmatig besteden. Wij zijn dus de ‘gatekeepers’ en zeker niet het sluitstuk in een inkooptraject. Om onze rol impactvol uit te voeren hebben we meer inkopers nodig. Waarbij ik een verschil maak tussen inkopers en goede inkopers.’

Waar zit dat verschil in volgens jou? 
‘We zijn als Rijksoverheid gewend om inkopers te selecteren op hun werkervaring. Die ervaren mensen vind je vooral bij de Rijksoverheid zelf. De inkoopuitvoeringsorganisaties (IUC’s) van het Rijk vissen dus in elkaars vijver. Terwijl ik voorstander ben van een nieuwe manier van werven en selecteren. Waarom is tien jaar werkervaring per se nodig? Een goede inkoper beoordeel ik vooral op zijn of haar karaktereigenschappen. Kan hij of zij het goede gesprek voeren, de context doorgronden, nieuwsgierig doorvragen, pragmatisch meedenken, een inhoudelijk advies uitbrengen? Inkoop draait tegenwoordig ook om duurzaamheidsdoelstellingen en social return. Ik kijk liever naar een persoon dan naar een cv.’

‘Mijn stelling is: ervaring is niet alles. En dus benader ik de arbeidsmarkt heel breed’

Wat betekent die visie voor jouw werving- en selectiebeleid? 
‘Mijn stelling is: ervaring is niet alles. En dus benader ik de arbeidsmarkt heel breed. Toen ik hier vijf jaar geleden begon, trof ik een inkooporganisatie aan met capaciteitsproblemen. Om dat tij te keren, startte ik een inkoopklas. Daarvoor heb ik zes goede mensen aangenomen van binnen en van buiten het Rijk, geselecteerd op hun karaktereigenschappen en niet op hun ervaring als inkoper. Ik zei: jij brengt ons jouw kwaliteiten, en wij leren jou het inkoopvak. De eerste drie weken volgden ze workshops en masterclasses over zaken als aanbestedingsrecht. Maar ook leerden we ze basale dingen, zoals hoe onze processen lopen en hoe je je gedraagt in een breder speelveld met meerdere stakeholders. Iedere kandidaat werd gekoppeld aan een ervaren inkoper, een buddy. Zij hebben de kandidaten on the job getraind. Na een aantal maanden begonnen ze aan een NEVI-opleiding. Dat traject van één jaar heeft zijn vruchten afgeworpen: alle zes de kandidaten zijn nu in vaste dienst, waarbij de meerderheid Europese aanbestedingen doet. Ze zijn allemaal volwaardig inkoopadviseur. Nu loopt de tweede inkoopklas.’

Wat is het succesrecept? 
‘Dat je verder kijkt dan hoe je het altijd deed. Neem onze vacatureteksten. Daar heb ik een dikke streep doorheen gezet. Kan dat zomaar, vroegen collega’s me. Ja hoor! Ik heb de teksten versimpeld, ingekort en allemaal eisen weggehaald, zoals het verplichte wo-diploma. Inkoopkennis is niet langer een eis, maar een pre. Waar ik vooral naar kijk zijn competenties: ben je adviesvaardig, communicatief, onderzoekend? Resultaat is dat er nu veel meer mensen, met zeer diverse achtergronden, reageren op een vacature. Uit die mensen kiezen is alleen maar een feestje. Een ander winstpunt is dat de zittende inkopers ook extra gemotiveerd en geïnspireerd raken. De nieuwe, startende inkopers stellen kritische vragen over ingesleten patronen. Die frisse wind is goed. De club wordt steeds diverser in leeftijd, gender, afkomst en professionele achtergrond. Daardoor ontstaat nog meer een cultuur van samen aanpakken en verbeteren.’

Hoe zorg je ervoor dat inkopers graag bij je blijven? ‘Door in ze te investeren, want personeel is mijn grootste goed. Hoe diverser de samenstelling van een groep, hoe meer verschillende zienswijzen en inzichten. Dit is een verrijking waar wij dankbaar gebruik van maken. Ik noem mezelf geen trekker, maar een duwer. De deskundigen weten wat ze moeten doen, dat hoef ik ze niet te vertellen. Ik hoor graag wat zij nodig hebben om hun werk uit te voeren. Dan ga ik dat organiseren. Ik ben van nature heel enthousiast ingesteld, ik probeer reuring in de tent te krijgen. Daarom organiseer ik kennissessies, themabijeenkomsten en geef ik ruimte voor projecten en experimenten. Verbinding is voor mij het schakelwoord, je moet het samen willen doen. Volgend jaar gaan we voor de derde keer de hei op met de hele afdeling. We zitten dan met elkaar in een conferentiecentrum met overnachting. Zo’n uitstapje is inhoudelijk én fun. Want wanneer ontstaat echte verbinding? Als je met elkaar eet, tot laat borrelt en echte gesprekken voert.’

Heb je een belangrijk advies voor andere inkoopmanagers?
‘Juich de ontwikkeling van je mensen toe, ook als ze hun vleugels elders willen uitslaan. Als een van mijn medewerkers wil vertrekken, raak ik niet in paniek. Integendeel. Ik moedig ze alleen maar aan verder te kijken en help ze om iets nieuws te vinden. Want het is zeker niet de bedoeling dat je je leven lang bij UBR|HIS blijft. Laatst vertrokken twee collega’s naar een andere werkgever. Later kwamen ze weer terug, als ‘spijtoptanten’. Natuurlijk konden ze weer bij mij aan de slag. Als je goed uit elkaar gaat, is het later ook weer gemakkelijk om met elkaar door te gaan. Ik weet precies wat ik aan ze heb en bovendien brengen zij weer kennis en ervaring van buiten mee. Ik denk nooit vanuit schaarste, maar vanuit overvloedige mogelijkheden en nieuwe kansen.’

Meld je aan voor meer informatie over Inkoop bij de Rijksoverheid


Partner van Inkoperscafé

Dit zijn de belangrijkste inkooptrends voor 2020

Het Britse Supply Management heeft de belangrijkste inkoopontwikkelingen voor 2020 op een rij gezet. Allereerst blijft er sprake van veel onzekerheid vanwege onder andere aanhoudende tariefoorlogen tussen de VS en China en een dreigende Brexit-deadline. “Onzekerheid zoals tariefwijzigingen vormt een unieke uitdaging voor bedrijven, omdat elke stijging de kostenstructuur voor producten kan beïnvloeden, waardoor bepaalde supply chains mogelijk onhoudbaar worden”, aldus Alex Saric, chief marketing officer bij Ivalua. Volgens hem gaat het er voor inkoopteams om dat ze inzicht krijgen in de impact van tariefscenario’s op hun totale toeleveringsketen en haalbare alternatieven.

Cobots en datasilo’s

Daarnaast zorgden in Groot-Brittannië Brexit-voorbereidingen voor meer voorraad in 2019, waardoor de Britse pakhuizen in juli 2019 vol waren. In het nieuwe jaar kan echter sprake zijn van een grootschalige overgang naar slimme magazijnacceptatie. Mel Tymm, hoofd industrie bij e-commercebedrijf Maginus, denkt dat er ook een ontwikkeling zal zijn van automatisering en collaboratieve robots (cobots) die samen met werknemers gaan werken en helpen bij zware til- en repetitieve taken. Volgens Tom Kieley, CEO van softwarebedrijf SourceDay, betekent de vraag van consumenten naar onmiddellijke bevrediging, gevoed door sites zoals Amazon, dat toeleveringsketens sneller en efficiënter moeten werken als ze willen concurreren in 2020. “Om dit te doen, zullen bedrijven datasilo’s moeten elimineren die kostbare verspilling veroorzaken; verspilling die inkomsten en middelen onttrekt, vaak vanwege slechte ERP-gegevens. Ze moeten zichzelf ook in de positie brengen om realtime verandering te bereiken en te beheren, voordat de verandering invloed heeft op hun vermogen om aan de vraag van de klant te voldoen”, aldus Kieley.

Duurzaamheid en een recessie

Verder eisen klanten transparantie. Duurzaamheid wordt volgens Supply Management zowel ecologisch als sociaal een cruciaal aspect van inkoop. “Om geloofwaardig te zijn, verschuiven de slimme partijen van alleen focussen op kostenbesparingen en compliance naar echte waardecreatie en vermijden ze greenwashing (het zich groener of maatschappelijk verantwoorder voordoen dan een bedrijf of organisatie daadwerkelijk is). Op kosten van leveranciers besparen, is niet meer genoeg. Kopers en leveranciers komen samen om waarde te creëren voor hun wederzijdse klant.”, stelt Padmini Ranganathan, wereldwijde vice-president, risico en duurzaamheid bij SAP Ariba. Alex Saric van Ivalua waarschuwt dat geopolitieke factoren kunnen leiden tot wereldwijde recessies, waarbij organisaties zich opnieuw richten op het nettoresultaat en kosten besparen. “De inkoop is de afgelopen jaren met grote stappen vooruitgegaan, van een prijsverlager tot een afdeling die strategische waarde toevoegt. Een recessie dreigt deze vooruitgang terug te dringen met een hernieuwde nadruk op kosten boven andere doelstellingen.”

Bron: Supply Management

Partner van Inkoperscafé

Inkoop moet actievere rol spelen bij digitalisering

Op basis van eigen onderzoek concludeert E-proQure dat het digitaliseren van inkoopprocessen voor veel organisaties nog steeds topprioriteit heeft bij het zorgen voor concurrentievoordeel. E-proQure is een onafhankelijk kenniscentrum voor e-procurement. Het kenniscentrum komt ook tot de conclusie dat het succesvol afronden van digitaliseringstrajecten in de praktijk tegenvalt. Bovendien moet inkoop meer doen met digitalisering om het eigen voortbestaan te waarborgen.

De vierde versie van marktonderzoek e-Procurement Vendor Landscape (2019) van E-proQure biedt een overzicht van de ontwikkelingen, de mogelijkheden, het aanbod van inkoop-ondersteunende software binnen de Benelux en van de soms moeilijke praktijk van het digitaliseren. Een eerste conclusie van het onderzoek op basis van eerdere studies is dat leidende organisaties voor 2020 verwachten dat 70 procent van hun key-processen, producten en services zijn gedigitaliseerd en geïntegreerd binnen de supply chain. Daarnaast noemen de organisaties de adequate ondersteuning van (inkoop)processen een topprioriteit voor het creëren van concurrentievoordeel. Hierbij stelt E-proQure dat ook publieke organisaties, ondanks slechte ervaringen en drempelvrees, steeds meer digitale ambities hebben.

Succesvol digitaliseren

E-proQure noemt als effecten van best practices bij e-procurement: lagere inkoopkosten (5 procent), lagere proceskosten (tot 75 procent), het mogelijk maken van strategisch gedreven inkoop, hogere compliance en risicobeheersing en betere stuurinformatie. Andere bijdragen die e-procurement kan leveren zijn het versnellen van inkoopprocessen en het vervangen van handmatige door waarde toevoegende inkoopactiviteiten.

Verder benadrukt het kenniscentrum dat nog steeds 70 procent van de ICT-trajecten hun doelstellingen niet halen. Succesvol digitaliseren vraagt daarom volgens E-proQure om een gestructureerde aanpak. Deze draait om oriëntatie en het formuleren en nastreven van gezamenlijke doelstellingen. Volgens E-proQure geldt voor succesvol digitaliseren een top 4 van succes- en faalfactoren. Het gaat om draagvlak, betrokkenheid/beschikbaarheid van medewerkers, project- en verandermanagement en doelstellingen. Hierbij hoort een aanpak op basis van het creëren van draagvlak en het toepassen van project- en verandermanagement.

Het uitblijven van resultaten op het gebied van e-procurement zorgt er volgens E-proQure voor dat initiatieven vanuit de business en andere afdelingen steeds vaker de ontwikkeling en inrichting van de digitale inkoop bepalen. Inkoopmanagement lijkt dan ook steeds minder een leidende partner voor zowel het eigen senior management als voor de leveranciers van e-procurementoplossingen.

Leveranciers

Verder heeft E-proQure voor het onderzoek 40 leveranciers ondervraagd over de belangrijkste behoeften en productontwikkelingen voor de komende twee jaar. De selectie van deze leveranciers was gebaseerd op de respons van meer dan 300 inkoopprofessionals van bedrijven en overheden in de Benelux. Deze werd geactualiseerd op basis van (inter)nationale vermeldingen in vakbladen en aangevuld met enkele recent ontwikkelde innovatieve systemen. Uit de respons blijkt dat er een kopersmarkt is met een uitgebreid, laagdrempelig aanbod van inkoop-ondersteunende systemen. Daarbij hebben concurrentie en technologische vernieuwingen het aanbod de afgelopen twee jaar verder verbeterd.

Vooruitstrevende inkoopsoftware

Wim Vriend, kennispartner bij E-proQure, stelt op de website van het bedrijf: “Zoals we in eerder onderzoek hebben aangegeven, is het voor leveranciers noodzakelijk om te investeren in het ontwikkelplatform waarop hun inkoopsoftware is gebaseerd. Leveranciers die dit succesvol doen lopen op de concurrentie voor.” Vriend legt uit dat bedrijven bij het ontwikkelen van vooruitstrevende software tegenwoordig vaak open source technologieën gebruiken. Hierbij spelen op Java gebaseerde ontwikkeltalen en zogenaamde NoSQL/Graph-databases een belangrijke rol. Enerzijds maakt Java hierbij gebruiksvriendelijke en efficiënte webbased software mogelijk. Daarnaast maken NoSQL/Graph- databases grote hoeveelheden data toegankelijk. “Denk hierbij aan het steeds belangrijker worden van het benutten van informatie die besloten ligt in grote, gekoppelde dataverzamelingen.”

E-proQure zag in 2019 de introductie van diverse toepassingen op het gebied van kunstmatige intelligentie. Vriend: “Enerzijds in de vorm van algoritmen binnen inkoopsoftware. Anderzijds als separate applicaties of scripts met een specifieke functie. Zonder uitzondering zorgen de toepassingen die wij hebben gezien voor een betere gebruikservaring (zoals virtuele assistentie), procesefficiëntie (robotic process automation (RPA)) of een verbetering van gegevensanalyses voor zowel besluitvorming als oordeelsvorming (machine learning/deep learning).”

Blockchain

Vriend beklemtoont dat blockchain niet zorgt voor innovatie van (bedrijfs)software. “De onderliggende principes van blockchain lenen zich niet goed voor het verwerken en opslaan van transactionele processen. Misschien dat de komst van nanocomputers en bijpassende, wereldwijd beschikbare netwerken en gegevensopslag hier verandering in aanbrengt.” Dat kan volgens hem nog lang duren. Blockchains komen echter wel terug binnen inkoopprocessen. “Bijvoorbeeld daar waar het belangrijk is om de status of herkomst van grondstoffen, producten, verpakkingen, etc. te volgen. Maar dus niet in de vorm van inkoopsoftware.”

Digitale transformatie

Gert Walhof, ook kennispartner van E-proQure, geeft op de site van het kenniscentrum aan dat E-proQure inkopers al een aantal jaren vraagt om zich te verdiepen in en na te denken over digitale transformatie. “Daarbij gaat het niet om nieuwe inkoopsoftware die net weer iets slimmer is dan de vorige generatie. Maar om de invloed van digitale technologieën op de gehele organisatie. Te beginnen met de gevolgen die deze technologieën hebben voor producten en diensten, die de organisatie aan klanten wil gaan leveren. En wat dit betekent voor de supply chain. Onze stelling is, dat als inkopers vasthouden aan bestaande werkwijzen ze geen rol spelen in deze transformatie.”

Walhof benadrukt dat digitale transformatie het spel voor inkoop wezenlijk gaat veranderen. Het heeft volgens hem niet alleen effect op de eigen organisatie, maar op alle organisaties. “Ook die van de leveranciers of beter de gehele supply chain. De effecten zijn nu al te zien. Steeds vaker bieden leveranciers producten in combinatie met services aan. Services die vaak mogelijk worden gemaakt door nieuwe digitale technologieën. Een van de effecten hiervan is dat vaak de integrale kosten omlaag kunnen. Tijdens de looptijd van de samenwerking met leveranciers worden steeds nieuwe behoeften (klant) of mogelijkheden (leverancier) zichtbaar. Hier moet snel iets mee worden gedaan. De invloed van digitalisering stopt immers niet op de dag dat het contract wordt gesloten. De vraag die dan opkomt is ‘Werkt het lineaire inkoopproces nog wel in een wereld waar wendbaarheid (agile) de boventoon voert?’.”

Cyclisch inkoopproces

Om succesvol te blijven, moet inkoop volgens Walhof in ieder geval drie stappen zetten. Ten eerste moet inkoop het lineaire inkoopproces loslaten. “De herkenning moet ontstaan dat het inkoopproces cyclisch is. Wendbaarheid vraagt om regie op het gehele proces en verbinding van alle fasen. Van strategie tot de dagelijkse operatie.” Daarnaast komt de ‘supplier journey’ meer centraal te staan. Dat is de reis die de eigen organisatie wil doormaken in een bepaalde tijd en de bijdragen die leveranciers daaraan kunnen leveren met de reizen die zij willen maken. “De traditionele aanpak van ‘drie offertes’ lijkt dan niet te voldoen. Wat het alternatief is, is nog niet helemaal duidelijk.” Ten derde zijn nieuwe tools nodig. “Daarbij is het goed om zowel te kijken welke ontwikkelingen bestaande leveranciers van inkoopsoftware doormaken als wat start ups aanbieden.”

Walhof benadrukt dat de digitale transformatie een bedreiging vormt voor inkoop als inkopers en inkoopmanagers niet zien dat het gaat om veel meer dan de inkoop-toolbox vernieuwen en digitaliseren. “Deze transformatie vindt in alle geledingen van de demand en supply chain plaats en leidt tot nieuwe dienstverlening aan klanten en mogelijk een andere positionering van de organisatie in ketens. Daar moet inkoop een belangrijke rol in spelen. Het tempo waarin deze ontwikkelingen worden doorgemaakt is in belangrijke mate afhankelijk van het tempo waarin je organisatie digitaal wil en kan transformeren. De verwachting is dat in de eerste plaats bij het inkopen van services de invloed van digitalisering gaat gelden.”

Partner van Inkoperscafé

Inkoop is meer dan exacte wetenschap

Er zijn meer overeenkomsten dan je denkt tussen inkopers en Max Verstappen. Zo maakt Frank Rozemeijer, NEVI Professor Purchasing & Supply Management aan de Universiteit van Maastricht, duidelijk tijdens SAP’s Connect to Innovate. “Een Formule 1 dashboard bestond in 1950 nog uit drie tellers en een stuur. Tegenwoordig is er overal een knopje. De coureur kan tijdens de gehele race informatie sturen naar de pit, waar mensen data analyseren, patronen herkennen en kunstmatige intelligentie toepassen zodat ze advies kunnen geven aan de ‘race director’ die de racer ondersteunt. Zo worden ook in inkoopprocessen steeds meer beslissingen door data-analyse genomen.”

(meer…)
Partner van Inkoperscafé

Geef je mening en win €50,-

Deze vragenlijst is opgesteld voor een afstudeeronderzoek over Inkoperscafe.nl. Het invullen van deze vragenlijst duurt ongeveer 3 minuten en is anoniem. Bij de laatste vraag krijgt u de mogelijkheid om uw e-mailadres in te vullen om kans te maken op een waardebon van bol.com t.w.v. €50,-.

Alvast hartelijk dan voor uw deelname!

Partner van Inkoperscafé

De economische gevolgen van de brexit zijn nu al merkbaar

De brexit lijkt per 31 januari 2020 plaats te vinden, hoewel nog steeds niet duidelijk is hoe het vertrek van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) er uit komt te zien. Cijfers van het CBS laten zien dat de brexit al voor het feitelijke vertrek van het VK uit de EU gevolgen heeft voor de handel tussen Nederland en het VK. Veel bedrijven en hun inkoopafdelingen hebben er dus nu al mee te maken. Dit zal nog meer het geval zijn na de uiteindelijke brexit.

(meer…)
Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres