Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Inkoperscafé

Teruggang productiesector zet hard door – Nevi PMI® mei 40.5

De COVID-19-pandemie leidde in mei tot een PMI-cijfer van 40.5, het laagste sinds het hoogtepunt van de wereldwijde financiële crisis in mei 2009.

De productie daalde in het op een na hoogste tempo ooit en de afname van het aantal nieuwe orders – de derde op rij – was een van de grootste sinds het begin van dit onderzoek. Hetzelfde geldt voor de export orders.

De werkgelegenheid nam in de op een na grootste mate in bijna elf jaar af. Tegelijkertijd werden de achterstanden opnieuw verkleind. De daling van de hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk was kleiner dan in april, maar bleef een van de grootste in meer dan zeven jaar.

De inkoopactiviteiten namen verder af en de hoeveelheid ingekocht materiaal daalde in de grootste mate sinds april 2009. De voorraad ingekochte materialen was voor de eerste keer sinds februari kleiner en deze daling was de grootste in zeven jaar. De levertijden namen opnieuw toe.

De inkoopprijzen daalden in de grootste mate sinds april 2016 en de verkoopprijzen in de grootste mate sinds november 2009. De productievooruitzichten voor de komende twaalf maanden waren voor de tweede maand op rij negatief, zij het iets minder pessimistisch dan in april.

‘Onzeker of bodem is bereikt’
“Veel ondernemers geven aan tijdelijke banen te hebben geschrapt om kosten te besparen. Aangezien de orderportefeuilles verder zijn geslonken en het aantal nieuwe orders verder afneemt, is het de vraag of de industrie de bodem al bereikt heeft”, zegt Albert Jan Swart, sectoreconoom industrie bij ABN AMRO. “Sommige bedrijven, zoals producenten van verpakkingen voor consumentengoederen, kunnen in juni waarschijnlijk profiteren van de verlichting van ‘lockdowns’ in binnen- en buitenland. Maar de vraag naar kapitaalgoederen zal naar verwachting de komende maanden nog zwak blijven.”

Redactioneel commentaar van Albert Jan Swart, sectoreconoom industrie bij ABN AMRO.

Nederlandse industrie snijdt verder in loonkosten
Nadat de Nevi PMI over april al was ingestort naar het laagste niveau sinds 2009, is de index over mei verder gedaald. De verdere neergang werd veroorzaakt door een scherpe afname van inkoop en ingekochte voorraad. De productie, het aantal nieuwe orders en de werkgelegenheid daalden iets minder snel dan in april, maar de indicatoren wijzen nog altijd op een diepe recessie.

De Nederlandse industrie teerde verder in op de openstaande orders. De omzet is de laatste maanden flink gedaald en het eind is nog niet in zicht. Uit een analyse van ABN AMRO blijkt dat de Nederlandse industrie in het tweede kwartaal zo’n tien miljard euro aan omzet misloopt. Ondernemers snijden dan ook flink in de kosten. De scherpe afname van inkoop en ingekochte voorraad wijst erop dat producenten hun liquiditeitspositie willen versterken. Ondernemers sneden voor de derde maand op rij in de loonkosten. Opnieuw geven veel ondervraagde bedrijven aan tijdelijke contracten te hebben beëindigd.

De productie in China is weer goed op gang gekomen en ook in diverse Europese landen openden veel fabrieken vorige maand weer de deuren. Toch zijn toeleveringsketens nog altijd sterk ontregeld, zoals blijkt uit de deelindicator voor levertijden, die in mei verder opliepen door problemen bij productie en in de logistiek. Hoewel er nog steeds tekorten zijn aan allerlei onderdelen, lijken de leveringsproblemen niet te leiden tot inflatie. In tegendeel; zowel de inkoop- als de afzetprijzen daalden in mei sterk. De inkoopprijzen daalden mede door lagere prijzen van olie en grondstoffen. Producenten verlaagden de verkoopprijzen vanwege de lage vraag naar hun producten.

Ondernemers zijn wel iets minder pessimistisch geworden over de komende twaalf maanden. De cijfers over het producentenvertrouwen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) lieten eind mei al een vergelijkbaar beeld zien. Heeft de Nederlandse industrie dan de bodem bereikt? Vooralsnog wijst de verdere afname van nieuwe orders daar niet op. Het risico bestaat dat sommige bedrijven door hun orderportefeuilles heen raken, waardoor de productie verder kan inzakken. Wel heeft de vraag naar consumentengoederen misschien de bodem bereikt. Door de versoepeling van ‘lockdowns’ in diverse Europese landen kan de vraag naar bijvoorbeeld verpakkingen voor horeca-producten uit het dal klimmen. Dit is echter maar een klein segment in vergelijking met de gehele Nederlandse industrie. Met name de vraag naar investeringsgoederen is zwak.

Partner van Inkoperscafé

Wendy van der Valk is nieuwe bekleder van Nevi leerstoel Tilburg University

Sinds april is de Nevi Leerstoel Purchasing & Supply Chain Management aan Tilburg University weer ingesteld, met als nieuwe leerstoelhouder prof. dr. ir. Wendy van der Valk. Zo bericht Nevi. Hiermee zetten Tilburg University en Nevi de samenwerking voort voor de thema’s contracting en maatschappelijk verantwoord inkopen die ook centraal stonden tijdens de eerdere termijnen toen prof. dr. ir. Bart Vos de leerstoel bekleedde.

Wendy van der Valk werkte sinds haar promotieonderzoek in Eindhoven diverse keren samen met Nevi. De trend dat organisaties geen fysieke producten meer verkopen, maar steeds meer opschuiven naar een geïntegreerd dienstenpakket, servitization, is de context voor veel van het onderzoek binnen de leerstoel. Hierbij richt het onderzoek zich op het effectieve ontwerp en management van contracten in samenhang met de (leveranciers)relatie. Tijd heeft een steeds belangrijkere rol, omdat contracten door de tijd heen wellicht moeten veranderen om effectief te blijven.

Smart supply chains
Daarnaast richt de leerstoel zich sterk op nieuwe ontwikkelingen die het vakgebied inkoop raken en beïnvloeden: ‘smart supply chains’. Daarbij concentreert het onderzoek zich op de gevolgen van nieuwe technologie, waaronder smart meters, internet of things, de samenwerking in klant-leveranciersrelaties, de rol die data spelen bij servitization en de nieuwe businessmodellen die zo ontstaan.

Module inkoop
Op het gebied van onderwijs is er jaarlijks binnen het vak supply chain management een module inkoop voor zo’n honderd tot honderdvijftig bachelor- en minor-studenten. Ook is het vak purchasing management een van de drie (verplichte) kernvakken van de master supply chain management, die jaarlijks wordt gevolgd door ruim tweehonderd studenten. Verder draagt de leerstoel bij aan onderwijs in Nevi programma’s, het betrekken van Nevi(-leden) bij de uitvoering van onderwijs en onderzoek en de kennismaking van studenten met Nevi als vereniging.

 

Bron: Nevi

Partner van Inkoperscafé

Grootste productiedaling ooit – Nevi PMI® april 41.3

De Nevi PMI daalde van 50.5 in maart naar 41.3 in april, het laagste cijfer sinds mei 2009. Dit wijst op een grote verslechtering van de toestand van de productiesector als gevolg van de coronapandemie.

De productieomvang daalde in de grootste mate sinds het begin van dit onderzoek in 2000. Hetzelfde gold voor de daling van het aantal nieuwe orders. De daling van de inkoopactiviteiten was de grootste sinds december 2011. De druk op de toeleveringsketen was echter groter, wat leidde tot de grootste verlenging van de levertijden sinds het begin van dit onderzoek.

De personeelsbestanden namen in de grootste mate af sinds juli 2009. Toch konden de bedrijven hun achterstanden snel inlopen. De inkoopkosten daalden in geringe mate en de verkoopprijzen bleven grotendeels stabiel. De verwachtingen voor de toekomstige productieomvang zakten in naar het laagste niveau ooit, waarbij de bedrijven uitgingen van een daling van de productie in de komende twaalf maanden.

Ergste moet nog komen
“De Nederlandse industrie wordt hard geraakt door de coronacrisis”, zegt Albert Jan Swart, sectoreconoom industrie bij ABN AMRO. “Hoewel de industriële productie in april in recordtempo afnam, zijn er duidelijke aanwijzingen dat dit pas het begin zou kunnen zijn. Ondanks maatregelen van het kabinet om banen te behouden, nam de werkgelegenheid af in het snelste tempo sinds juli 2009. Naar verwachting herstelt de vraag naar industriële goederen voorlopig niet. Om die reden hebben veel ondernemers tijdelijke medewerkers weggestuurd, terwijl ze enkele maanden geleden nog zoveel moeite deden om personeel te vinden. Het lijkt erop dat de Nederlandse industrie zich schrap zet voor een nog grotere dreun. Alles wijst er helaas op dat het ergste nog moet komen.”

Redactioneel commentaar prof. dr. ir. Bart Vos, Scientific Director Brightlands Institute for Supply Chain Innovation (BISCI) en verbonden aan Maastricht University

“Het zat er natuurlijk wel aan te komen, maar de Nevi PMI is fors onderuitgegaan: van 50.5 in maart naar 41.3 in april. Er blijkt dus internationaal gezien sprake te zijn van een na-ijleffect, maar nu is de impact van de COVID-19 pandemie ook in volle hevigheid zichtbaar in de Nederlandse PMI-cijfers. Het is altijd gevaarlijk om een fenomeen ‘historisch’ te noemen, feit is wel dat de daling van zowel productievolumes als het aantal nieuwe orders sinds de start van het Nevi PMI-onderzoek (maart 2000) nooit zo groot is geweest. Respondenten geven aan dat de noodmaatregelen om de impact van het coronavirus op de volksgezondheid zoveel mogelijk in te perken hebben geleid tot een forse daling van de vraag in binnen-en buitenland. Daarnaast zijn in diverse sectoren productiefaciliteiten voor langere periode gesloten. In de Europese auto-industrie zijn fabrieken gemiddeld bijna een maand dicht geweest, voor de VDL Nedcar vestiging in Born betekende dit dat sinds medio maart circa vijfduizend werknemers thuis hebben gezeten. En uiteraard hebben deze maatregelen ook gevolgen voor de vele toeleveranciers van autofabrikanten. Vanwege de vele afhankelijkheden in mondiale ketens zal het opstarten van de productie een geleidelijk proces zijn, nog even los van de onzekerheid betreffende de vraag naar auto’s.

Verder zijn Nederlandse PMI-respondenten zijn ook niet bepaald positief over hun toekomstperspectief. De Nevi PMI-deelindex ‘toekomstige productie’ kwam voor het eerst sinds deze vraag werd gesteld (juli 2012) ruim onder de 50.0 uit. Dit betekent dat Nederlandse producenten het komende jaar met weinig vertrouwen tegemoetzien, het merendeel van de bedrijven verwacht een daling van de productie. Deze pessimistische stemming wordt grotendeels veroorzaakt door de onzekerheid over en de impact van de COVID-19 pandemie.

Deze sombere toekomstverwachtingen zijn ook terug te vinden in recente CBS-cijfers het producentenvertrouwen. Het vertrouwen van Nederlandse producenten daalde van 0.2 in maart naar -28.7 in april. Een daling van deze omvang is sinds de start van dit onderzoek in 1985 niet eerder voorgekomen. Ter vergelijking: het gemiddelde producentenvertrouwen van de afgelopen twintig jaar stond op 0.8. En ook uit het CBS-onderzoek blijkt dat ondernemers somber zijn over hun toekomstige bedrijvigheid.

Zowel de meest recente PMI-cijfers als de CBS-data laten dus een somber beeld zien, zijn er dan helemaal geen lichtpuntjes? Internationaal gezien geven de Chinese PMI-cijfers aanleiding tot voorzichtig optimisme. Na een heel forse daling in februari (tot 35.7) volgen een bijna net zo snel herstel in maart (tot 52.0). Dit betekent niet tot de Chinese productiesector weer als vanouds draait, zeker niet, maar het snelle herstel is toch een positief signaal.  Nu is de Nederlandse economie natuurlijk heel anders dan die van China, maar tijdens de crisis in 2008-2009 liet de Nevi PMI een vergelijkbaar patroon zien. Een forse daling tot zelfs verder onder de veertig werd gevolgd door een vrij steile herstelperiode, duidend op voldoende veerkracht in productieketens.

Verder leidt deze crisis nationaal en internationaal tot creatieve, innovatieve oplossingen. Een voorbeeld is te vinden in het tegengaan van verspilling in voedselketens. In Nederland koppelt een non-profit digitale marktplaats leveranciers met overtollige voorraden direct aan consumenten.

Sprankjes van hoop in verder sombere tijden, vol met door minister-president Rutte benoemde duivelse dilemma’s, maar ze bieden hopelijk enig houvast om zijn ‘hou vol’ motto te blijven toepassen.”

Redactioneel commentaar van Albert Jan Swart, sectoreconoom industrie bij ABN AMRO.

Nederlandse industrie zet zich schrap voor ongekende crisis
“De Nederlandse industrie wordt hard geraakt door de coronacrisis. Waar de Nederlandse industrie in maart te kampen had met een aanbodschok door de vertraagde levering van halffabricaten uit China, kijkt de sector inmiddels aan tegen een wereldwijde economische recessie. Terwijl de Nevi PMI over maart nog 50,5 scoorde, wat duidt op een lichte groei van de bedrijfsactiviteit, is de index over april ingestort naar 41,3, de laagste stand sinds 2009. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat dit pas het begin zou kunnen zijn van een ongekende crisis. Zolang er geen vaccin is, kan de consumptie niet herstellen en zal de industrie voor langere tijd last hebben van teruglopende investeringen.

De industriële productie verslechterde in april met het hoogste tempo sinds het begin van de enquête in 2000. Ook de conjunctuurenquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wijst op een historische neergang van de industriële productie: de gemiddelde bezettingsgraad daalde van 82,7 procent in januari naar 74,2 procent in april, de laagste bezettingsgraad ooit sinds het begin van de rondvraag in 1989. Uit een enquête van de Koninklijke Metaalunie onder haar leden in de metaalbewerking blijkt eveneens een forse teruggang van omzet en orders.

Tal van tekenen wijzen op een verdere erosie van de productie. Zo nam het aantal nieuwe orders in recordtempo af, in binnen- en buitenland. Momenteel zijn veel bedrijven nog bezig met het wegwerken van openstaande orders, zo blijkt uit gesprekken met zakelijke klanten van ABN AMRO. Uit de Nevi PMI blijkt dan ook dat de orderportefeuilles in april snel zijn geslonken. Het is dus vooral te danken aan de achterstallige orders dat de industrie afgelopen maand nog wat werk om handen had. Vooral kleine en middelgrote industriële ondernemingen hebben het momenteel zwaar. Zij bedienen vaak een bepaalde afzetmarkt of een klein aantal belangrijke afnemers. Als die afzetmarkt tegenzit of een belangrijke afnemer geen orders meer plaatst, droogt de orderstroom snel op. Zeker is dat op dit moment orders vanuit bijvoorbeeld de luchtvaart, de scheepvaart en offshore voor een groot deel zijn weggevallen.

Als het aantal nieuwe orders de komende maanden niet aantrekt, komt de bodem van de orderportefeuilles in zicht en zakt de industriële productie verder in. Het lijkt erop dat industriële ondernemers nu al voorsorteren op zo’n scenario, want de werkgelegenheid nam in april af met het snelste tempo sinds juli 2009, ondanks alle maatregelen van het kabinet om banen te behouden. Veel ondernemers geven aan tijdelijke medewerkers te hebben weggestuurd. De Nederlandse industrie heeft een flexibele schil van zo’n 20 procent, bestaande uit tijdelijke arbeidskrachten, uitzendkrachten et cetera. Het wegsturen van personeel is opvallend, want enkele maanden geleden deden ondernemers nog veel moeite om geschikt personeel te vinden. Overigens hebben industriële ondernemers daarnaast op grote schaal gebruik gemaakt van de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW), de nieuwe werktijdsverkortingsregeling van de overheid. Uit cijfers van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) van 30 april blijkt dat een kleine 12.000 industriële bedrijven al gebruik hebben gemaakt van die regeling, zo’n twintig procent van het totale aantal bedrijven in de industrie (exclusief de voedingsmiddelenindustrie). Deze bedrijven rapporteren een omzetverlies van gemiddeld bijna zestig procent. In een kleine maand tijd kregen industriële ondernemers door het UWV ruim 300 miljoen euro aan loonkosten vergoed. Het feit dat het aantal banen – ondanks de NOW-regeling – snel daalt, is een duidelijk teken dat ondernemers erop rekenen dat deze crisis nog wel even duurt. En zolang het aantal nieuwe orders niet aantrekt, neemt de werkgelegenheid vermoedelijk verder af.

Het lijkt erop dat industriële ondernemers kiezen voor structurele verlaging van de productie om de personeelskosten te drukken in plaats van het op peil houden van de capaciteit om in ieder geval de openstaande orders snel weg te werken. Deze handelwijze is begrijpelijk, want het lijkt erop dat een krachtig herstel van de vraag voorlopig niet te verwachten is. Nog maar enkele weken geleden verwachtten veel economen nog een zogenoemd V-vormig herstel. Inmiddels rekent vrijwel niemand er meer op dat de economische groei binnen enkele maanden flink aantrekt.

De verstrekkende maatregelen die overheden over de hele wereld nemen om het coronavirus onder controle te krijgen, trekken diepe sporen. Het stilleggen van een groot deel van de wereldeconomie leidt tot een abrupte afname van de werkgelegenheid, die resulteert in een daling van inkomens en vertrouwen in de economie. Dat leidt tot een flinke afname van de vraag naar duurzame goederen zoals auto’s – een ramp voor de Europese auto-industrie en enkele honderden Nederlandse toeleveranciers. Momenteel wordt de autoproductie in Europa na een stilstand van weken weer mondjesmaat opgestart. Het is echter maar zeer de vraag hoeveel consumenten dit jaar nog een nieuwe auto bestellen. 

Behalve de particuliere consumptie lopen ook de bedrijfsinvesteringen flink terug. De Nederlandse industrie heeft daar veel last van. Nu het kwartaalcijferseizoen is losgebarsten, meldt de ene na de andere beursgenoteerde onderneming flink te zullen snijden in banen en investeringen om over voldoende cash te blijven beschikken. Zo meldde Airbus eind april in een brief aan zijn medewerkers flink te moeten bezuinigen omdat het voortbestaan van het bedrijf op het spel staat. Doordat wereldwijd veel vliegtuigmaatschappijen op omvallen staan, zijn veel orders voor nieuwe vliegtuigen geannuleerd. Airbus speelt een belangrijke rol in de Europese industrie, want de pan-Europese vliegtuigbouwer koopt veel onderdelen in bij andere industriële bedrijven, ook in Nederland.

De Nederlandse industrie is zeer afhankelijk van export. Van elke euro die de Nederlandse industrie verdient, wordt volgens het CBS 70 cent door export opgebracht. Het belang van de Nederlandse maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus is dus beperkt. Belangrijker zijn de mondiale ontwikkelingen. Verlichting van maatregelen wereldwijd zou de industrie kunnen helpen. Een sterke opleving van de vraag is voorlopig echter niet te verwachten, aangezien het vertrouwen om meer te consumeren en te investeren een deuk heeft gekregen. Het lijkt erop dat de industriële productie pas echt kan herstellen als er een vaccin is. Dan pas is er licht aan het eind van de tunnel en komen investeringen en productie weer op gang.

De Nederlandse industrie staat aan het begin van een ongekende crisis. ABN AMRO verwacht pas in 2021 een voorzichtig herstel van de industriële productie. Een lichtpuntje is dat veel bedrijven de laatste jaren veel vet op de botten hebben gekregen. En de industrie heeft dat vet ondanks alle steunmaatregelen hard nodig.”

Partner van Inkoperscafé

ABN AMRO participeert vanaf mei 2020 in Nevi Purchasing Managers Index (PMI)

Met ingang van mei 2020 participeert ABN AMRO in de maandelijkse Nevi inkoopmanagersindex, de Nevi PMI. Met de eerstvolgende publicatie, op 4 mei aanstaande, gaat ABN AMRO duiding geven aan de economische ontwikkelingen op basis van deze Nederlandse inkoopmanagersindex. In mei nog in samenwerking met Bart Vos, die sinds anderhalf jaar zijn visie geeft op de index. Vanaf juni draagt Vos het stokje dan volledig over aan ABN AMRO. Met deze samenwerking wordt het belang en de rol van inkoop op de strategie van bedrijven nog beter en breder onder de aandacht gebracht.

Jeroen Harink, algemeen directeur Nevi: “Ik ben blij met ABN AMRO als partner van de Nevi PMI, dé economische indicator voor de Nederlandse productiesector. Met ABN AMRO als partner, krijgt inkoop in de financiële wereld een zichtbare en prominente plek. Daarnaast pakken we samen ook maatschappelijke ontwikkelingen op zoals duurzaamheid en de circulaire economie.” 

Albert Jan Swart, Sectoreconoom Industrie bij ABN AMRO: “Als bank horen we dagelijks van onze klanten hoe belangrijk het duiden van economische ontwikkelingen is voor de strategie van bedrijven en de rol van inkoop daarin. We zijn dan ook verheugd om als partner van de Nevi PMI ondernemers maandelijks nog meer duiding aan te kunnen bieden.”

Webinar Nevi PMI
Eén van de eerste concrete uitwerkingen van de samenwerking is het gratis Webinar Nevi PMI dat op woensdag 6 mei aanstaande van 14.30 tot 15.45 uur gepland staat. Een interactief webinar waar de laatste macrotrends en ontwikkelingen van de economie worden besproken aan de hand van de Nevi inkoopmanagersindex. Meer informatie en aanmelden kan hier.

Perspectief op de toekomst
Jeroen Harink: “Meer dan ooit is duidelijk dat allianties met anderen de sleutel is naar succes. De kunst is om met de juiste partijen een zodanige samenwerking aan te gaan, dat we waarde kunnen leveren, zowel voor de maatschappij, voor organisaties als voor inkoopprofessionals. En dat doen we met vele partijen, en nu ook met ABN AMRO.”

Over Nevi
Nevi is het kennisnetwerk voor inkoop, contract- en supply management. Gevoed door visies en inzichten uit bedrijfsleven, publieke sector onderwijs en wetenschap bundelen en duiden wij alle facetten van procurement. Wij delen die diepgaande kennis: in onze vereniging van 7.000 professionals die elkaar inspireren en stimuleren. In doelgerichte opleidingen, trainingen en events voor iedereen die verder wil in ons mooie vak. En in innovatieve krachtenbundelingen met maatschappelijke en commerciële partners.
Zo brengen wij, gezamenlijk, procurement naar een hoger niveau. Nevi. Procurement in perspectief. Meer informatie: www.nevi.nl.

Over ABN AMRO
ABN AMRO heeft een duidelijke en gedurfde doelstelling: banking for better, for generations to come. Als bank hebben we een enorme impact op de economie en maatschappij; door de juiste keuzes te maken, willen we een positieve en duurzame bijdrage leveren. Onze purpose vormt het vertrekpunt bij alles wat we doen. Nu, straks én overmorgen. Bij alles wat we doen, bekijken we of het beter kan.

Met onze producten en diensten hebben we impact op de levens van miljoenen mensen. Of we nu bijdragen aan de overgang naar een circulaire of duurzame economie, of starters helpen bij de financiering van een eerste huis: we bouwen mee aan een betere toekomst. Onze purpose: banking for better, for generations to come. Meer informatie: www.abnamro.nl

Partner van Inkoperscafé

Nevi verhuist naar nieuwe locatie

Na een nieuwe koers en een nieuwe uitstraling is nu ook de nieuwe bestemming van Nevi in zicht: het langverwachte ‘House of Procurement’ komt in Zeist, op landgoed De Breul. Per 1 oktober verlaat Nevi Zoetermeer om zich daar te vestigen.

Algemeen directeur Jeroen Harink is blij en trots dat de kogel door de kerk is, na een zorgvuldige zoektocht naar het ideale pand: “Geheel volgens het inkoopprocesmodel van Arjan van Weele (specificeren, selecteren, contracteren), is de keuze voor dit pand tot stand gekomen. Naast een centrale ligging en goede bereikbaarheid, leent deze nieuwe locatie zich perfect voor wat Nevi wil zijn: een toegankelijke vereniging waar ook (een deel van) onze evenementen en opleidingsactiviteiten kunnen plaatsvinden. En dit alles in een inspirerende en groene omgeving. En bovendien passend bij onze ambities en de weg die we hebben ingezet met Nevi Next“.

Partner van Inkoperscafé

White paper 7 voorwaarden voor effectief leveranciersmanagement

Door voortgaande uitbesteding is leveranciersmanagement een van de top-issues in het inkoopvak. Leveranciersmanagement draait nu nog vooral om kostenverlaging en risicovermijding. Maar weinig organisaties hebben een duidelijke visie op hoe zij door waarde kunnen creëren door bij te dragen aan innovatie, verduurzaming en kortere levertijden. Om hiermee ook echt waarde te kunnen creëren, is een aantal zaken essentieel. Dit whitepaper beschrijft 7 voorwaarden voor effectief leveranciersmanagement.

Lees er alles over in het Nevi White paper 7 voorwaarden voor effectief leveranciersmanagement. Geschreven door Freek Andriesse.

Te downloaden via Nevi.

Partner van Inkoperscafé

Nieuwe orders nemen sterk af – Nevi PMI® maart 50.5

Zoetermeer, 1 april 2020 – De Nevi PMI van maart was met 50.5 flink lager dan het cijfer van 52.9 van februari. Toch duidt dit cijfer nog steeds op een (geringe) verbetering in maart. De productie daalde in bescheiden mate. Het aantal nieuwe orders daalde in de grootste mate sinds eind 2011 en hetzelfde gold voor de export orders.

De verlenging van de gemiddelde levertijden was aanzienlijk en de grootste sinds september 2018. De voorraad eindproducten daalde in de grootste mate in vijf jaar en ook de inkoopactiviteiten namen af. De voorraad ingekochte materialen steeg licht.

De werkgelegenheid nam in beperkte mate af. De inkoopprijzen namen toe, evenals de verkoopprijzen. Deze laatste inflatie was echter gering.

De toekomstverwachtingen van de bedrijven waren, vanwege de groeiende bezorgdheid over de impact van de coronavirus pandemie, het laagst sinds deze vraag voor het eerst gesteld werd.

Redactioneel commentaar prof. dr. ir. Bart Vos, Scientific Director Brightlands Institute for Supply Chain Innovation (BISCI) en verbonden aan Maastricht University

Nederland is met een Nevi PMI van boven de 50 een positieve uitzondering in Europa
Een maand geleden was de impact van de COVID-19 pandemie al zichtbaar, maar in maart zijn de humanitaire en economische effecten mondiaal pas echt in volle omvang duidelijk geworden. Het aantal te betreuren slachtoffers is in veel landen fors toegenomen en ook economisch gezien is de schade enorm. Natuurlijk zijn er verschillen tussen sectoren, maar overall zijn de ramingen steeds somberder geworden. Begin maart ging werkgeversorganisatie VNO-NCW nog uit van een verlaging van de verwachte economische groei voor 2020, eind maart stelt het Centraal Planbureau (CPB) dat het voorkomen van een economische krimp een onmogelijke missie lijkt te zijn.

Een fors daling van de Nevi PMI blijft vooralsnog uit
Een forse daling van de Nevi PMI voor de Nederlandse productiesector lag dan ook in de lijn der verwachting, maar dat is dus niet gebeurd. De index daalde wel, van 52.9 in februari tot 50.5 in maart, maar de meest recente data duiden dus nog steeds op lichte groei. Kijkend naar de mondiale ontwikkelingen is dat op zijn zachtst gezegd verrassend te noemen. Vele regeringen in de hele wereld hebben enorme steunmaatregelen voor ondernemers aangekondigd, in Nederland gaat het nu al om een pakket van vele tientallen miljarden Euro’s. Verder is Nederland met een PMI van boven de 50 een positieve uitzondering in Europa. In de Eurozone zakte de PMI voor de industrie tot 39.5, de grootste daling sinds april 2009, en voor de dienstensector zelfs tot 31.4.

Verklaring voor de lichte groei in de coronatijd
Het is lastig om een sluitende verklaring voor deze uitzonderingspositie te vinden. Kan het aan de timing van de dataverzameling liggen? Dat lijkt onwaarschijnlijk aangezien de data voor de Nevi PMI tussen 12 en 23 maart verzameld zijn en toen was de impact van COVID-19 al echt voelbaar in veel sectoren. Bovendien wordt door respondenten ook op diverse plekken in de rapportage verwezen naar deze impact, bijvoorbeeld als verklaring voor het gedaalde aantal nieuwe (export)orders. Verder is het toekomstperspectief nog steeds licht positief, maar respondenten geven wel aan dat bezorgdheid over COVID-19 een negatieve invloed heeft.

Is de samenstelling van de Nederlandse industrie dan zo anders? Dat is deels inderdaad het geval, zeker ten opzichte van onze Duitse buren, maar het is zeer de vraag of dat een bevredigende verklaring is voor het grote verschil in PMI-score. Bij nadere analyse valt wel op dat de Nederlandse industriële productieomvang nog stijgt in de sector consumptiegoederen en dat past weer bij cijfers over het aantal pintransacties in bijvoorbeeld supermarkten en doe-het-zelfzaken. Bij producenten van halffabricaten en investeringsgoederen was er sprake van dalende productievolumes, aggregaat leidde dit in maart tot een relatief bescheiden daling van de totale productieomvang.

Het meest waarschijnlijk lijkt toch een na-ijleffect, waarbij de gevolgen van de Covid-19 pandemie met een vertraging de komende maanden alsnog zichtbaar worden in de Nederlandse Nevi PMI-data. Het lijkt nauwelijks voorstelbaar dat een open economie als de Nederlandse immuun blijkt te zijn voor deze mondiale crisis. Het wordt immers steeds voelbaarder dat internationale productieketens worden onderbroken, ook in kwetsbare sectoren. Een wrang voorbeeld van deze kwetsbaarheid is te vinden bij de productie van de voor onze zorg nu broodnodige beademingsapparatuur. Snelle opschaling is door toenemende vraag noodzakelijk, een traject waar normaal een jaar voor staat moet nu in een paar weken gerealiseerd worden. Een bijkomende uitdaging is dat door een lockdown in een toenemend aantal landen de aanvoer van kritische onderdelen in gevaar komt.

Concluderend zal de met de Covid-19 uitbraak gepaarde gaande onzekerheid nog wel even duren, maar er zijn zeker ook lichtpuntjes. Allereerst zijn er over de hele wereld talloze voorbeelden van creatieve, vaak hartverwarmende oplossingen en acties ontstaan. En verder kunnen we er op basis van ervaringen in eerdere crises op vertrouwen dat er voldoende veerkracht in ketens aanwezig is om een eventuele daling in de Nevi PMI op termijn op te vangen.

Partner van Inkoperscafé

Steeds meer bedrijven doen een beroep op ‘overmacht’

Uit onderzoek van Riskmethods waarover Nevi bericht, blijkt dat er sprake is van een stijging van 44 procent van het aantal bedrijven dat een beroep doet op ‘force majeure’ (overmacht). Bij ‘force majeure’ gaat het om een clausule in een contract, die aangeeft dat de betreffende partij (of partijen) een contractuele verplichting niet kan naleven door krachten die buiten de eigen controle liggen. Het gaat dan bijvoorbeeld om een oorlog, natuurramp of epidemie.

Overmachtsituatie
Meestal vangt een overmachtclausule in de praktijk het door een partij niet-nakomen van afspraken van een partij niet helemaal op, maar schort ze deze alleen op voor de termijn van de overmachtsituatie. DHL Global Forwarding is een voorbeeld van een bedrijf dat zich ondertussen beroept op force majeure. Deze mondiale logistieke dienstverlener ‘behoudt zich het recht voor om de dienstverlening naar eigen inzicht aan te passen aan de actuele omstandigheden’.

Bron: Nevi

Partner van Inkoperscafé

White paper Inkoop Sociaal Domein - Nog 4 hordes te gaan

Sinds 2015 is het Sociaal Domein grotendeels de verantwoordelijkheid van lokale overheden. Zowel op operationeel als financieel gebied is het een gigantische opgave gebleken dit systeem op te zetten. Bijna vijf jaar later zijn gemeenten goed bezig, maar er zijn nog wel wat hordes te nemen.

Lees er alles over in het Nevi White paper Inkoop Sociaal Domein: Nog 4 hordes te gaan. Geschreven met medewerking van Niels Uenk, Tim Robben en John Weinstock.

Te downloaden via Nevi.

Partner van Inkoperscafé

Serious game verlevendigt opleiding contract- en leveranciersmanagement

Nevi voegt een serious game toe aan de opleiding contract- en leveranciersmanagement. Deze moet studenten op een speelse manier aan het denken zetten over het werk van de contractmanager en zijn interactie met andere organisatieonderdelen. Volgens Berry Koolstra, programmamanager bij Nevi, is het spel een waardevol element voor de (aankomende) contractmanagers die deelnemen aan de opleiding.

Wil een professional ideeën in een organisatie uitvoeren, dan heeft hij daar eigenlijk altijd andere mensen bij nodig. De game laat de studenten ervaren wat de impact is van zijn plannen of de wijze waarop hij die uitvoert, op anderen. Daarbij draait de game om een voor iedereen herkenbare organisatiecasus. Het is een bordspel met meerdere speelvelden met meerdere activiteiten op een lesdag. Bij iedere activiteit is een andere vaardigheid of competentie van de spelers nodig voor het bereiken van leerdoelen. De deelnemer ervaart daarbij wat de impact is op verschillende stakeholders. Het spel gaat in op de vijf meest voorkomende rollen die een contractmanager in en buiten zijn organisatie tegen kan komen. Dat zijn naast de contractmanager zelf, de inkoper, de klant, de leverancier en de directie. ‘Facilitators’ begeleiden het spel en zorgen voor daadwerkelijk confronterende situaties.

Concrete leer- en verbeterpunten
“We kozen bewust voor een bordspel zodat je fysiek met elkaar in contact bent. Dat geeft je een levendige ervaring van wat je als contractmanager zelf tegenkomt in je werk, maar ook hoe die andere functionarissen dat ondervinden”, vertelt Koolstra. De deelnemers verzamelen op de speeldag de concrete leer- en verbeterpunten, die zij tijdens de simulatie hebben ondervonden. Dit levert een concreet actieplan op dat ze mee kunnen nemen. Koolstra: “Je kunt het geleerde eigenlijk direct toepassen in je dagelijkse werkzaamheden. Ongeveer twee weken na de simulatie treffen we elkaar weer in het ‘Leerlab’. Daar evalueer je met de facilitator en de andere deelnemers of je daadwerkelijk met je actiepunten aan de slag bent gegaan en waar je tegenaan liep. Met die bagage kun je het vervolg van je opleiding in.”

Bron: Nevi

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres