Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Inkoperscafé:

Verslechtering omstandigheden vlakt iets af – Nevi PMI® juni 45.2

De Nevi PMI®  van juni kwam uit op 45.2. Dit betekent dat de achteruitgang in juni flink minder groot was dan in mei (40.5). Maar het betekent ook nog steeds een aanzienlijke verslechtering.

De productie daalde fors, zij het in de geringste mate in drie maanden. Het aantal orders uit binnen- en buitenland bleef dalen, maar beduidend minder dan in mei. Door sommige bedrijven werd een licht herstel van de klantvraag gemeld.

De hoeveelheid onvoltooid en nog niet uitgevoerd werk daalde in de op een na grootste mate in meer dan acht jaar en de bedrijven verminderden fors hun inkoopactiviteiten. De materiaalvoorraad daalde voor de tweede achtereenvolgende maand en de voorraad gereed product bleef gelijk. De levertijden namen toe, zij het in de geringste mate sinds januari.

De werkgelegenheid bleef fors afnemen. De inkoopprijzen daalden in de sterkste mate sinds maart 2016 en de verkoopprijzen namen aanzienlijk af.

Voor het eerst in drie maanden was er weer optimisme over de toekomstige productieomvang, zij het voorzichtig.

‘Lichtpuntje’
Ondernemers zien eindelijk een lichtpuntje aan het eind van de tunnel”, zegt Albert Jan Swart, sectoreconooom industrie bij ABN AMRO. “Voor het eerst in maanden zijn ondernemers in de Nederlandse industrie weer voorzichtig optimistisch over de productie over twaalf maanden. Dankzij de versoepeling van ‘lockdowns’ in veel Europese landen zien ondernemers de toekomst in 2021 weer iets zonniger in. Op de korte termijn is de crisis echter nog niet voorbij, zo blijkt uit de deelindicatoren voor de productie en de nieuwe orders, die nog altijd duiden op een afname van de bedrijfsactiviteit. Veel industriële ondernemers letten dan ook nog steeds scherp op de kosten. Zo sneden zij verder in het aantal banen en kochten ze nog minder voorraad in om de kaspositie op peil te houden. Op die manier proberen ze deze korte maar zeer heftige crisis te overleven.”

Redactioneel commentaar van Albert Jan Swart, sectoreconoom industrie bij ABN AMRO.

Nederlandse industrie ondanks malaise voorzichtig optimistisch
Ondernemers zien eindelijk een lichtpuntje aan het eind van de tunnel. Voor het eerst in maanden zijn ondernemers in de Nederlandse industrie weer voorzichtig optimistisch over de productie over twaalf maanden. Dankzij de versoepeling van ‘lockdowns’ in veel Europese landen zien ondernemers de toekomst in 2021 weer iets zonniger in.

Op de korte termijn is de crisis echter nog niet voorbij, zo blijkt uit de deelindicatoren voor de productie en de nieuwe orders, die nog altijd duiden op een afname van de bedrijfsactiviteit. De orderportefeuilles blijven in hoog tempo slinken. Een zorgwekkende ontwikkeling, want als de orderportefeuilles uiteindelijk leeg raken en de vraag niet aantrekt, droogt de omzet helemaal op.

De industrie heeft niet alleen last van een gebrek aan orders. Doordat er minder vraag is, staan ook de afzetprijzen sterk onder druk, waardoor de omzet nog verder daalt. Daarnaast kampen ondernemers nog steeds met ontregelde internationale toeleveringsketens, waardoor de levertijden van onderdelen verder oplopen. Veel industriële ondernemers letten dan ook nog steeds scherp op de kosten. Zo sneden zij in juni verder in het aantal banen en kochten ze nog minder voorraad in om de kaspositie op peil te houden. Op die manier proberen ze deze korte maar zeer heftige crisis te overleven.

Producenten van consumentengoederen, zoals voedselverpakkingen voor de horeca, zien het aantal nieuwe orders toenemen, maar de vraag naar investeringsgoederen herstelt nog niet. De nog altijd lage inkoopmanagersindices in binnen- en buitenland duiden op een negatief sentiment bij ondernemers. ABN AMRO verwacht dat dit negatieve sentiment ook op de langere termijn een drukkend effect heeft op de economische groei.

Momenteel neemt de economische activiteit toe ten opzichte van de periode van de ‘lockdowns’. De economie herstelt echter niet volledig. Om het virus in te dammen zijn immers nog steeds maatregelen van kracht die een rem vormen op de economische groei. Daarnaast is het sentiment bij ondernemers en consumenten nog steeds negatief, wat leidt tot minder investeringen en consumentenbestedingen. Uit de forse toename van het aantal besmettingen in de Verenigde Staten in de laatste weken blijkt dat het virus nog steeds een bedreiging vormt voor de economie, aangezien overheden opnieuw harde maatregelen moeten treffen.

Naar verwachting trekken de investeringen voorlopig niet aan, mede doordat het aantal faillissementen en de werkloosheid de komende tijd toenemen. ABN AMRO verwacht dat de eurozone in het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 te maken krijgt met een nieuwe recessie. Het lijkt er dus op dat de industriële productie niet krachtig kan herstellen voor 2021.

Partner van Inkoperscafé:

Teruggang productiesector zet hard door – Nevi PMI® mei 40.5

De COVID-19-pandemie leidde in mei tot een PMI-cijfer van 40.5, het laagste sinds het hoogtepunt van de wereldwijde financiële crisis in mei 2009.

De productie daalde in het op een na hoogste tempo ooit en de afname van het aantal nieuwe orders – de derde op rij – was een van de grootste sinds het begin van dit onderzoek. Hetzelfde geldt voor de export orders.

De werkgelegenheid nam in de op een na grootste mate in bijna elf jaar af. Tegelijkertijd werden de achterstanden opnieuw verkleind. De daling van de hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk was kleiner dan in april, maar bleef een van de grootste in meer dan zeven jaar.

De inkoopactiviteiten namen verder af en de hoeveelheid ingekocht materiaal daalde in de grootste mate sinds april 2009. De voorraad ingekochte materialen was voor de eerste keer sinds februari kleiner en deze daling was de grootste in zeven jaar. De levertijden namen opnieuw toe.

De inkoopprijzen daalden in de grootste mate sinds april 2016 en de verkoopprijzen in de grootste mate sinds november 2009. De productievooruitzichten voor de komende twaalf maanden waren voor de tweede maand op rij negatief, zij het iets minder pessimistisch dan in april.

‘Onzeker of bodem is bereikt’
“Veel ondernemers geven aan tijdelijke banen te hebben geschrapt om kosten te besparen. Aangezien de orderportefeuilles verder zijn geslonken en het aantal nieuwe orders verder afneemt, is het de vraag of de industrie de bodem al bereikt heeft”, zegt Albert Jan Swart, sectoreconoom industrie bij ABN AMRO. “Sommige bedrijven, zoals producenten van verpakkingen voor consumentengoederen, kunnen in juni waarschijnlijk profiteren van de verlichting van ‘lockdowns’ in binnen- en buitenland. Maar de vraag naar kapitaalgoederen zal naar verwachting de komende maanden nog zwak blijven.”

Redactioneel commentaar van Albert Jan Swart, sectoreconoom industrie bij ABN AMRO.

Nederlandse industrie snijdt verder in loonkosten
Nadat de Nevi PMI over april al was ingestort naar het laagste niveau sinds 2009, is de index over mei verder gedaald. De verdere neergang werd veroorzaakt door een scherpe afname van inkoop en ingekochte voorraad. De productie, het aantal nieuwe orders en de werkgelegenheid daalden iets minder snel dan in april, maar de indicatoren wijzen nog altijd op een diepe recessie.

De Nederlandse industrie teerde verder in op de openstaande orders. De omzet is de laatste maanden flink gedaald en het eind is nog niet in zicht. Uit een analyse van ABN AMRO blijkt dat de Nederlandse industrie in het tweede kwartaal zo’n tien miljard euro aan omzet misloopt. Ondernemers snijden dan ook flink in de kosten. De scherpe afname van inkoop en ingekochte voorraad wijst erop dat producenten hun liquiditeitspositie willen versterken. Ondernemers sneden voor de derde maand op rij in de loonkosten. Opnieuw geven veel ondervraagde bedrijven aan tijdelijke contracten te hebben beëindigd.

De productie in China is weer goed op gang gekomen en ook in diverse Europese landen openden veel fabrieken vorige maand weer de deuren. Toch zijn toeleveringsketens nog altijd sterk ontregeld, zoals blijkt uit de deelindicator voor levertijden, die in mei verder opliepen door problemen bij productie en in de logistiek. Hoewel er nog steeds tekorten zijn aan allerlei onderdelen, lijken de leveringsproblemen niet te leiden tot inflatie. In tegendeel; zowel de inkoop- als de afzetprijzen daalden in mei sterk. De inkoopprijzen daalden mede door lagere prijzen van olie en grondstoffen. Producenten verlaagden de verkoopprijzen vanwege de lage vraag naar hun producten.

Ondernemers zijn wel iets minder pessimistisch geworden over de komende twaalf maanden. De cijfers over het producentenvertrouwen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) lieten eind mei al een vergelijkbaar beeld zien. Heeft de Nederlandse industrie dan de bodem bereikt? Vooralsnog wijst de verdere afname van nieuwe orders daar niet op. Het risico bestaat dat sommige bedrijven door hun orderportefeuilles heen raken, waardoor de productie verder kan inzakken. Wel heeft de vraag naar consumentengoederen misschien de bodem bereikt. Door de versoepeling van ‘lockdowns’ in diverse Europese landen kan de vraag naar bijvoorbeeld verpakkingen voor horeca-producten uit het dal klimmen. Dit is echter maar een klein segment in vergelijking met de gehele Nederlandse industrie. Met name de vraag naar investeringsgoederen is zwak.

Partner van Inkoperscafé:

Grootste productiedaling ooit – Nevi PMI® april 41.3

De Nevi PMI daalde van 50.5 in maart naar 41.3 in april, het laagste cijfer sinds mei 2009. Dit wijst op een grote verslechtering van de toestand van de productiesector als gevolg van de coronapandemie.

De productieomvang daalde in de grootste mate sinds het begin van dit onderzoek in 2000. Hetzelfde gold voor de daling van het aantal nieuwe orders. De daling van de inkoopactiviteiten was de grootste sinds december 2011. De druk op de toeleveringsketen was echter groter, wat leidde tot de grootste verlenging van de levertijden sinds het begin van dit onderzoek.

De personeelsbestanden namen in de grootste mate af sinds juli 2009. Toch konden de bedrijven hun achterstanden snel inlopen. De inkoopkosten daalden in geringe mate en de verkoopprijzen bleven grotendeels stabiel. De verwachtingen voor de toekomstige productieomvang zakten in naar het laagste niveau ooit, waarbij de bedrijven uitgingen van een daling van de productie in de komende twaalf maanden.

Ergste moet nog komen
“De Nederlandse industrie wordt hard geraakt door de coronacrisis”, zegt Albert Jan Swart, sectoreconoom industrie bij ABN AMRO. “Hoewel de industriële productie in april in recordtempo afnam, zijn er duidelijke aanwijzingen dat dit pas het begin zou kunnen zijn. Ondanks maatregelen van het kabinet om banen te behouden, nam de werkgelegenheid af in het snelste tempo sinds juli 2009. Naar verwachting herstelt de vraag naar industriële goederen voorlopig niet. Om die reden hebben veel ondernemers tijdelijke medewerkers weggestuurd, terwijl ze enkele maanden geleden nog zoveel moeite deden om personeel te vinden. Het lijkt erop dat de Nederlandse industrie zich schrap zet voor een nog grotere dreun. Alles wijst er helaas op dat het ergste nog moet komen.”

Redactioneel commentaar prof. dr. ir. Bart Vos, Scientific Director Brightlands Institute for Supply Chain Innovation (BISCI) en verbonden aan Maastricht University

“Het zat er natuurlijk wel aan te komen, maar de Nevi PMI is fors onderuitgegaan: van 50.5 in maart naar 41.3 in april. Er blijkt dus internationaal gezien sprake te zijn van een na-ijleffect, maar nu is de impact van de COVID-19 pandemie ook in volle hevigheid zichtbaar in de Nederlandse PMI-cijfers. Het is altijd gevaarlijk om een fenomeen ‘historisch’ te noemen, feit is wel dat de daling van zowel productievolumes als het aantal nieuwe orders sinds de start van het Nevi PMI-onderzoek (maart 2000) nooit zo groot is geweest. Respondenten geven aan dat de noodmaatregelen om de impact van het coronavirus op de volksgezondheid zoveel mogelijk in te perken hebben geleid tot een forse daling van de vraag in binnen-en buitenland. Daarnaast zijn in diverse sectoren productiefaciliteiten voor langere periode gesloten. In de Europese auto-industrie zijn fabrieken gemiddeld bijna een maand dicht geweest, voor de VDL Nedcar vestiging in Born betekende dit dat sinds medio maart circa vijfduizend werknemers thuis hebben gezeten. En uiteraard hebben deze maatregelen ook gevolgen voor de vele toeleveranciers van autofabrikanten. Vanwege de vele afhankelijkheden in mondiale ketens zal het opstarten van de productie een geleidelijk proces zijn, nog even los van de onzekerheid betreffende de vraag naar auto’s.

Verder zijn Nederlandse PMI-respondenten zijn ook niet bepaald positief over hun toekomstperspectief. De Nevi PMI-deelindex ‘toekomstige productie’ kwam voor het eerst sinds deze vraag werd gesteld (juli 2012) ruim onder de 50.0 uit. Dit betekent dat Nederlandse producenten het komende jaar met weinig vertrouwen tegemoetzien, het merendeel van de bedrijven verwacht een daling van de productie. Deze pessimistische stemming wordt grotendeels veroorzaakt door de onzekerheid over en de impact van de COVID-19 pandemie.

Deze sombere toekomstverwachtingen zijn ook terug te vinden in recente CBS-cijfers het producentenvertrouwen. Het vertrouwen van Nederlandse producenten daalde van 0.2 in maart naar -28.7 in april. Een daling van deze omvang is sinds de start van dit onderzoek in 1985 niet eerder voorgekomen. Ter vergelijking: het gemiddelde producentenvertrouwen van de afgelopen twintig jaar stond op 0.8. En ook uit het CBS-onderzoek blijkt dat ondernemers somber zijn over hun toekomstige bedrijvigheid.

Zowel de meest recente PMI-cijfers als de CBS-data laten dus een somber beeld zien, zijn er dan helemaal geen lichtpuntjes? Internationaal gezien geven de Chinese PMI-cijfers aanleiding tot voorzichtig optimisme. Na een heel forse daling in februari (tot 35.7) volgen een bijna net zo snel herstel in maart (tot 52.0). Dit betekent niet tot de Chinese productiesector weer als vanouds draait, zeker niet, maar het snelle herstel is toch een positief signaal.  Nu is de Nederlandse economie natuurlijk heel anders dan die van China, maar tijdens de crisis in 2008-2009 liet de Nevi PMI een vergelijkbaar patroon zien. Een forse daling tot zelfs verder onder de veertig werd gevolgd door een vrij steile herstelperiode, duidend op voldoende veerkracht in productieketens.

Verder leidt deze crisis nationaal en internationaal tot creatieve, innovatieve oplossingen. Een voorbeeld is te vinden in het tegengaan van verspilling in voedselketens. In Nederland koppelt een non-profit digitale marktplaats leveranciers met overtollige voorraden direct aan consumenten.

Sprankjes van hoop in verder sombere tijden, vol met door minister-president Rutte benoemde duivelse dilemma’s, maar ze bieden hopelijk enig houvast om zijn ‘hou vol’ motto te blijven toepassen.”

Redactioneel commentaar van Albert Jan Swart, sectoreconoom industrie bij ABN AMRO.

Nederlandse industrie zet zich schrap voor ongekende crisis
“De Nederlandse industrie wordt hard geraakt door de coronacrisis. Waar de Nederlandse industrie in maart te kampen had met een aanbodschok door de vertraagde levering van halffabricaten uit China, kijkt de sector inmiddels aan tegen een wereldwijde economische recessie. Terwijl de Nevi PMI over maart nog 50,5 scoorde, wat duidt op een lichte groei van de bedrijfsactiviteit, is de index over april ingestort naar 41,3, de laagste stand sinds 2009. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat dit pas het begin zou kunnen zijn van een ongekende crisis. Zolang er geen vaccin is, kan de consumptie niet herstellen en zal de industrie voor langere tijd last hebben van teruglopende investeringen.

De industriële productie verslechterde in april met het hoogste tempo sinds het begin van de enquête in 2000. Ook de conjunctuurenquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wijst op een historische neergang van de industriële productie: de gemiddelde bezettingsgraad daalde van 82,7 procent in januari naar 74,2 procent in april, de laagste bezettingsgraad ooit sinds het begin van de rondvraag in 1989. Uit een enquête van de Koninklijke Metaalunie onder haar leden in de metaalbewerking blijkt eveneens een forse teruggang van omzet en orders.

Tal van tekenen wijzen op een verdere erosie van de productie. Zo nam het aantal nieuwe orders in recordtempo af, in binnen- en buitenland. Momenteel zijn veel bedrijven nog bezig met het wegwerken van openstaande orders, zo blijkt uit gesprekken met zakelijke klanten van ABN AMRO. Uit de Nevi PMI blijkt dan ook dat de orderportefeuilles in april snel zijn geslonken. Het is dus vooral te danken aan de achterstallige orders dat de industrie afgelopen maand nog wat werk om handen had. Vooral kleine en middelgrote industriële ondernemingen hebben het momenteel zwaar. Zij bedienen vaak een bepaalde afzetmarkt of een klein aantal belangrijke afnemers. Als die afzetmarkt tegenzit of een belangrijke afnemer geen orders meer plaatst, droogt de orderstroom snel op. Zeker is dat op dit moment orders vanuit bijvoorbeeld de luchtvaart, de scheepvaart en offshore voor een groot deel zijn weggevallen.

Als het aantal nieuwe orders de komende maanden niet aantrekt, komt de bodem van de orderportefeuilles in zicht en zakt de industriële productie verder in. Het lijkt erop dat industriële ondernemers nu al voorsorteren op zo’n scenario, want de werkgelegenheid nam in april af met het snelste tempo sinds juli 2009, ondanks alle maatregelen van het kabinet om banen te behouden. Veel ondernemers geven aan tijdelijke medewerkers te hebben weggestuurd. De Nederlandse industrie heeft een flexibele schil van zo’n 20 procent, bestaande uit tijdelijke arbeidskrachten, uitzendkrachten et cetera. Het wegsturen van personeel is opvallend, want enkele maanden geleden deden ondernemers nog veel moeite om geschikt personeel te vinden. Overigens hebben industriële ondernemers daarnaast op grote schaal gebruik gemaakt van de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), de nieuwe werktijdsverkortingsregeling van de overheid. Uit cijfers van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) van 30 april blijkt dat een kleine 12.000 industriële bedrijven al gebruik hebben gemaakt van die regeling, zo’n twintig procent van het totale aantal bedrijven in de industrie (exclusief de voedingsmiddelenindustrie). Deze bedrijven rapporteren een omzetverlies van gemiddeld bijna zestig procent. In een kleine maand tijd kregen industriële ondernemers door het UWV ruim 300 miljoen euro aan loonkosten vergoed. Het feit dat het aantal banen – ondanks de NOW-regeling – snel daalt, is een duidelijk teken dat ondernemers erop rekenen dat deze crisis nog wel even duurt. En zolang het aantal nieuwe orders niet aantrekt, neemt de werkgelegenheid vermoedelijk verder af.

Het lijkt erop dat industriële ondernemers kiezen voor structurele verlaging van de productie om de personeelskosten te drukken in plaats van het op peil houden van de capaciteit om in ieder geval de openstaande orders snel weg te werken. Deze handelwijze is begrijpelijk, want het lijkt erop dat een krachtig herstel van de vraag voorlopig niet te verwachten is. Nog maar enkele weken geleden verwachtten veel economen nog een zogenoemd V-vormig herstel. Inmiddels rekent vrijwel niemand er meer op dat de economische groei binnen enkele maanden flink aantrekt.

De verstrekkende maatregelen die overheden over de hele wereld nemen om het coronavirus onder controle te krijgen, trekken diepe sporen. Het stilleggen van een groot deel van de wereldeconomie leidt tot een abrupte afname van de werkgelegenheid, die resulteert in een daling van inkomens en vertrouwen in de economie. Dat leidt tot een flinke afname van de vraag naar duurzame goederen zoals auto’s – een ramp voor de Europese auto-industrie en enkele honderden Nederlandse toeleveranciers. Momenteel wordt de autoproductie in Europa na een stilstand van weken weer mondjesmaat opgestart. Het is echter maar zeer de vraag hoeveel consumenten dit jaar nog een nieuwe auto bestellen. 

Behalve de particuliere consumptie lopen ook de bedrijfsinvesteringen flink terug. De Nederlandse industrie heeft daar veel last van. Nu het kwartaalcijferseizoen is losgebarsten, meldt de ene na de andere beursgenoteerde onderneming flink te zullen snijden in banen en investeringen om over voldoende cash te blijven beschikken. Zo meldde Airbus eind april in een brief aan zijn medewerkers flink te moeten bezuinigen omdat het voortbestaan van het bedrijf op het spel staat. Doordat wereldwijd veel vliegtuigmaatschappijen op omvallen staan, zijn veel orders voor nieuwe vliegtuigen geannuleerd. Airbus speelt een belangrijke rol in de Europese industrie, want de pan-Europese vliegtuigbouwer koopt veel onderdelen in bij andere industriële bedrijven, ook in Nederland.

De Nederlandse industrie is zeer afhankelijk van export. Van elke euro die de Nederlandse industrie verdient, wordt volgens het CBS 70 cent door export opgebracht. Het belang van de Nederlandse maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus is dus beperkt. Belangrijker zijn de mondiale ontwikkelingen. Verlichting van maatregelen wereldwijd zou de industrie kunnen helpen. Een sterke opleving van de vraag is voorlopig echter niet te verwachten, aangezien het vertrouwen om meer te consumeren en te investeren een deuk heeft gekregen. Het lijkt erop dat de industriële productie pas echt kan herstellen als er een vaccin is. Dan pas is er licht aan het eind van de tunnel en komen investeringen en productie weer op gang.

De Nederlandse industrie staat aan het begin van een ongekende crisis. ABN AMRO verwacht pas in 2021 een voorzichtig herstel van de industriële productie. Een lichtpuntje is dat veel bedrijven de laatste jaren veel vet op de botten hebben gekregen. En de industrie heeft dat vet ondanks alle steunmaatregelen hard nodig.”

Partner van Inkoperscafé:

ABN AMRO participeert vanaf mei 2020 in Nevi Purchasing Managers Index (PMI)

Met ingang van mei 2020 participeert ABN AMRO in de maandelijkse Nevi inkoopmanagersindex, de Nevi PMI. Met de eerstvolgende publicatie, op 4 mei aanstaande, gaat ABN AMRO duiding geven aan de economische ontwikkelingen op basis van deze Nederlandse inkoopmanagersindex. In mei nog in samenwerking met Bart Vos, die sinds anderhalf jaar zijn visie geeft op de index. Vanaf juni draagt Vos het stokje dan volledig over aan ABN AMRO. Met deze samenwerking wordt het belang en de rol van inkoop op de strategie van bedrijven nog beter en breder onder de aandacht gebracht.

Jeroen Harink, algemeen directeur Nevi: “Ik ben blij met ABN AMRO als partner van de Nevi PMI, dé economische indicator voor de Nederlandse productiesector. Met ABN AMRO als partner, krijgt inkoop in de financiële wereld een zichtbare en prominente plek. Daarnaast pakken we samen ook maatschappelijke ontwikkelingen op zoals duurzaamheid en de circulaire economie.” 

Albert Jan Swart, Sectoreconoom Industrie bij ABN AMRO: “Als bank horen we dagelijks van onze klanten hoe belangrijk het duiden van economische ontwikkelingen is voor de strategie van bedrijven en de rol van inkoop daarin. We zijn dan ook verheugd om als partner van de Nevi PMI ondernemers maandelijks nog meer duiding aan te kunnen bieden.”

Webinar Nevi PMI
Eén van de eerste concrete uitwerkingen van de samenwerking is het gratis Webinar Nevi PMI dat op woensdag 6 mei aanstaande van 14.30 tot 15.45 uur gepland staat. Een interactief webinar waar de laatste macrotrends en ontwikkelingen van de economie worden besproken aan de hand van de Nevi inkoopmanagersindex. Meer informatie en aanmelden kan hier.

Perspectief op de toekomst
Jeroen Harink: “Meer dan ooit is duidelijk dat allianties met anderen de sleutel is naar succes. De kunst is om met de juiste partijen een zodanige samenwerking aan te gaan, dat we waarde kunnen leveren, zowel voor de maatschappij, voor organisaties als voor inkoopprofessionals. En dat doen we met vele partijen, en nu ook met ABN AMRO.”

Over Nevi
Nevi is het kennisnetwerk voor inkoop, contract- en supply management. Gevoed door visies en inzichten uit bedrijfsleven, publieke sector onderwijs en wetenschap bundelen en duiden wij alle facetten van procurement. Wij delen die diepgaande kennis: in onze vereniging van 7.000 professionals die elkaar inspireren en stimuleren. In doelgerichte opleidingen, trainingen en events voor iedereen die verder wil in ons mooie vak. En in innovatieve krachtenbundelingen met maatschappelijke en commerciële partners.
Zo brengen wij, gezamenlijk, procurement naar een hoger niveau. Nevi. Procurement in perspectief. Meer informatie: www.nevi.nl.

Over ABN AMRO
ABN AMRO heeft een duidelijke en gedurfde doelstelling: banking for better, for generations to come. Als bank hebben we een enorme impact op de economie en maatschappij; door de juiste keuzes te maken, willen we een positieve en duurzame bijdrage leveren. Onze purpose vormt het vertrekpunt bij alles wat we doen. Nu, straks én overmorgen. Bij alles wat we doen, bekijken we of het beter kan.

Met onze producten en diensten hebben we impact op de levens van miljoenen mensen. Of we nu bijdragen aan de overgang naar een circulaire of duurzame economie, of starters helpen bij de financiering van een eerste huis: we bouwen mee aan een betere toekomst. Onze purpose: banking for better, for generations to come. Meer informatie: www.abnamro.nl

Partner van Inkoperscafé:

Nieuwe orders nemen sterk af – Nevi PMI® maart 50.5

Zoetermeer, 1 april 2020 – De Nevi PMI van maart was met 50.5 flink lager dan het cijfer van 52.9 van februari. Toch duidt dit cijfer nog steeds op een (geringe) verbetering in maart. De productie daalde in bescheiden mate. Het aantal nieuwe orders daalde in de grootste mate sinds eind 2011 en hetzelfde gold voor de export orders.

De verlenging van de gemiddelde levertijden was aanzienlijk en de grootste sinds september 2018. De voorraad eindproducten daalde in de grootste mate in vijf jaar en ook de inkoopactiviteiten namen af. De voorraad ingekochte materialen steeg licht.

De werkgelegenheid nam in beperkte mate af. De inkoopprijzen namen toe, evenals de verkoopprijzen. Deze laatste inflatie was echter gering.

De toekomstverwachtingen van de bedrijven waren, vanwege de groeiende bezorgdheid over de impact van de coronavirus pandemie, het laagst sinds deze vraag voor het eerst gesteld werd.

Redactioneel commentaar prof. dr. ir. Bart Vos, Scientific Director Brightlands Institute for Supply Chain Innovation (BISCI) en verbonden aan Maastricht University

Nederland is met een Nevi PMI van boven de 50 een positieve uitzondering in Europa
Een maand geleden was de impact van de COVID-19 pandemie al zichtbaar, maar in maart zijn de humanitaire en economische effecten mondiaal pas echt in volle omvang duidelijk geworden. Het aantal te betreuren slachtoffers is in veel landen fors toegenomen en ook economisch gezien is de schade enorm. Natuurlijk zijn er verschillen tussen sectoren, maar overall zijn de ramingen steeds somberder geworden. Begin maart ging werkgeversorganisatie VNO-NCW nog uit van een verlaging van de verwachte economische groei voor 2020, eind maart stelt het Centraal Planbureau (CPB) dat het voorkomen van een economische krimp een onmogelijke missie lijkt te zijn.

Een fors daling van de Nevi PMI blijft vooralsnog uit
Een forse daling van de Nevi PMI voor de Nederlandse productiesector lag dan ook in de lijn der verwachting, maar dat is dus niet gebeurd. De index daalde wel, van 52.9 in februari tot 50.5 in maart, maar de meest recente data duiden dus nog steeds op lichte groei. Kijkend naar de mondiale ontwikkelingen is dat op zijn zachtst gezegd verrassend te noemen. Vele regeringen in de hele wereld hebben enorme steunmaatregelen voor ondernemers aangekondigd, in Nederland gaat het nu al om een pakket van vele tientallen miljarden Euro’s. Verder is Nederland met een PMI van boven de 50 een positieve uitzondering in Europa. In de Eurozone zakte de PMI voor de industrie tot 39.5, de grootste daling sinds april 2009, en voor de dienstensector zelfs tot 31.4.

Verklaring voor de lichte groei in de coronatijd
Het is lastig om een sluitende verklaring voor deze uitzonderingspositie te vinden. Kan het aan de timing van de dataverzameling liggen? Dat lijkt onwaarschijnlijk aangezien de data voor de Nevi PMI tussen 12 en 23 maart verzameld zijn en toen was de impact van COVID-19 al echt voelbaar in veel sectoren. Bovendien wordt door respondenten ook op diverse plekken in de rapportage verwezen naar deze impact, bijvoorbeeld als verklaring voor het gedaalde aantal nieuwe (export)orders. Verder is het toekomstperspectief nog steeds licht positief, maar respondenten geven wel aan dat bezorgdheid over COVID-19 een negatieve invloed heeft.

Is de samenstelling van de Nederlandse industrie dan zo anders? Dat is deels inderdaad het geval, zeker ten opzichte van onze Duitse buren, maar het is zeer de vraag of dat een bevredigende verklaring is voor het grote verschil in PMI-score. Bij nadere analyse valt wel op dat de Nederlandse industriële productieomvang nog stijgt in de sector consumptiegoederen en dat past weer bij cijfers over het aantal pintransacties in bijvoorbeeld supermarkten en doe-het-zelfzaken. Bij producenten van halffabricaten en investeringsgoederen was er sprake van dalende productievolumes, aggregaat leidde dit in maart tot een relatief bescheiden daling van de totale productieomvang.

Het meest waarschijnlijk lijkt toch een na-ijleffect, waarbij de gevolgen van de Covid-19 pandemie met een vertraging de komende maanden alsnog zichtbaar worden in de Nederlandse Nevi PMI-data. Het lijkt nauwelijks voorstelbaar dat een open economie als de Nederlandse immuun blijkt te zijn voor deze mondiale crisis. Het wordt immers steeds voelbaarder dat internationale productieketens worden onderbroken, ook in kwetsbare sectoren. Een wrang voorbeeld van deze kwetsbaarheid is te vinden bij de productie van de voor onze zorg nu broodnodige beademingsapparatuur. Snelle opschaling is door toenemende vraag noodzakelijk, een traject waar normaal een jaar voor staat moet nu in een paar weken gerealiseerd worden. Een bijkomende uitdaging is dat door een lockdown in een toenemend aantal landen de aanvoer van kritische onderdelen in gevaar komt.

Concluderend zal de met de Covid-19 uitbraak gepaarde gaande onzekerheid nog wel even duren, maar er zijn zeker ook lichtpuntjes. Allereerst zijn er over de hele wereld talloze voorbeelden van creatieve, vaak hartverwarmende oplossingen en acties ontstaan. En verder kunnen we er op basis van ervaringen in eerdere crises op vertrouwen dat er voldoende veerkracht in ketens aanwezig is om een eventuele daling in de Nevi PMI op termijn op te vangen.

Partner van Inkoperscafé:

Industrie groeit weer, en fors – Nevi PMI® februari 52.9

Zoetermeer, 2 maart 2020 – De Nevi PMI van februari was 52.9, wat wijst op een forse verbetering van de bedrijfsomstandigheden in de Nederlandse productiesector na vijf maanden van krimp. Het was bovendien het hoogste cijfer in dertien maanden.

De productieomvang nam voor het eerst toe sinds september vorig jaar. De toename van de nieuwe orders was de grootste sinds augustus vorig jaar. Ook het aantal exportorders nam toe, zij het matig. De inkoop nam voor het eerst in vijf maanden toe. De hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk daalde in februari opnieuw, zij het in de geringste mate in drie maanden.

De personeelsbestanden namen aanzienlijk toe en de inkoopactiviteiten werden voor het eerst in vijf maanden uitgebreid. De verlenging van de levertijden was de grootste sinds december 2019, waarin de eerste gevolgen van de uitbraak van COVID-19 zichtbaar werden. De voorraad eindproducten daalde voor de zesde maand en de voorraad ingekochte materialen voor de vijfde maand op rij.

De inkoopprijsinflatie was opnieuw fors, maar minder groot dan in januari. De verkoopprijzen stegen bescheiden en minder dan in januari. Bedrijven bleven positief over de toename van de productieomvang in de komende twaalf maanden, zij het minder dan in januari.

Redactioneel commentaar prof. dr. ir. Bart Vos, Scientific Director Brightlands Institute for Supply Chain Innovation (BISCI) en verbonden aan Maastricht University:

Er is net als vorige maand goed nieuws te melden over de PMI: de index steeg van 49.9 in januari naar maar liefst 52.9, het hoogste cijfer in ruim een jaar. Deze positieve ontwikkeling wordt echter helaas overschaduwd door de uitbraak van het Corona (COVID-19) virus. De gevolgen van deze uitbraak zijn de laatste weken steeds voelbaarder geworden. Uiteraard is dit met nu al duizenden doden in eerste instantie een tragedie vanuit het oogpunt van wereldgezondheid, maar ook economisch gezien is de impact enorm.”

In de laatste PMI-rapportage was die impact al zichtbaar in de vorm van oplopende levertijden. Respondenten wezen dit vooral toe aan een toenemende druk op hun aanvoerketen als gevolg van de uitbraak van COVID-19 in China. Kanttekening daarbij is dat de dataverzameling voor de PMI plaats vond in de periode 12-20 februari en toen was de uitbraak zeker nog niet op haar hoogtepunt. Vooral in de laatste weken van februari nam de uitbraak zowel geografisch (in steeds meer landen, inclusief Nederland) als absoluut gezien, steeds grotere vormen aan. Resulterend in toenemende onrust op beurzen en bij bedrijven. De Nederlandse werkgeversorganisatie VNO-NCW verwacht dat de COVID-19 uitbraak, in combinatie met de Brexit gevolgen en de stikstofmaatregelen, de verwachte economische groei dit jaar met enkele tienden van procentpunten kan verlagen.

De economische gevolgen zijn uiteraard nu al het meest zichtbaar in China. De Chinese PMI bereikte in februari een historisch dieptepunt, met 35.7 was de index zelfs lager dan tijdens de crisis in 2008. In januari stond de Chinese PMI nog net boven de 50 (51.1). Een forse daling was al wel voorzien, maar de meeste voorspellingen kwamen nog wel boven de 40 uit, dat valt dus tegen. En niet alleen voor de Chinese economie, ook internationale productieketens worden onderbroken. Dit effect zal zeker niet overal zo sterk zijn, maar het lijkt onvermijdelijk dat ook de Nederlandse PMI last gaat hebben van deze ontwikkelingen. Daarbij zullen de gevolgen wel per sector verschillen. Uit een recente publicatie van The Economist blijkt dat vooral bedrijven met beperkte voorraadbuffers en weinig alternatieve leveranciers risico lopen. Uit cijfers van dit gezaghebbende tijdschrift blijkt dat dit vooral in de hightech sector het geval is. Ook bedrijven in de farmaceutische en auto-industrie lopen een bovengemiddeld risico. Heel concreet hebben bedrijven als Apple (mondiaal) en Coolblue (in Nederland) al aangegeven tekorten in de aanvoer van producten uit (met name) China te verwachten.

In meer algemene zin vormen de gevolgen van de uitbraak van het COVID-19 virus een illustratie van onderlinge afhankelijkheid in en kwetsbaarheid van mondiale ketens. Het goede nieuws is dat bij eerdere crises is gebleken dat er voldoende veerkracht in die ketens aanwezig is om te herstellen van deze uitbraak. Dat zal echter wel minimaal enkele maanden vergen, het volgen van de PMI zal de komende tijd dus zeker niet saai zijn.

Partner van Inkoperscafé:

Wat zegt de inkoopmanagersindex PMI?

De Nevi PMI (purchasing managers’ index) of – op zijn Nederlands – de inkoopmanagersindex, steeg van 48.3 in december naar 49.9 in januari. Nevi bracht dit nieuws met de vermelding dat er nog steeds krimp is in de Nederlandse productiesector, maar dat deze bijna verwaarloosbaar is. De inkopersvereniging maakt de Nevi PMI maandelijks bekend. Wat houdt deze index eigenlijk in en wat is de betekenis ervan?

Iedere eerste werkdag van de maand publiceert Nevi de Nevi PMI (in dit artikel verder PMI genoemd) voor Nederland. Dit indexcijfer geeft het vertrouwen weer van inkoopmanagers in de economie. Het doel van de PMI is volgens Nevi ‘om informatie te verstrekken over huidige en toekomstige zakelijke voorwaarden aan inkoopmanagers, besluitvormers en investeerders van bedrijven’. Inkopers kunnen de gegevens uit de PMI gebruiken als onderbouwing voor inkoopkeuzes. “Het is een tool voor inkoopprofessionals om hun werk beter te doen. Nevi richt zich op ondersteuning van inkoopprofessionals en dit past daarin”, licht Nevi bij navraag toe.

Invloedrijke inkopers
Door het volgen van de inkooptrends geeft de PMI volgens Nevi een actueel beeld van de economische ontwikkeling van de Nederlandse productiesector. De PMI loopt meestal vooruit op veranderingen in de economische activiteit en productie. Financiële deskundigen en media beschouwen de ontwikkeling en beweging van de PMI dan ook als een belangrijke factor in de economie.

Volgens Nevi hebben inkopers veel invloed op onze economie. Emeritus Nevi hoogleraar Arjan van Weele onderstreept dit in een filmpje op de site van de inkopersvereniging: “Zetten inkopers meer contracten in de markt, dan hebben leveranciers en bedrijven het drukker. Als inkopers minder contracten afsluiten dan hebben bedrijven minder te doen.” Alle reden dus volgens Van Weele om inkopers goed in de gaten te houden. “De PMI houdt in dat we maandelijks het gedrag van inkopers in de praktijk volgen op basis van werkelijke cijfers. Inkopers rapporteren maandelijks de contracten die ze in de markt hebben gezet, de prijsniveaus waartegen ze contracten hebben afgesloten, de voorraad die ze hebben zien toe- of afnemen en de werkgelegenheid in hun bedrijf. Het is een uniek instrument om de economische ontwikkeling te volgen en geeft betrouwbare informatie over de economie.” 

400 bedrijven
Internationaal gezien zijn de belangrijkste bepalers van PMI’s het Institute for Supply Management (ISM), het Singapore Institute of Purchasing and Materials Management (SIPMM) en IHS Markit. De Nederlandse PMI wordt samengesteld door IHS Markit. De basis daarbij is een enquête onder een volgens IHS Markit representatief panel van ongeveer 400 bedrijven in de Nederlandse industrie. Dit panel is onderverdeeld op basis van het bruto binnenlands product (BBP) en het aantal werknemers. De respondenten krijgen vragen over productie, nieuwe orders, exportorders, ingekocht materiaal, inkoopprijs, werkgelegenheid, levertijden, voorraad ingekocht materiaal en voorraad gereed product.

De PMI-score ligt op, onder of boven de 50. Bij een PMI van 50 heeft er geen verandering plaatsgevonden. Is de inkoopmanagersindex lager dan 50, dan wijst dat op een dalende economische groei met de inschatting dat de productie en activiteiten afnemen. Ligt de PMI boven de 50, dan duidt dat op een groeiende economie en meer vertrouwen. Hoe meer de index verschilt van 50, hoe meer de economie verandert.

De rekenformule voor de PMI is: PMI = (P1 * 1) + (P2 * 0,5) + (P3 * 0)

Hierbij is:

P1 = percentage antwoorden dat een verbetering meldt

P2 = percentage antwoorden dat geen wijziging meldt

P3 = percentage antwoorden dat een verslechtering meldt.

De Nevi PMI bestaat uit negen deelindexen. Het gaat daarbij om het aantal exportorders, de werkgelegenheid, de voorraden ingekocht materiaal en gereed product, de hoeveelheid ingekocht materiaal, de levertijden, de inkoopprijs, het aantal nieuwe orders en de productiecijfers. Daarnaast geeft de PMI een overzicht van prijsdalingen en –stijgingen per grondstof of productgroep. Nevi legt uit dat de deelindexen een tendens weergeven. Daarnaast geeft de grondstoffenpagina informatie over de ontwikkelingen van grondstoffen die voor inkopers van belang zijn.

Deelnemerspanel
Henk Schiere is senior strategic buyer bij Apollo Vredestein. Hij vertelt op de site van Nevi dat hij de informatie uit de PMI onder andere gebruikt om de interne stakeholders te informeren. Daarnaast doet Schiere bijvoorbeeld een beroep op de informatie uit de PMI bij gesprekken met leveranciers, als hij denkt dat er een voorraadtekort dreigt. Vanwege kostenafwegingen besteedt Apollo Vredestein meer uit, waardoor het steeds afhankelijker wordt van leveranciers. “Daarom is het nog belangrijker dat wij goed weten wat er in de markt gebeurt, zodat we daar vroegtijdig op kunnen inspelen”, legt Schiere uit.

Schiere is blij met de informatie die de PMI hem biedt. “Natuurlijk kun je ook veel marktinformatie online vinden, maar je moet je altijd afvragen wat de kwaliteit daarvan is. Bovendien kost dergelijk eigen research veel tijd. De PMI geeft een gedegen overzicht van de ontwikkeling in de Nederlandse industrie en de prijsontwikkelingen in een heel breed scala aan productgroepen.”

Een kanttekening van hem is dat de 400 bedrijven die de data voor de PMI aanleveren anoniem zijn. “Ik zou wel graag willen weten hoeveel bedrijven zich op de inkoopcategorieën richten die ook voor ons interessant zijn en hoe groot het inkoopvolume van die bedrijven is. Want uiteindelijk bepaalt dat natuurlijk de echte waarde van dit instrument.”

Volgens Nevi is een specificatie van de inkoopmanagersindex niet mogelijk. “De PMI wordt gemaakt door IHS Markit. Nevi heeft daar geen invloed op. Het is een van de vele PMI’s die IHS Markit maakt. Dat gebeurt allemaal volgens hetzelfde systeem. We hebben bijvoorbeeld gekeken of duurzaamheid er in naar voren kon komen, maar dat was niet mogelijk. Nevi gaat ook niet over het deelnemerspanel. We weten niet wie daarin zitten. Dat kan ook niet, omdat het om een onafhankelijk instrument en onderzoek gaat.”

Belangrijke economische indicator
Maarten Erasmus, managing consultant bij  inkoopdienstverlener Emeritor, denkt niet dat de PMI van veel waarde is voor inkopers zelf. “Als algemeen cijfer over groei of krimp per sector is hij veel te grof. De inkoop van materialen vraagt om veel specifiekere informatie die afhangt van de branche. Inkopers doen daarom liever een beroep op branchespecifieke indexen. Het gaat om indexen waarvoor de inkopers in de branche cijfers aanleveren, die daarna in algemene vorm worden gedeeld met de andere deelnemers.” Daarom is het volgens Erasmus niet logisch dat NEVI zich inspant om de PMI wereldkundig te maken, omdat de leden er weinig aan hebben. “Overigens hebben inkopers natuurlijk wel informatie die interessant is voor andere inkopers. Maar die delen zij niet. Om tactische redenen. De echt interessante informatie blijft onder de pet.”

Erasmus ontkent niet dat de Nederlandse PMI een van de belangrijkste indicatoren voor onze economie is. “Zo hanteren banken de index bijvoorbeeld bij het bepalen van de rentevoet. Daarnaast is het een vroege economische voorspeller. Plaatsen inkopers in de industrie meer orders, dan kun je erop rekenen dat de productie en verkopen gaan stijgen. De PMI is gebaseerd op feiten en is daarmee niet alleen een vroege, maar ook een betrouwbare indicator.” Hij meent dan ook dat de PMI vooral interessant is voor economen, investeerders en beleggers, maar niet voor de oorspronkelijke doelgroep, de inkoopmanagers.

Nevi beklemtoont dat het bij PMI om een instrument vanuit inkoop gaat over wat de markt gaat doen. “De inkoper ziet op het eigen bureau wat de trends zijn en wat de grondstoffen gaan doen. Daarnaast kan de afdeling inkoop er de algemene ontwikkelingen op inkoopgebied mee laten zien aan het management.”

Dit overtuigt Erasmus niet. “Voor specifieke ontwikkelingen zijn er speciale indexen (bijvoorbeeld voor grondstoffen) die inkopers kunnen volgen in plaats van de PMI. Ik kan me ook niet voorstellen dat het management zit te wachten op een overzicht van de algemene ontwikkelingen op inkoopgebied. De index geeft een belangrijk inzicht aan economen, maar niet aan inkopers.”

Inzicht in trends
De waarde van de PMI lijkt vooral te liggen in de trends op het gebied van economie en inkoop die de inkoopmanagersindex laat zien. Vooral voor economen is het een belangrijk instrument om te kijken waar het met de economie naar toe gaat. Aan inkopers geeft het met name een algemeen beeld. Zij kunnen de PMI in combinatie met branche- en bedrijfsspecifieke informatie gebruiken om hun beleid voor de komende periode te bepalen.    

Partner van Inkoperscafé:

Bijna geen krimp meer – Nevi PMI® januari 49.9

Zoetermeer, 3 februari 2020 – De Nevi PMI steeg naar 49.9 in januari, wat wijst op de kleinste verslechtering van de bedrijfsomstandigheden in de huidige periode van krimp van drie maanden.

De productie daalde voor de vierde maand op rij, al was deze daling gering en kleiner dan in december. Het aantal nieuwe orders daalde opnieuw, zij het in de kleinste mate in drie maanden. De buitenlandse orders daalden eveneens licht.

De hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk daalde voor de elfde keer op rij, maar ook deze daling was bescheiden en kleiner dan in december. De voorraad eindproducten daalde aanzienlijk en de inkoopactiviteiten namen in bescheiden mate af. Ook de voorraad ingekochte materialen nam af. De levertijden bleven toenemen, zij het deze maand minder dan in december. De werkgelegenheid nam licht toe.

De inkoopprijzen stegen voor de tweede achtereenvolgende maand en de verkoopprijzen stegen aanzienlijk. Tot slot was het vertrouwen van de Nederlandse producenten in januari het grootst in veertien maanden.

Redactioneel commentaar prof. dr. ir. Bart Vos, Scientific Director Brightlands Institute for Supply Chain Innovation (BISCI) en verbonden aan Maastricht University

Voorzichtig positief nieuws uit de PMI-cockpit: de index steeg van 48.3 in december naar 49.9 in januari. Dat duidt nog steeds op een krimp in de Nederlandse productiesector, maar deze is bijna verwaarloosbaar te noemen. Het nieuwe decennium had dus zeker slechter kunnen beginnen.


De score van net onder de 50 wordt vooral veroorzaakt door een aanhoudende daling in het productievolume, al was deze daling nu minder dan eind 2019. Verder duidt een daling in de ‘productie niet gereed’ deelindex op overcapaciteit. Door een afzwakking van de klantvraag kunnen Nederlandse producenten nu wel hun achterstanden wegwerken.

Positief nieuws is dat de werkgelegenheid index na een dip in december weer boven de 50 is uitgekomen. Dit duidt op een hernieuwde uitbreiding van de personeelsbestanden in de Nederlandse industrie, al was de banengroei nog bescheiden te noemen. Het is ook goed om te zien dat Nederlandse ondernemers optimistisch zijn over het komende jaar. De toekomstige productie-index is sinds november 2018 niet meer zo hoog geweest. Nevi PMI-panelleden geven aan plannen te hebben om nieuwe (export)markten te betreden en zijn ook positief over wereldwijde economische groei.

Het zou echter te voorbarig zijn om nu rustig achterover te gaan leunen. Nederland is immers een open economie en mondiaal gezien is er nog wel de nodige onzekerheid. De brexit is sinds 31 januari 2020 dan wel een feit, maar daarmee is de onzekerheid bepaald nog niet verdwenen. De Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk hebben tot het einde van dit jaar om tot een handelsakkoord te komen. Even ter vergelijking: de onderhandelingen tussen de EU en Canada over een dergelijk akkoord begonnen in 2009, het verdrag trad in september 2017 voorlopig (!) in werking. Met gevoel voor Brits understatement is er dus sprake van een ambitieus tijdpad.

Van een heel andere orde is de onzekerheid die de uitbraak van het Coronavirus met zich meebrengt. Dit is natuurlijk in eerste instantie een mondiaal gezondheidsrisico, maar deze uitbraak heeft zeker ook effect op de wereldeconomie. In 2003 zorgde het SARS-virus al voor behoorlijke economische schade, maar nu is China een veel grotere speler in mondiale ketens. Bovendien zit de Chinese stad Wuhan door het virus ‘op slot’ en die miljoenenstad is een belangrijk logistiek knooppunt in het midden van China. Door het Chinees Nieuwjaar waren de meeste Chinese bedrijven al gepland dicht, maar door het virus is die sluiting in veel gevallen met een week verlengd en dat zorgt voor Westerse klanten voor problemen met de aanvoer van onderdelen. Net als in 2003 met SARS zal de economische dip tijdelijk zijn, maar de komende maanden zullen ook Nederlandse bedrijven last hebben van deze situatie.

Er is al met al meer dan voldoende reden om de ontwikkelingen in de PMI, zowel in Nederland als mondiaal, op de voet te blijven volgen.

Drie deelindices uitgelicht:

NIEUWE EXPORT ORDERS INDEX
De seizoensmatig aangepaste Nieuwe export orders index kwam in januari uit onder de geen-veranderingsgrens van 50.0, wat voor de derde maand op rij wijst op een afname van het aantal nieuwe orders uit het buitenland. Er zijn aanwijzingen dat deze daling het gevolg was van de grote concurrentiedruk en de zwakke vraag, al bleef de daling bescheiden en kleiner dan in december.

PRODUCTIE NIET GEREED INDEX
De hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk ging in januari omlaag. Dit is nu al sinds maart 2019 maandelijks het geval en wijst op overcapaciteit in de Nederlandse productiesector. De bedrijven schreven deze laatste daling toe aan de lagere productievereisten, waardoor zij hun achterstanden konden verkleinen. De afname was echter bescheiden en kleiner dan in december.

De subsectorgegevens lieten een daling zien voor alle drie sectoren. De grootste daling werd genoteerd door de producenten van investeringsgoederen.

VERKOOPPRIJS INDEX
De gegevens voor januari lieten een stijging zien van de gemiddelde verkoopprijzen die de Nederlandse producenten in rekening brachten, de veertigste op rij. Er zijn aanwijzingen dat de inflatie het gevolg was van het doorberekenen van de hogere inkoopkosten aan klanten. De aanzienlijke inflatie was bovendien samen met die van juni de grootste sinds april.

Over de Nevi PMI…
De Nevi Purchasing Managers’ Index (PMI®) is een samengestelde index ontworpen om een algeheel beeld te verkrijgen van de economische activiteiten in de verschillende industrieën. Een score van de PMI onder de 50,0 geeft daling van de industriële activiteit aan, een score boven het kritische punt van 50,0 duidt op een groeiende economie. Een score van 50,0 duidt erop dat er geen veranderingen hebben plaatsgevonden. Hoe groter de afwijking van 50,0, hoe groter de mate van verandering in de index is. De Nevi PMI wordt opgesteld aan de hand van maandelijkse vragenlijsten die circa 350 inkoopmanagers uit Nederland invullen.  

Over Nevi …
Nevi is het kennisnetwerk voor inkoop, contract- en supply management. Gevoed door visies en inzichten uit bedrijfsleven, publieke sector, onderwijs en wetenschap bundelen en duiden wij alle facetten van procurement. Wij delen die diepgaande kennis: in onze vereniging van 7.000 professionals die elkaar inspireren en stimuleren. In doelgerichte opleidingen, trainingen en events voor iedereen die verder wil in ons mooie vak. En in innovatieve krachtenbundelingen met maatschappelijke en commerciële partners. Zo brengen wij, gezamenlijk, procurement naar een hoger niveau.
Nevi. Procurement in perspectief
Partner van Inkoperscafé:

Zoetermeer, 1 augustus 2019 – De NEVI PMI van juli was met 50.7 gelijk aan die van juni en wijst op een slechts lichte verbetering van de bedrijfsomstandigheden. De nieuwe orders uit zowel binnen- als  buitenland namen voor de tweede maand op rij af. Evenals in juni noteerde de subsector consumptiegoederen als enige een verbetering.

(meer…)
Partner van Inkoperscafé:

Grippr en Greenstone presenteren contractmanagement software in gratis webinar

Nu de automatisering ook de inkoopwereld heeft bereikt, kun je soms door de bomen het bos niet meer zien. Op 6 juli organiseren Grippr en Greenstone daarom een webinar waarin ze demonstreren hoe je kan werken met de SupplierPortal software. (meer…)

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres