Magnifying glass Close
Partner van Inkoperscafé

De brexit is een feit, maar er is nog geen deal

De nieuwe regels en eisen voor de import en export naar en uit het Verenigd Koninkrijk (VK) gelden per 1 januari 2021. Bereiken de EU en het VK voor die tijd geen handelsakkoord, dan is alsnog sprake van een harde brexit. Dit zal invloed hebben op de import uit het VK en dus op de inkoop. Brisk Magazine berichtte over de nog te maken afspraken. 

Nieuwe handelsrelatie
Richard Groenendijk, algemeen directeur van AEB Nederland, een software-ontwikkelaar voor de transportsector: “Vanaf 31 januari valt het VK voor EU-lidstaten vanuit het handelsoogpunt onder de categorie ‘derde land’. Met derde landen is vrijhandel niet mogelijk en gaat invoer en uitvoer van goederen gepaard met douaneaangiften en importheffingen. In het uittredingsakkoord is echter ook een overgangsperiode opgenomen waarin onderhandeld kan worden over de details van onder meer een nieuwe handelsrelatie of handelsakkoord. Tijdens deze gehele periode gelden daarom nog steeds de EU-regels en -wetten, waaronder dus ook de vrije handel van goederen.” De overgangsperiode eindigt op 31 december 2020 om 23.00 uur (Nederlandse tijd). Onderdeel van het uittredingsakkoord is dat uitstel na 31 december 2020 niet mogelijk is. Nieuwe handelsafspraken treden dus in werking op 1 januari 2021. Lukt het niet om tijdens de overgangsperiode overeenstemming te bereiken, dan maakt dat de handel tussen de landen niet aantrekkelijker. Dan moeten het VK en de EU terugvallen op regels van de World Trade Organisation (WTO). Hieronder vallen ook de tarieven van invoerrechten.

Bron: Brisk Magazine

Partner van Inkoperscafé

Coronavirus beïnvloedt inkoop uit China

De uitbraak van het coronavirus heeft gevolgen voor de inkoop vanuit China. Zo bleek vorige week dat winkelketen Action alternatieven zoekt voor goederen uit China. Het coronavirus zou China voor langere tijd op slot kunnen zetten. Dit meldt Supply Chain Magazine naar aanleiding van nieuws in het AD.

Elektronische componenten
De virusuitbraak kan de bevoorrading van winkels en bedrijven die inkopen uit China beïnvloeden, zeker als de situatie langer voortduurt. Het assortiment van Action komt bijvoorbeeld voor ongeveer de helft uit Azië. Van bijna iedere productcategorie maken wel Chinese artikelen deel uit. Volgens het AD heeft Action geen acuut probleem, maar bereidt de winkelketen wel verschillende scenario’s voor. Wetenschappelijk directeur Bart Vos van het Brightlands Institute for Supply Chain Innovation (BISCI) en Maastricht University vindt dat verstandig. Hij verwacht aanzienlijke gevolgen van het virus op de wereldeconomie. “In 2003 zorgde het SARS-virus al voor behoorlijke economische schade, maar nu is China een veel grotere speler in mondiale ketens.” Economen van ING vrezen ook wereldwijde problemen als er geen aanvulling komt van de voorraden van essentiële elektronische componenten uit China.

Minder transportcapaciteit
Volgens Machiel van der Kuijl van ondernemersvereniging voor logistiek en internationaal ondernemen Evofenedex raken Chinese maatregelen tegen het coronavirus relatief veel internationale transportcapaciteit voor lucht- en zeevrachtzendingen. “Dat afnemende aanbod gaat de prijs van goederentransporten naar China beïnvloeden.” FME, ondernemersorganisatie voor de technologische industrie, heeft al verschillende signalen gekregen van bedrijven die last hebben van de uitbraak van het coronavirus. “Veel fabrieken in China zijn gesloten en dat betekent nogal wat voor toelevering van producten en grondstoffen”, meldt FME.

Bron: Supply Chain Magazine

Partner van Inkoperscafé

Mercedes test blockchain voor batterijengrondstof kobalt

Autofabrikant Mercedes-Benz is gestart met een blockchain-pilot in de kobalt-toeleveringsketen. Kobalt is een essentiële grondstof voor batterijen in elektrische auto’s. Met blockchain wil het Duitse automerk de hoeveelheid gerecycled materiaal registreren. Verder wil Mercedes ook het emissieniveau vastleggen en registreren of toeleveranciers in de keten zich houden aan de duurzaamheidseisen van moederbedrijf Daimler. Dit meldt Nevi.

Supply chain batterijen
Het Duitse autobedrijf stelt dat het de eerste autofabrikant is die blockchain-technologie inzet voor het bepalen van de CO2-uitstoot in de wereldwijde supply chain van batterijen. Mercedes-Benz is ook partner geworden van het Chinese Farasis Energy voor de levering van lithium-ionbatterijen die zijn geproduceerd met hernieuwbare energiebronnen en gerecyclede materialen. Hiermee zouden producenten volgens de autofabrikant de CO2-voetafdruk van de batterijenproductie met ongeveer een derde kunnen verkleinen. IT-onderzoeksbureau Gartner is overigens sceptisch over het succes van de vele huidige pilots voor de toepassing van blockchain in ketens. Het bureau denkt dat vier van de vijf initiatieven op dit terrein de komende jaren in de pilotfase blijven steken.

Bron: Nevi

Partner van Inkoperscafé

Colum: Beroepskeuze? Inkoper!

Mijn zoon Gijs is 12, zit in groep 8 en wordt op het moment behoorlijk om zijn oren geslagen met Cito’s. Hij laat zich gelukkig niet meeslepen in de gekte. Gijs is de oudste thuis dus bekijken we voor het eerst de ‘grote scholen’. Er gaat een wereld voor ons open. Het lijkt erop dat we samen mét hem een keus maken. Iedereen blij.

Om tot die keus te komen vroeg ik hem al een paar keer: ‘Wat wil je later worden?’ Hij heeft géén idee! Echt, totaal niet. ‘Wat wilde jij op de lagere school dan worden?’ kreeg ik – terecht – als wedervraag. Kok! Mijn ouders hadden een restaurant, dus ik wist van kleins af aan dat ik kok wilde worden. De snelste route door de hotelschool en dan de zaak overnemen. Dat was heel lang mijn plan. Die onderwijsroute heb ik weliswaar afgelegd, maar een baan in de keuken is er nooit van gekomen. Ik raakte met het inkoopvirus besmet en daar kwam ik nooit meer vanaf. Zo kan het lopen. Herkenbaar?

Mijn ouders hebben me overigens nooit gepusht om de horeca in te gaan; dat wilde ik zelf. Ik denk echter niet dat ik mijn kinderen al spontaan met het inkoopvirus heb besmet. Aan de hand van een aansprekend voorbeeld legde ik uit wat papa doet. Ik koop, met het geld van een ander, bijvoorbeeld brandweerauto’s. ‘Kan de brandweer dat dan zelf niet?’. Oei, lastige vraag. ‘Ja, dat kunnen ze wel maar ze hebben er zelf niet altijd tijd voor.’ ‘En is inkopen een leuke baan?’ ‘Ja, jongen. De mooiste baan die er is!’ ‘Maar waarom ben je dan niet naar de inkoopschool gegaan toen je van de middelbare school af kwam?’ En toen zat ik klem. ‘Omdat er geen inkoopschool bestaat’’. Raar! Tegenwoordig zijn er gelukkig de hbo inkoop-minors die inkopers-in-de-dop afleveren. Die had je 25 jaar geleden helaas nog niet.

’Mijn zoon en ik hebben ook samen online een beroepskeuzetest gemaakt. Maar hoe ik het ook probeerde te manipuleren, er kwam bij mij nooit ‘inkoper’ uit. Toen ik via Google zocht naar wat het beroep inkoper dan precies in zou moeten houden, liep ik tegen een opmerkelijke ‘definitie’ in het Nationale beroepenregister aan:

“De Inkoper is verantwoordelijk voor het inkoopbeleid van een bedrijf. De inkoper bepaalt wat het bedrijf nodig heeft en zorgt er in contacten met leveranciers voor dat hij de best mogelijke deal krijgt.”

Daar heb je dus ook niet veel aan. Na het lezen hiervan zullen maar weinigen direct enthousiast denken: ‘Dat is mijn droombaan!’. Misschien een mooi marketingprojectje voor NEVI. Ik vrees dus dat de meesten de baan van inkoper ook in de toekomst nog steeds per ongeluk kiezen. Mocht Gijs interesse voor economie of recht ontwikkelen, dan zal ik het er nog eens met hem over hebben. Maar ik ga hem, net als mijn ouders, niet lopen pushen!



Partner van Inkoperscafé

Doe-het-zelf-retailer Maxeda laat inkoop via Europese alliantie verlopen

De Maxeda DIY Group doet voortaan een beroep op Arena Alliance voor het inkopen van doe-het-zelf-, tuin- en decoratieproducten. Daarmee is het de achtste doe-het-zelf-retailer die zich bij de Europese inkooporganisatie voegt. Zo valt te lezen op de website van RetailTrends.

Concurrentievermogen
Onder andere Praxis maakt deel uit van Maxeda. De doe-het-zelfgroep denkt dat de samenwerking zijn concurrentievermogen op de markt verstevigt. CEO Guy Colleau verwacht dat Maxeda ook zal profiteren van de uitgebreide ervaring en kennis van Arena met onderhandelen. Bij de Maxeda Group horen verder Brico (België en Luxemburg) en BricoPlanit (België). Met zijn 347 winkels en ruim zevenduizend werknemers is het de grootste doe-het-zelf-retailer in de Benelux. De andere deelnemers aan het inkoopverband Arena Alliance zijn Hagebau (Duitsland), Le Groupement Les Mousquetaires (Frankrijk), Jumbo (Zwitserland), Bricofer (Italië), Baucenter (Rusland), Dedeman (Roemenië) en Pevec (Kroatië).

Bron: RetailTrends

Partner van Inkoperscafé

Een bestedingskubus biedt veel voordelen voor de inkoop

Het Britse afvalverwerkingsbedrijf Biffa werkt samen met zo’n 4000 actieve leveranciers. Het is daarom van groot belang dat het inkoopteam de bestedingsgegevens volledig begrijpt. Emma Craig, assistent-inkoper bij Biffa, licht de werkwijze van het afvalbedrijf toe op de website van Supply Management.

De bestedingskubus is volgens Craig een krachtig hulpmiddel voor elke inkoopprofessional. “Zonder deze tool kan een categoriemanager zijn categorie niet op een professionele manier benaderen en kan een hoofd van de inkoop zijn team niet effectief inzetten.”

Voordelen bestedingskubus
Een bestedingskubus waarin alle bestedingscategorieën zijn opgenomen, geeft duidelijkheid over de totale bestedingswaarde voor het bedrijf, de totale bestedingswaarde met invloed op de inkoop, de verschillende bestedingsniveaus en de bestedingswaarde per categorie. Daarnaast geeft de kubus inzicht in het aantal leveranciers per categorie, de bestedingswaarde bij elke leverancier en de uitgaven van leveranciers en veranderende trends.

Craig benadrukt dat ieder hoofd van de inkoop alleen de juiste teamstructuur en middelen effectief kan opbouwen als hij of zij alle bestedingscategorieën begrijpt. De 4000 leveranciers van Biffa leveren op alle gebieden, van vloot, brandstof, transport, HR, IT, MRO, afval tot al het andere daartussenin. “Een bestedingskubus is daarom essentieel.”

Categoriestrategie
De inkoopcategoriemanagers bij Biffa moeten hun categorie-uitgaven en aantal leveranciers evalueren voordat zij een categoriestrategie ontwikkelen. “Ze moeten weten welke invloed het bedrijf heeft op elke bestedingscategorie. Dit kan helpen bij het verder opbouwen van informatie en het betrekken van verzoeken om informatie van leveranciers. Ook geeft het duidelijkheid over de vraagprofielen, verzoeken om voorstellen en herclassificatie van leveranciers.” Dit kan volgens Craig leiden tot een vermindering van het aanbod, lagere kosten, verbeterde aanbiedingen met toegevoegde waarde van belangrijke leveranciers en verbeterde relaties met belangrijke leveranciers. Daarnaast kan het zorgen voor de ontwikkeling van een voorkeursleverancierslijst, formele leveringscontracten en leveranciersrelatie- en contractmanagement.

Als voor het nieuwe aanvraagproces voor leveranciers goedkeuring nodig is, dan voorkomt dat dat nieuwe leveranciers worden toegevoegd aan de bestedingscategorie. Dit verbetert vervolgens de naleving van de lijst met voorkeursleveranciers voor een categorie.

Kostenbesparing
Met hulp van de Biffa-bestedingskubus kan de categoriemanager, naast de nationale leveringseisen van Biffa, de markt beoordelen en het aantal leveranciers verminderen. De nieuw aangestelde voorkeursleveranciers brengen een verbeterde doorlooptijd met zich mee en extra toegevoegde waarde voor plaatselijke bedrijfslocaties. Verder leverde het bij Biffa gestandaardiseerde leveringscontracten en betalingsvoorwaarden voor voorkeursleveranciers op en een kostenbesparing van 8 procent over de categorie-uitgaven.

Bron: Supply Management

Partner van Inkoperscafé

Erasmus University en Nevi verlengen leerstoel inkoop zorg

Op 23 januari werd de financiële ondersteuning verlengd van de leerstoel Purchasing & Supply Management in Inkoopmanagement in de Zorg van Prof.dr.ir Erik van Raaij aan Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM). Zo bericht Nevi. RSM en Nevi (de Nevi Research Commissie) bekrachtigden daarmee hun samenwerking om inkoop van en voor zorg op een hoger niveau te brengen.

Voor de inkoop van zorg worden zorgaanbieders gecontracteerd, waarbij de inkopers de financiers van de zorg zijn. Zorgaanbieders zijn de inkopende partij bij inkoop voor de zorg. Daarvoor contracteren zij leveranciers van medische en niet-medische goederen en diensten. Het onderwijs voor inkoopmanagement in de zorg gebeurt onder andere via het keuzevak Healthcare Procurement & Value Chain Management (HPVCM). Masterstudenten van twee verschillende opleidingen aan de van RSM kunnen dit vak samen volgen. Het gaat om studenten van de opleiding Supply Chain Management en voltijds – en deeltijdstudenten van de opleiding Health Care Management / Zorgmanagement. Nevi speelt bij dit keuzevak een rol, bijvoorbeeld bij de workshop Negotiation Skills. Hierbij nemen Nevi-leden deel aan een rollenspel met studenten.

Afstudeerproject
Verder worden vanuit de leerstoel jaarlijks zo’n tien studenten begeleid bij hun afstudeerproject op het gebied van inkoop van of voor zorg. Vaak gaat het dan om zogeheten ontwerpgerichte onderzoeken, met concrete oplossingen voor praktische vraagstukken. Voor het formuleren van onderzoeksvragen vinden regelmatig gesprekken plaats met leden van Nevi, Nevi Research Commissie, het Nevi-bestuur en het Nevi Zorg-bestuur. De financiële ondersteuning door Nevi gaat de komende jaren deels naar promotieonderzoeken. Daarnaast kan de RMS de bijdrage gebruiken voor tijdelijke onderzoeksassistenten.

Bron: Nevi

Partner van Inkoperscafé

Bijna geen krimp meer – Nevi PMI® januari 49.9

Zoetermeer, 3 februari 2020 – De Nevi PMI steeg naar 49.9 in januari, wat wijst op de kleinste verslechtering van de bedrijfsomstandigheden in de huidige periode van krimp van drie maanden.

De productie daalde voor de vierde maand op rij, al was deze daling gering en kleiner dan in december. Het aantal nieuwe orders daalde opnieuw, zij het in de kleinste mate in drie maanden. De buitenlandse orders daalden eveneens licht.

De hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk daalde voor de elfde keer op rij, maar ook deze daling was bescheiden en kleiner dan in december. De voorraad eindproducten daalde aanzienlijk en de inkoopactiviteiten namen in bescheiden mate af. Ook de voorraad ingekochte materialen nam af. De levertijden bleven toenemen, zij het deze maand minder dan in december. De werkgelegenheid nam licht toe.

De inkoopprijzen stegen voor de tweede achtereenvolgende maand en de verkoopprijzen stegen aanzienlijk. Tot slot was het vertrouwen van de Nederlandse producenten in januari het grootst in veertien maanden.

Redactioneel commentaar prof. dr. ir. Bart Vos, Scientific Director Brightlands Institute for Supply Chain Innovation (BISCI) en verbonden aan Maastricht University

Voorzichtig positief nieuws uit de PMI-cockpit: de index steeg van 48.3 in december naar 49.9 in januari. Dat duidt nog steeds op een krimp in de Nederlandse productiesector, maar deze is bijna verwaarloosbaar te noemen. Het nieuwe decennium had dus zeker slechter kunnen beginnen.


De score van net onder de 50 wordt vooral veroorzaakt door een aanhoudende daling in het productievolume, al was deze daling nu minder dan eind 2019. Verder duidt een daling in de ‘productie niet gereed’ deelindex op overcapaciteit. Door een afzwakking van de klantvraag kunnen Nederlandse producenten nu wel hun achterstanden wegwerken.

Positief nieuws is dat de werkgelegenheid index na een dip in december weer boven de 50 is uitgekomen. Dit duidt op een hernieuwde uitbreiding van de personeelsbestanden in de Nederlandse industrie, al was de banengroei nog bescheiden te noemen. Het is ook goed om te zien dat Nederlandse ondernemers optimistisch zijn over het komende jaar. De toekomstige productie-index is sinds november 2018 niet meer zo hoog geweest. Nevi PMI-panelleden geven aan plannen te hebben om nieuwe (export)markten te betreden en zijn ook positief over wereldwijde economische groei.

Het zou echter te voorbarig zijn om nu rustig achterover te gaan leunen. Nederland is immers een open economie en mondiaal gezien is er nog wel de nodige onzekerheid. De brexit is sinds 31 januari 2020 dan wel een feit, maar daarmee is de onzekerheid bepaald nog niet verdwenen. De Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk hebben tot het einde van dit jaar om tot een handelsakkoord te komen. Even ter vergelijking: de onderhandelingen tussen de EU en Canada over een dergelijk akkoord begonnen in 2009, het verdrag trad in september 2017 voorlopig (!) in werking. Met gevoel voor Brits understatement is er dus sprake van een ambitieus tijdpad.

Van een heel andere orde is de onzekerheid die de uitbraak van het Coronavirus met zich meebrengt. Dit is natuurlijk in eerste instantie een mondiaal gezondheidsrisico, maar deze uitbraak heeft zeker ook effect op de wereldeconomie. In 2003 zorgde het SARS-virus al voor behoorlijke economische schade, maar nu is China een veel grotere speler in mondiale ketens. Bovendien zit de Chinese stad Wuhan door het virus ‘op slot’ en die miljoenenstad is een belangrijk logistiek knooppunt in het midden van China. Door het Chinees Nieuwjaar waren de meeste Chinese bedrijven al gepland dicht, maar door het virus is die sluiting in veel gevallen met een week verlengd en dat zorgt voor Westerse klanten voor problemen met de aanvoer van onderdelen. Net als in 2003 met SARS zal de economische dip tijdelijk zijn, maar de komende maanden zullen ook Nederlandse bedrijven last hebben van deze situatie.

Er is al met al meer dan voldoende reden om de ontwikkelingen in de PMI, zowel in Nederland als mondiaal, op de voet te blijven volgen.

Drie deelindices uitgelicht:

NIEUWE EXPORT ORDERS INDEX
De seizoensmatig aangepaste Nieuwe export orders index kwam in januari uit onder de geen-veranderingsgrens van 50.0, wat voor de derde maand op rij wijst op een afname van het aantal nieuwe orders uit het buitenland. Er zijn aanwijzingen dat deze daling het gevolg was van de grote concurrentiedruk en de zwakke vraag, al bleef de daling bescheiden en kleiner dan in december.

PRODUCTIE NIET GEREED INDEX
De hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk ging in januari omlaag. Dit is nu al sinds maart 2019 maandelijks het geval en wijst op overcapaciteit in de Nederlandse productiesector. De bedrijven schreven deze laatste daling toe aan de lagere productievereisten, waardoor zij hun achterstanden konden verkleinen. De afname was echter bescheiden en kleiner dan in december.

De subsectorgegevens lieten een daling zien voor alle drie sectoren. De grootste daling werd genoteerd door de producenten van investeringsgoederen.

VERKOOPPRIJS INDEX
De gegevens voor januari lieten een stijging zien van de gemiddelde verkoopprijzen die de Nederlandse producenten in rekening brachten, de veertigste op rij. Er zijn aanwijzingen dat de inflatie het gevolg was van het doorberekenen van de hogere inkoopkosten aan klanten. De aanzienlijke inflatie was bovendien samen met die van juni de grootste sinds april.

Over de Nevi PMI…
De Nevi Purchasing Managers’ Index (PMI®) is een samengestelde index ontworpen om een algeheel beeld te verkrijgen van de economische activiteiten in de verschillende industrieën. Een score van de PMI onder de 50,0 geeft daling van de industriële activiteit aan, een score boven het kritische punt van 50,0 duidt op een groeiende economie. Een score van 50,0 duidt erop dat er geen veranderingen hebben plaatsgevonden. Hoe groter de afwijking van 50,0, hoe groter de mate van verandering in de index is. De Nevi PMI wordt opgesteld aan de hand van maandelijkse vragenlijsten die circa 350 inkoopmanagers uit Nederland invullen.  

Over Nevi …
Nevi is het kennisnetwerk voor inkoop, contract- en supply management. Gevoed door visies en inzichten uit bedrijfsleven, publieke sector, onderwijs en wetenschap bundelen en duiden wij alle facetten van procurement. Wij delen die diepgaande kennis: in onze vereniging van 7.000 professionals die elkaar inspireren en stimuleren. In doelgerichte opleidingen, trainingen en events voor iedereen die verder wil in ons mooie vak. En in innovatieve krachtenbundelingen met maatschappelijke en commerciële partners. Zo brengen wij, gezamenlijk, procurement naar een hoger niveau.
Nevi. Procurement in perspectief
Partner van Inkoperscafé

Handelsrelatie met China en de VS heeft gevolgen voor de inkoop

De grootmachten China en de Verenigde Staten (VS) zijn economisch belangrijk voor Nederland. Beide landen horen tot de tien grootste handelspartners van Nederland. Op de economische relatie van Nederland met beide landen staat de laatste tijd druk door hun onderlinge handelsconflict en door de economische druk die president Trump op Europa uitoefent. Dit artikel gaat in op de handelsrelatie met beide landen en wat dat voor inkoop betekent op basis van recent onderzoek van het CBS.

Nederland is nu zelf partij geworden in het handelsconflict tussen China en de VS met oplopende importheffingen. Dit heeft te maken met de mogelijke verkoop van de nieuwste chipsmachines door ASML aan China. De VS heeft zich hierin gemengd en Nederland en ASML voor het blok gezet om de machines niet aan China te verkopen. De Amerikanen willen niet dat de nieuwste technologie om chips te maken in China terechtkomt, omdat dat land de technologie voor militaire doeleinden zou kunnen gebruiken. Nederland zit daardoor tussen twee vuren. Het jaagt of de Amerikanen tegen zich in het harnas of de Chinezen. Verder zet president Trump de EU toenemend onder druk om tot een handelsakkoord naar zijn wensen te komen. Anders krijgt ook Europa te maken met hoge invoerrechten op Europese auto’s en andere goederen. De VS heeft bijvoorbeeld de Nederlandse staalindustrie al importheffingen opgelegd.

Economische gevoeligheid
Het CBS deed in 2019 onderzoek naar ‘de Nederlandse importafhankelijkheid van China, Rusland en de VS’. Dit artikel draait om de conclusies over de handel met China en de VS. Volgens het CBS zijn Nederlandse bedrijven via hun handel met China en de VS en de waardeketen die hen met deze landen verbindt, gevoelig voor de economische ontwikkelingen daar. De Nederlandse bedrijven zijn steeds meer onderdeel van wereldwijde productieprocessen en zijn toenemend afhankelijk geworden van inputs (goederen die bedrijven importeren om te bewerken). Tussen 1988 en 2017 steeg bijvoorbeeld het aandeel ingevoerde grondstoffen en tussenproducten in de export van 48 naar ruim 60 procent.

Negatieve handelsbalans
Nederland importeerde volgens het CBS in 2018 voor 39,2 miljard euro aan goederen uit China en voor 33,8 miljard uit de VS. Het aandeel van China in de totale import was ongeveer 9 procent en voor de VS was dit zo’n 8 procent. Ter vergelijking: ongeveer 18 procent van de Nederlandse import komt bij onze belangrijkste handelspartner Duitsland vandaan. Daarnaast exporteerde Nederland voor 23 miljard euro naar de VS en voor 11,7 miljard euro naar China. De VS heeft een aandeel van tussen de 4 en 5 procent in de gehele export in de periode 2010 – 2018. Het aandeel van China nam tussen 2010 en 2018 toe van 1,5 naar 2,4 procent. Dat is aanzienlijk lager dan de 9 procent van de import uit het Aziatische land.

Bij de import uit China gaat het voornamelijk om industriële producten, machines en vervoermaterieel. De Amerikaanse import valt ook grotendeels in deze categorieën. De VS voert daarnaast ook veel chemische producten en minerale brandstoffen uit naar Nederland. Verder bestaat een groot deel van de Nederlandse import uit China en de VS uit producten die vooral bestemd zijn voor de wederuitvoer. Het gaat dan om producten die door Nederland uit deze landen geïmporteerd worden, maar slechts licht bewerkt ons land weer verlaten. Van de import uit China is ongeveer twee derde (26,2 miljard euro) rechtstreeks bestemd voor andere landen en 12,8 miljard euro voor de Nederlandse markt. De import uit de VS bestaat voor zo’n 55 procent (18,7 miljard euro) uit wederuitvoer.

Directe import
Nederlandse bedrijfstakken verwerkten en verbruikten tussen 2015 en 2018 relatief meer inputs uit China dan uit andere landen. Veel sectoren kennen vooral een directe import uit China. Zo voeren vooral de bouw (ruim 1 miljard euro), de informatie- en communicatiebranche, de groot- en detailhandel en de quartaire sector (de niet-commerciële dienstverlening) direct Chinese goederen in. Ook bij de invoer uit de VS overheerst de directe import, waarbij de invoer van kapitaalgoederen zoals machines opvalt. Tegenover directe import staat indirecte import waarbij bedrijven van andere Nederlandse bedrijven goederen afnemen waarin inputs uit China of de VS zijn verwerkt. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de groothandel, die goederen inkoopt van de Nederlandse industrie. Om deze goederen te produceren heeft de Nederlandse industrie halffabricaten uit China ingekocht. Deze halffabricaten vallen dan onder de indirecte import van de Nederlandse groothandel. Het betekent dat ook de groothandel daarmee gevoelig is voor de ontwikkeling van de handel van Nederland met China.

Grondstoffen en halffabricaten
Verreweg het grootste deel van de import uit China en de VS door Nederlandse bedrijfstakken is cruciaal voor de productie van Nederlandse exportgoederen en -diensten. Van de uit China geïmporteerde grondstoffen en halffabricaten gaat gemiddeld ongeveer 45 procent naar producten van eigen makelij en diensten die uiteindelijk in Nederland geconsumeerd worden. Voor de VS nam dit aandeel door de jaren heen af van 42 procent naar 33 procent. Verder voerde Nederland vanuit China in 2018 voor 2,8 miljard euro aan producten in om in exportartikelen te verwerken. Het grootste deel hiervan bestond uit machines, apparaten en onderdelen. Bedrijven gebruikten ruim 8 procent ervan voor export naar de VS.

Daarnaast verwerkten Nederlandse bedrijven in 2018 voor 217 miljoen euro aan optische, fotografische, medische, precisie- en meetinstrumenten uit de VS in de export. Een aanzienlijk deel daarvan (158 miljoen euro) werd gebruikt voor uit te voeren machines en machineonderdelen. Deze rekent het CBS tot de meest winstgevende exportproducten van Nederland.

Import uit China
De goederenimport uit China groeide volgens het CBS de afgelopen drie decennia veel harder dan de totale goedereninvoer. Het aandeel in de import van de Chinese goederen nam toe van 0,5 procent in 1988 naar 8,9 procent in 2018. Van de 39,2 miljard euro import uit China in 2018 exporteerde Nederland twee derde (26,3 miljard euro) weer naar andere landen. Daarnaast importeren bedrijven relatief vaak hightechproducten uit China om deze verder te verwerken.

Het deel van de Chinese import van 12,8 miljard euro voor de Nederlandse markt bestond voor 7,6 miljard euro uit directe invoer voor de productie van goederen en diensten door bedrijven in Nederland. Volgens het CBS bestaat 28 procent van de 7,6 miljard euro aan Chinese import voor gebruik in Nederlandse productieprocessen uit hightechgoederen, zoals laptops, tablets en telefoons. Gemiddeld is dit 9 procent voor de totale Nederlandse import. Bij de andere 5,2 miljard euro ging het om de invoer van eindproducten in de vorm van consumptiegoederen zoals speelgoed of kapitaalgoederen zoals machines.

Mediumhightechgoederen vormden met 34 procent (gemiddeld 26 procent voor totale import) het grootste deel van de invoer uit China voor verdere verwerking. Hierbij zijn de belangrijkste ingevoerde producten ledlampen, lithium-ion-batterijen (vooral gebruikt in consumentenelektronica en elektrische auto’s) en telefoonladers.

Relatief gezien importeerde de IT- en informatiedienstverlening het meest uit China. Van de totale import van deze bedrijfstak was 36 procent afkomstig uit China. Het ging vooral om computers en computeronderdelen. Verder voerde de telecomsector relatief veel in uit China met een aandeel van 19 procent in de import. De voornaamste invoer uit China van deze sector bestond uit telefoons.

Toegenomen afhankelijkheid
Het Nederlandse bedrijfsleven is steeds meer afhankelijk geworden van buitenlandse inputs, waaronder die uit China en de VS. De import uit China is de afgelopen jaren sterk gestegen. De Nederlandse bedrijven zijn daarmee veel afhankelijker van goederen uit China geworden. Met de toegenomen afhankelijkheid is ook de gevoeligheid van Nederlandse bedrijven voor economische spanningen tussen China en de VS gestegen. Dit geldt niet alleen voor direct uit de twee landen ingevoerde goederen, maar ook voor indirecte import. Inkoopafdelingen doen er goed aan om zich een goed beeld te vormen van hun afhankelijkheid van producten uit de VS en China of producten waarin grondstoffen of halffabricaten uit de VS of China zijn verwerkt. Op basis daarvan kunnen ze alternatieven op een rij zetten voor het geval er sprake is van economische, prijsopdrijvende maatregelen.

Partner van Inkoperscafé

Selecteer inkopers op karakter, niet op werkervaring


Ayten Zor
Manager Inkoop UBR | HIS – Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Voor Ayten Zor bestaat er geen ‘schaarste op de arbeidsmarkt’. Integendeel. Ze kijkt breed naar kwaliteiten van mensen, verder dan werkervaring en opleidingsniveau. Resultaat is dat de inkooporganisatie UBR|HIS beschikt over een groeiende groep gemotiveerde inkoopadviseurs met heel diverse achtergronden.

Wat is jouw rol binnen de Rijksoverheid? 
‘Als manager Inkoop van UBR|HIS van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stuur ik zeventig inkopers en projectsecretarissen aan. Samen helpen we zes ministeries met zo’n 200 aanbestedingen per jaar en ongeveer 1.500 offertetrajecten. We zijn een geoliede machine. Tegelijkertijd willen we die machine voortdurend verbeteren. Zo zijn we in klantteams gaan werken, waardoor interne opdrachtgevers meer herkenbaarheid en continuïteit ervaren. Ze pakken eerder de telefoon en betrekken ons vroeger in het proces. Door eerder aan tafel te zitten, kunnen we ons verdiepen in de context, meedenken over de inkoopstrategie en adviseren over bijvoorbeeld selectie- en gunningscriteria.’

‘Wij kopen cruciale producten en diensten in om onze kerntaken te kunnen uitvoeren. Wij zijn de ‘gatekeepers’ en zeker niet het sluitstuk in een inkooptraject.’

Wat is de belangrijkste uitdaging in het inkoopvak?
Inkoop vormt een ontzettend belangrijk onderdeel van de Rijksoverheid: wij kopen cruciale producten en diensten in om onze kerntaken te kunnen uitvoeren. Tegelijkertijd ligt inkoop onder een vergrootglas. Media houden goed in de gaten of we ons geld wel doelmatig besteden. Wij zijn dus de ‘gatekeepers’ en zeker niet het sluitstuk in een inkooptraject. Om onze rol impactvol uit te voeren hebben we meer inkopers nodig. Waarbij ik een verschil maak tussen inkopers en goede inkopers.’

Waar zit dat verschil in volgens jou? 
‘We zijn als Rijksoverheid gewend om inkopers te selecteren op hun werkervaring. Die ervaren mensen vind je vooral bij de Rijksoverheid zelf. De inkoopuitvoeringsorganisaties (IUC’s) van het Rijk vissen dus in elkaars vijver. Terwijl ik voorstander ben van een nieuwe manier van werven en selecteren. Waarom is tien jaar werkervaring per se nodig? Een goede inkoper beoordeel ik vooral op zijn of haar karaktereigenschappen. Kan hij of zij het goede gesprek voeren, de context doorgronden, nieuwsgierig doorvragen, pragmatisch meedenken, een inhoudelijk advies uitbrengen? Inkoop draait tegenwoordig ook om duurzaamheidsdoelstellingen en social return. Ik kijk liever naar een persoon dan naar een cv.’

‘Mijn stelling is: ervaring is niet alles. En dus benader ik de arbeidsmarkt heel breed’

Wat betekent die visie voor jouw werving- en selectiebeleid? 
‘Mijn stelling is: ervaring is niet alles. En dus benader ik de arbeidsmarkt heel breed. Toen ik hier vijf jaar geleden begon, trof ik een inkooporganisatie aan met capaciteitsproblemen. Om dat tij te keren, startte ik een inkoopklas. Daarvoor heb ik zes goede mensen aangenomen van binnen en van buiten het Rijk, geselecteerd op hun karaktereigenschappen en niet op hun ervaring als inkoper. Ik zei: jij brengt ons jouw kwaliteiten, en wij leren jou het inkoopvak. De eerste drie weken volgden ze workshops en masterclasses over zaken als aanbestedingsrecht. Maar ook leerden we ze basale dingen, zoals hoe onze processen lopen en hoe je je gedraagt in een breder speelveld met meerdere stakeholders. Iedere kandidaat werd gekoppeld aan een ervaren inkoper, een buddy. Zij hebben de kandidaten on the job getraind. Na een aantal maanden begonnen ze aan een NEVI-opleiding. Dat traject van één jaar heeft zijn vruchten afgeworpen: alle zes de kandidaten zijn nu in vaste dienst, waarbij de meerderheid Europese aanbestedingen doet. Ze zijn allemaal volwaardig inkoopadviseur. Nu loopt de tweede inkoopklas.’

Wat is het succesrecept? 
‘Dat je verder kijkt dan hoe je het altijd deed. Neem onze vacatureteksten. Daar heb ik een dikke streep doorheen gezet. Kan dat zomaar, vroegen collega’s me. Ja hoor! Ik heb de teksten versimpeld, ingekort en allemaal eisen weggehaald, zoals het verplichte wo-diploma. Inkoopkennis is niet langer een eis, maar een pre. Waar ik vooral naar kijk zijn competenties: ben je adviesvaardig, communicatief, onderzoekend? Resultaat is dat er nu veel meer mensen, met zeer diverse achtergronden, reageren op een vacature. Uit die mensen kiezen is alleen maar een feestje. Een ander winstpunt is dat de zittende inkopers ook extra gemotiveerd en geïnspireerd raken. De nieuwe, startende inkopers stellen kritische vragen over ingesleten patronen. Die frisse wind is goed. De club wordt steeds diverser in leeftijd, gender, afkomst en professionele achtergrond. Daardoor ontstaat nog meer een cultuur van samen aanpakken en verbeteren.’

Hoe zorg je ervoor dat inkopers graag bij je blijven? ‘Door in ze te investeren, want personeel is mijn grootste goed. Hoe diverser de samenstelling van een groep, hoe meer verschillende zienswijzen en inzichten. Dit is een verrijking waar wij dankbaar gebruik van maken. Ik noem mezelf geen trekker, maar een duwer. De deskundigen weten wat ze moeten doen, dat hoef ik ze niet te vertellen. Ik hoor graag wat zij nodig hebben om hun werk uit te voeren. Dan ga ik dat organiseren. Ik ben van nature heel enthousiast ingesteld, ik probeer reuring in de tent te krijgen. Daarom organiseer ik kennissessies, themabijeenkomsten en geef ik ruimte voor projecten en experimenten. Verbinding is voor mij het schakelwoord, je moet het samen willen doen. Volgend jaar gaan we voor de derde keer de hei op met de hele afdeling. We zitten dan met elkaar in een conferentiecentrum met overnachting. Zo’n uitstapje is inhoudelijk én fun. Want wanneer ontstaat echte verbinding? Als je met elkaar eet, tot laat borrelt en echte gesprekken voert.’

Heb je een belangrijk advies voor andere inkoopmanagers?
‘Juich de ontwikkeling van je mensen toe, ook als ze hun vleugels elders willen uitslaan. Als een van mijn medewerkers wil vertrekken, raak ik niet in paniek. Integendeel. Ik moedig ze alleen maar aan verder te kijken en help ze om iets nieuws te vinden. Want het is zeker niet de bedoeling dat je je leven lang bij UBR|HIS blijft. Laatst vertrokken twee collega’s naar een andere werkgever. Later kwamen ze weer terug, als ‘spijtoptanten’. Natuurlijk konden ze weer bij mij aan de slag. Als je goed uit elkaar gaat, is het later ook weer gemakkelijk om met elkaar door te gaan. Ik weet precies wat ik aan ze heb en bovendien brengen zij weer kennis en ervaring van buiten mee. Ik denk nooit vanuit schaarste, maar vanuit overvloedige mogelijkheden en nieuwe kansen.’

Meld je aan voor meer informatie over Inkoop bij de Rijksoverheid


Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres