Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Inkoperscafé:

Mkb’ers leunen voor cybersecurity te veel op IT-leverancier

Onderzoek door de beheerder van de .nl-domeinnamen SIDN laat zien dat tachtig procent van de mkb’ers voor zijn cybersecurity grotendeels vertrouwt op hun IT-leverancier. Dit steekt sterk af tegen de 58 procent van IT-leveranciers die vinden dat hun mkb-klanten onvoldoende bescherming hebben. Dat is zorgelijk, omdat het aantal mkb-slachtoffers van cybercriminaliteit de laatste twaalf maanden van 19 naar 22 procent steeg. Zo meldt Brisk Magazine.

De meeste van de bijna zeshonderd ondervraagde mkb’ers gaan ervan uit dat hun IT-beheerder een bepaalde zorgplicht heeft en hen daarmee ook beschermt tegen cyberrisico’s. Het past ook bij een actuele uitspraak van de rechtbank Amsterdam dat klanten van een IT-leverancier mogen verwachten dat de beveiliging van een geleverde dienst onderdeel van de afspraak is. Uit eerder onderzoek van Centraal Beheer blijkt echter dat in maar 22 procent van de gevallen mkb-ondernemingen en IT-leveranciers echt afspraken hebben gemaakt over de cybersecurity. Dat lijkt te hoge verwachtingen van mkb’ers aan te geven over de bescherming tegen cybercrime door hun IT-leverancier. Wel moeten IT-leveranciers de beveiliging van hun product dus op orde hebben, ook als een klant daar niet expliciet om verzoekt.

Cybercriminaliteit
“Het is beter om juridisch getouwtrek te voorkomen en duidelijke afspraken te maken over wie (mede-)verantwoordelijk is voor de cybersecurity van bepaalde IT-diensten. Voorkomen is nog altijd beter dan genezen”, aldus Alex van Wijhe, Business developer CyberSterk bij SIDN. Volgens het onderzoek door SIDN ontbreekt het gevoel van urgentie om digitaal beschermd te zijn nog bij een te grote groep mkb-ondernemers. Van Wijhe: “Slechts dertig procent van de ondervraagde directieleden maakt zich druk over cybercriminaliteit. Over personeelsbezetting en het voldoen aan wet- en regelgeving maakt men zich meer zorgen. Opvallend is verder dat 72 procent van de ondernemers cybercriminaliteit maar in beperkte mate als bedreigend beschouwt voor zijn bedrijf.” De beschermingsmaatregelen van mkb-bedrijven zijn meestal basaal. 62 procent heeft bijvoorbeeld een gedegen antivirusprogramma, 52 procent een sterk spamfilter en 47 procent voert regelmatig updates uit.

Bron: Brisk Magazine

Partner van Inkoperscafé:

Nevi adviseert over voorkomen leveringsproblemen in de zorg

Het is bekend dat de beschikbaarheid en levering van persoonlijke beschermingsmiddelen tijdens de coronacrisis sterk voor verbetering vatbaar was. Dit moet beter kunnen tijdens een volgende crisissituatie, zo stelt Nevi op de eigen website. De inkopersvereniging onderzocht bij zestig partijen in de zorg (zorginstellingen, verzekeraars, enz.) welke knelpunten ze zijn tegengekomen.

De belangrijkste problemen die inkoopprofessionals in de zorg tegenkwamen, zijn volgens Nevi:

Betere levering zorg
Volgens Nevi zijn deze en andere problemen die uit het onderzoek naar voren komen, op te lossen met: 1. inzicht in toeleveringsketens, 2. het voorkomen van verspilling van persoonlijke beschermingsmiddelen in zorginstellingen en 3. landelijke, regionale en lokale samenwerking van inkopers op verschillende terreinen.

Bron: Nevi

Partner van Inkoperscafé:

Inkopers blijven in trek op arbeidsmarkt

De positie van inkopers in de industrie, zorg en (semi)overheid op de arbeidsmarkt blijft goed. Daarnaast is samenwerking met interne en externe stakeholders de kernkracht voor inkopers. Dit laat het tweejaarlijkse onderzoek ‘Ambitie in Inkoop’ zien van Nevi en Deal!, waarover Nevi bericht.

Salaris en opleidingsniveau
De sectoren industrie, zorg en (semi)overheid verschillen wat salaris en opleidingsniveau van de inkoopprofessional betreft. De inkopers in de industrie hebben gemiddeld een fors hoger bruto-maandsalaris dan hun vakgenoten in de zorg en bij de (semi)overheid. Dat kan te maken hebben met vakervaring. Deze is gemiddeld achttien jaar in de industrie, terwijl die in de zorg 16,6 jaar is en bij de (semi)overheid twaalf jaar. De arbeidsmarktpositie van inkopers is ook in 2020 goed. Een zevende van de inkoopprofessionals zegt actief te zoeken naar een andere baan. Hierbij is persoonlijke groei de belangrijkste drijfveer. Twee derde van de inkopers zeggen dat ze een inkoopgerelateerde training of opleiding willen volgen om hun vakkennis of competenties te verbeteren.

Bron: Nevi

Partner van Inkoperscafé:

Ondernemersvertrouwen daalt in tweede kwartaal naar historisch dieptepunt

Met de coronacrisis en de bijbehorende maatregelen zijn ondernemers nog nooit zo pessimistisch geweest. Hun vertrouwen komt uit op min 37,2 tegen plus 6,4 in het vorige kwartaal. Het gaat om de sterkste afname ooit, die nog een stuk lager uitkomt dan het dieptepunt van de financiële crisis. Zo berichten het CBS, de Kamer van Koophandel, het Economisch Instituut voor de Bouw, MKB-Nederland en VNO-NCW op basis van de Conjunctuurenquête Nederland.

De gegevens van het onderzoek dateren van april 2020, voor de op 6 mei aangekondigde versoepeling van de maatregelen. Bij het ondernemersvertrouwen gaat het om de stemmingsindicator van niet-financiële bedrijven met minimaal vijf werkenden. Voor het eerst sinds het vierde kwartaal van 2013 overheerst een negatieve stemming bij de ondernemers. Voor alle negen onderzochte economische indicatoren zijn er meer ondernemers met negatieve dan met positieve verwachtingen. Ze zijn vooral negatief over het economisch klimaat. Tegen de 69 procent van de ondernemers verwacht de komende drie maanden een verslechtering van het economisch klimaat. Slechts drie procent verwacht een verbetering.

Omzetverwachtingen meest gedaald
De verwachtingen over de omzet zijn het meest gedaald ten opzichte van een jaar geleden. Het gaat om een verschuiving van plus 28 procent in het tweede kwartaal van 2019 naar zo’n min 54 procent in het tweede kwartaal van 2020. Horeca-ondernemers hebben de meest negatieve omzetverwachtingen van alle bedrijfstakken. Bijna negentig procent van hen verwacht in het lopende kwartaal een lagere omzet dan in de voorgaande drie maanden. Negen van de twaalf bedrijfstakken hebben het laagste ondernemersvertrouwen ooit gemeten. Op de bedrijfstak informatie en communicatie na, kende de bedrijfstakken ook niet eerder zo’n grote afname van het vertrouwen in een kwartaal tijd.

Bron: CBS

Partner van Inkoperscafé:

De helft van de bedrijven heeft door de coronacrisis last van overmacht

Meer dan de helft van de bedrijven heeft vanwege de uitbraak van het coronavirus te maken met overmacht. Dit speelt bij een leverancier of omdat ze er zelf een beroep op doen. Dit meldt Supply Management op basis van eigen onderzoek.

In een poll, uitgevoerd door Supply Management en CIPS, geeft meer dan de helft van de respondenten (52%) aan dat hun bedrijf door de aanhoudende Covid-19 pandemie gedwongen was de productie te verminderen. Bijna een kwart (24%) heeft de productie volledig stopgezet.

Betalingstermijnen
Meer dan twee derde (69%) van de ondervraagde inkoop- en supply-chain-professionals meent dat de gevolgen van het coronavirus voor bedrijven steeds erger wordt. Als gevolg hiervan heeft 31% van de respondenten betaling aan hun leveranciers uitgesteld of opgeschort. Een vijfde heeft de betalingstermijnen echter juist verkort. Dat deden ze in navolging van retailers zoals Morrisons en Sainsbury’s, die leveranciers onmiddellijk willen betalen om de cashflow te ondersteunen.

Alternatieve leveranciers
Verder is meer dan een derde (34%) van de bedrijven overgestapt op alternatieve leveranciers om de impact van verstoring van de toeleveringsketen te beheersen. Ook werkt 31% samen op het gebied van inkoop en logistiek. Het gaat om aanpassingen voor de lange termijn. Bijna de helft (45%) van de respondenten wil alternatieve leveranciers behouden, terwijl 41% de samenwerking na de coronacrisis wil voortzetten. Tot 70% van de inkopers betaalt momenteel meer of verwacht meer te betalen voor goederen en diensten. Hierbij betaalt bijna de helft (48%) tot 20% meer en 15% tot 50% meer.

Breder aanbod
Bedrijven zijn ook gedwongen zich aan te passen aan de snel veranderende situatie. Tot 17% van de bedrijven kiest voor een breder aanbod aan goederen en diensten om zo te reageren op de coronacrisis. Daarnaast heeft 15% voor meer aanbod gekozen om de bedrijfscontinuïteit te waarborgen.

Bron: Supply Management

Partner van Inkoperscafé:

De toeleveringsketen is nu ook een probleem voor webshops

In meer dan de helft van de gevallen (zestig procent) hebben Europese webshops vanwege de coronacrisis problemen met hun toeleveringsketen. Dat komt soms door beperkingen bij de import van producten uit niet-Europese landen. Ook ligt de oorzaak vaak in algemene beperkingen in de supply chain, bijvoorbeeld op productielocaties, die voor tekorten van bepaalde producten zorgen. Zo laat nieuw onderzoek van Ecommerce Europe zien waarover Supply Chain Magazine bericht.

Het onderzoek vond plaats onder de leden van de National E-commerce Association. Het schonk aandacht aan het algemene effect van de coronacrisis op Europese webshops, met speciale aandacht voor de logistiek. De webwinkels hebben in zestig procent van de gevallen problemen in hun toeleveringsketen door beperkingen bij de invoer of door algemene ketenbeperkingen die voor tekorten zorgen. De verwachting was dat de sluiting van niet-essentiële, fysieke winkels een grotere druk op webshops zou betekenen. Maar 27 procent van de respondenten meldt echter dat hiervan ook sprake is.

Grensoverschrijdende levering
Verder is volgens de respondenten de druk op de aanbieders van pakketdiensten in hun land aanzienlijk. Hierbij meldt 33 procent sterk negatieve gevolgen voor de pakketbezorging. Voor zestig procent is er een klein negatief effect. Dit ligt grotendeels aan de toegenomen druk op de bezorgers, die voor vertragingen heeft gezorgd. Voor aankopen over de grens verklaart 86 procent van de respondenten dat pakketvervoerders geen drempels opleggen of beperkt worden bij bezorging in het buitenland. Zijn er wel problemen, dan komt dat grotendeels door een gebrek aan vluchtverbindingen. Volgens Ecommerce Europe is de e-commercesector erg belangrijk tijdens de coronacrisis. Webshops kunnen namelijk essentiële producten aan consumenten blijven leveren met minimale risico’s op besmetting. De onderzoekers vinden het daarom noodzakelijk dat de grenzen open blijven voor grensoverschrijdende productleveringen en -verkopen.

Bron: Supply Chain Magazine

Partner van Inkoperscafé:

Voor boeren is kennis leverancier het belangrijkst

Boeren vinden de kennis van hun leveranciers over de sector en de ontwikkelingen daarin steeds belangrijker. Dat is voor maar liefst 68 procent van de boeren tegenwoordig de belangrijkste eigenschap van een leverancier. Opmerkelijk genoeg gold dit in 2013 en 2017 voor maar een vijfde van de boeren. Zo laat onderzoek van CRM Partners onder 203 Nederlandse boeren zien, waarover Brisk Magazine bericht.

Kennispartner
Uit het onderzoek blijkt dat bij de belangrijkste overwegingen voor een overstap naar een andere leverancier, boeren een goede klantrelatie belangrijker vinden dan de financiële kant. Slechts negen procent van de boeren zou de relatie met de huidige leverancier beëindigen als een andere leverancier de laagste prijs vraagt. Bij een betere service stapt tien procent over. Dat geldt voor achttien procent als de leverancier de tijd neemt voor het begrijpen van hun bedrijf. Ruim een kwart (27 procent) van de boeren gaat over naar een andere leverancier met kennis en inzichten die de boer helpen efficiënter te worden. “Uit deze resultaten blijkt dat u zich als leverancier geliefd maakt door uzelf te positioneren als kennispartner. Een logisch gevolg van de recente ontwikkelingen in de agrisector. De markt is kwetsbaar voor eisen vanuit de samenleving en overheid en dat maakt dat de waarde van kennis stijgt”, stelt Erwin van Eeken van CRM Partners.

Bron: Brisk Magazine

Partner van Inkoperscafé:

Bijna 1000 Nederlandse bedrijven hebben last van gevolgen coronavirus

De uitbraak van het coronavirus in China heeft gevolgen voor zo’n 1000 bedrijven in Nederland. Dit meldt AccountantWeek op basis van berichtgeving in het FD over het onderzoeksrapport Worldwide Business Impact of the Coronavirus van onderzoeksbureau Altares Dun & Bradstreet. Het betreft bedrijven met filialen of dochterondernemingen in de regio’s in China waar het virus heerst.

De onderzoekers van Altares Dun & Bradstreet concluderen dat Nederland bij de top tien van landen hoort, die economisch het meest lijden onder het coronavirus. Er zijn 49.000 niet-Chinese bedrijven actief in de gebieden in China met een uitbraak van het coronavirus. Het leeuwendeel van die bedrijven is Amerikaans, Japans en Duits. Bij twee procent van de bedrijven gaat het om Nederlandse ondernemingen.

Transporthub
“Wuhan, de plaats waar het coronavirus uitbrak, is een belangrijke transporthub in China”, licht Altares Dun & Bradstreet toe. Het bureau benadrukt dat door de Chinese maatregelen om het coronavirus af te stoppen, een deel van de bevoorradingsketens stil komt te liggen. “Dit heeft desastreuze gevolgen voor een bedrijf en daarom is het essentieel dat organisaties de mogelijke impact goed in het vizier hebben.”

Bron: AccountantWeek

Partner van Inkoperscafé:

Wat zegt de inkoopmanagersindex PMI?

De Nevi PMI (purchasing managers’ index) of – op zijn Nederlands – de inkoopmanagersindex, steeg van 48.3 in december naar 49.9 in januari. Nevi bracht dit nieuws met de vermelding dat er nog steeds krimp is in de Nederlandse productiesector, maar dat deze bijna verwaarloosbaar is. De inkopersvereniging maakt de Nevi PMI maandelijks bekend. Wat houdt deze index eigenlijk in en wat is de betekenis ervan?

Iedere eerste werkdag van de maand publiceert Nevi de Nevi PMI (in dit artikel verder PMI genoemd) voor Nederland. Dit indexcijfer geeft het vertrouwen weer van inkoopmanagers in de economie. Het doel van de PMI is volgens Nevi ‘om informatie te verstrekken over huidige en toekomstige zakelijke voorwaarden aan inkoopmanagers, besluitvormers en investeerders van bedrijven’. Inkopers kunnen de gegevens uit de PMI gebruiken als onderbouwing voor inkoopkeuzes. “Het is een tool voor inkoopprofessionals om hun werk beter te doen. Nevi richt zich op ondersteuning van inkoopprofessionals en dit past daarin”, licht Nevi bij navraag toe.

Invloedrijke inkopers
Door het volgen van de inkooptrends geeft de PMI volgens Nevi een actueel beeld van de economische ontwikkeling van de Nederlandse productiesector. De PMI loopt meestal vooruit op veranderingen in de economische activiteit en productie. Financiële deskundigen en media beschouwen de ontwikkeling en beweging van de PMI dan ook als een belangrijke factor in de economie.

Volgens Nevi hebben inkopers veel invloed op onze economie. Emeritus Nevi hoogleraar Arjan van Weele onderstreept dit in een filmpje op de site van de inkopersvereniging: “Zetten inkopers meer contracten in de markt, dan hebben leveranciers en bedrijven het drukker. Als inkopers minder contracten afsluiten dan hebben bedrijven minder te doen.” Alle reden dus volgens Van Weele om inkopers goed in de gaten te houden. “De PMI houdt in dat we maandelijks het gedrag van inkopers in de praktijk volgen op basis van werkelijke cijfers. Inkopers rapporteren maandelijks de contracten die ze in de markt hebben gezet, de prijsniveaus waartegen ze contracten hebben afgesloten, de voorraad die ze hebben zien toe- of afnemen en de werkgelegenheid in hun bedrijf. Het is een uniek instrument om de economische ontwikkeling te volgen en geeft betrouwbare informatie over de economie.” 

400 bedrijven
Internationaal gezien zijn de belangrijkste bepalers van PMI’s het Institute for Supply Management (ISM), het Singapore Institute of Purchasing and Materials Management (SIPMM) en IHS Markit. De Nederlandse PMI wordt samengesteld door IHS Markit. De basis daarbij is een enquête onder een volgens IHS Markit representatief panel van ongeveer 400 bedrijven in de Nederlandse industrie. Dit panel is onderverdeeld op basis van het bruto binnenlands product (BBP) en het aantal werknemers. De respondenten krijgen vragen over productie, nieuwe orders, exportorders, ingekocht materiaal, inkoopprijs, werkgelegenheid, levertijden, voorraad ingekocht materiaal en voorraad gereed product.

De PMI-score ligt op, onder of boven de 50. Bij een PMI van 50 heeft er geen verandering plaatsgevonden. Is de inkoopmanagersindex lager dan 50, dan wijst dat op een dalende economische groei met de inschatting dat de productie en activiteiten afnemen. Ligt de PMI boven de 50, dan duidt dat op een groeiende economie en meer vertrouwen. Hoe meer de index verschilt van 50, hoe meer de economie verandert.

De rekenformule voor de PMI is: PMI = (P1 * 1) + (P2 * 0,5) + (P3 * 0)

Hierbij is:

P1 = percentage antwoorden dat een verbetering meldt

P2 = percentage antwoorden dat geen wijziging meldt

P3 = percentage antwoorden dat een verslechtering meldt.

De Nevi PMI bestaat uit negen deelindexen. Het gaat daarbij om het aantal exportorders, de werkgelegenheid, de voorraden ingekocht materiaal en gereed product, de hoeveelheid ingekocht materiaal, de levertijden, de inkoopprijs, het aantal nieuwe orders en de productiecijfers. Daarnaast geeft de PMI een overzicht van prijsdalingen en –stijgingen per grondstof of productgroep. Nevi legt uit dat de deelindexen een tendens weergeven. Daarnaast geeft de grondstoffenpagina informatie over de ontwikkelingen van grondstoffen die voor inkopers van belang zijn.

Deelnemerspanel
Henk Schiere is senior strategic buyer bij Apollo Vredestein. Hij vertelt op de site van Nevi dat hij de informatie uit de PMI onder andere gebruikt om de interne stakeholders te informeren. Daarnaast doet Schiere bijvoorbeeld een beroep op de informatie uit de PMI bij gesprekken met leveranciers, als hij denkt dat er een voorraadtekort dreigt. Vanwege kostenafwegingen besteedt Apollo Vredestein meer uit, waardoor het steeds afhankelijker wordt van leveranciers. “Daarom is het nog belangrijker dat wij goed weten wat er in de markt gebeurt, zodat we daar vroegtijdig op kunnen inspelen”, legt Schiere uit.

Schiere is blij met de informatie die de PMI hem biedt. “Natuurlijk kun je ook veel marktinformatie online vinden, maar je moet je altijd afvragen wat de kwaliteit daarvan is. Bovendien kost dergelijk eigen research veel tijd. De PMI geeft een gedegen overzicht van de ontwikkeling in de Nederlandse industrie en de prijsontwikkelingen in een heel breed scala aan productgroepen.”

Een kanttekening van hem is dat de 400 bedrijven die de data voor de PMI aanleveren anoniem zijn. “Ik zou wel graag willen weten hoeveel bedrijven zich op de inkoopcategorieën richten die ook voor ons interessant zijn en hoe groot het inkoopvolume van die bedrijven is. Want uiteindelijk bepaalt dat natuurlijk de echte waarde van dit instrument.”

Volgens Nevi is een specificatie van de inkoopmanagersindex niet mogelijk. “De PMI wordt gemaakt door IHS Markit. Nevi heeft daar geen invloed op. Het is een van de vele PMI’s die IHS Markit maakt. Dat gebeurt allemaal volgens hetzelfde systeem. We hebben bijvoorbeeld gekeken of duurzaamheid er in naar voren kon komen, maar dat was niet mogelijk. Nevi gaat ook niet over het deelnemerspanel. We weten niet wie daarin zitten. Dat kan ook niet, omdat het om een onafhankelijk instrument en onderzoek gaat.”

Belangrijke economische indicator
Maarten Erasmus, managing consultant bij  inkoopdienstverlener Emeritor, denkt niet dat de PMI van veel waarde is voor inkopers zelf. “Als algemeen cijfer over groei of krimp per sector is hij veel te grof. De inkoop van materialen vraagt om veel specifiekere informatie die afhangt van de branche. Inkopers doen daarom liever een beroep op branchespecifieke indexen. Het gaat om indexen waarvoor de inkopers in de branche cijfers aanleveren, die daarna in algemene vorm worden gedeeld met de andere deelnemers.” Daarom is het volgens Erasmus niet logisch dat NEVI zich inspant om de PMI wereldkundig te maken, omdat de leden er weinig aan hebben. “Overigens hebben inkopers natuurlijk wel informatie die interessant is voor andere inkopers. Maar die delen zij niet. Om tactische redenen. De echt interessante informatie blijft onder de pet.”

Erasmus ontkent niet dat de Nederlandse PMI een van de belangrijkste indicatoren voor onze economie is. “Zo hanteren banken de index bijvoorbeeld bij het bepalen van de rentevoet. Daarnaast is het een vroege economische voorspeller. Plaatsen inkopers in de industrie meer orders, dan kun je erop rekenen dat de productie en verkopen gaan stijgen. De PMI is gebaseerd op feiten en is daarmee niet alleen een vroege, maar ook een betrouwbare indicator.” Hij meent dan ook dat de PMI vooral interessant is voor economen, investeerders en beleggers, maar niet voor de oorspronkelijke doelgroep, de inkoopmanagers.

Nevi beklemtoont dat het bij PMI om een instrument vanuit inkoop gaat over wat de markt gaat doen. “De inkoper ziet op het eigen bureau wat de trends zijn en wat de grondstoffen gaan doen. Daarnaast kan de afdeling inkoop er de algemene ontwikkelingen op inkoopgebied mee laten zien aan het management.”

Dit overtuigt Erasmus niet. “Voor specifieke ontwikkelingen zijn er speciale indexen (bijvoorbeeld voor grondstoffen) die inkopers kunnen volgen in plaats van de PMI. Ik kan me ook niet voorstellen dat het management zit te wachten op een overzicht van de algemene ontwikkelingen op inkoopgebied. De index geeft een belangrijk inzicht aan economen, maar niet aan inkopers.”

Inzicht in trends
De waarde van de PMI lijkt vooral te liggen in de trends op het gebied van economie en inkoop die de inkoopmanagersindex laat zien. Vooral voor economen is het een belangrijk instrument om te kijken waar het met de economie naar toe gaat. Aan inkopers geeft het met name een algemeen beeld. Zij kunnen de PMI in combinatie met branche- en bedrijfsspecifieke informatie gebruiken om hun beleid voor de komende periode te bepalen.    

Partner van Inkoperscafé:

Supermarkten scoren onder de maat op palmolie

Nederlandse supermarkten doen het matig tot slecht bij het stimuleren van duurzame productie van palmolie en het aanpakken van ontbossing. Ahold Delhaize heeft van de Nederlandse retailers de hoogste score met 12 uit 22 punten. Zo laat een internationale palmoliescorekaart zien van het Wereld Natuur Fonds (WNF), waarover Distrifood bericht. Superunie heeft 11,5 punten en Jumbo scoort een roodgemarkeerde 9 punten.

Volgens het WNF schieten alle grote internationale voedings- en cosmeticabedrijven tekort. Geen enkel bedrijf haalt wereldwijd de topscore op de nieuwe ranglijst. De palmoliescorekaart beoordeelt wat merken doen aan het beperken van de negatieve effecten van niet-duurzame inkoop van palmolie als meest gebruikte plantaardige olie.

Nederlandse bedrijven
Van alle retailers wereldwijd neemt Ahold Delhaize een gedeelde 25e plek in. De top-3 bestaat uit Edeka, Kaufland en Ikea met respectievelijk 19,8, 19,3 en 19 punten. Op plaats 4 en 5 staan Marks & Spencer (18,8) en Aldi Süd (18,3). FrieslandCampina doet het van de onderzochte Nederlandse bedrijven het best met 17 van 22 punten. Unilever volgt met 14,8 punten. Remia staat onderaan in de Nederlandse lijst, omdat het niet inging op de vraag van het WNF. Daarnaast scoort Jacobs Douwe Egberts heel slecht met een 1,8.

Verwoestende productie
Het WNF benadrukt dat als palmolie onverantwoord wordt geproduceerd, dat verwoestend kan zijn voor bossen, diersoorten, gemeenschappen en het wereldwijde klimaat. De scorekaart laat volgens het WNF zien dat de meeste bedrijven nog ver weg zijn van het duurzaam inkopen en produceren van palmolie. De natuurorganisatie vindt dit teleurstellend.

Bron: Distrifood

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres