Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Inkoperscafé

Bedrijven moeten leveranciersrisico’s meer spreiden

Volgens Marcel Ludema is de mondialiteit van de toeleveringsketen één van de grootste problemen voor bedrijven. Zo valt te lezen in een interview met hem op de site van PT Industrieel Management. Ludema is assistent-professor transport en logistiek aan de TU Delft en eigenaar van adviesbureau Global Service and Solutions.

De assistent-professor stelt dat we door de opkomende economieën veel vaker halffabrikaten of onderdelen kopen in landen waar die het goedkoopst zijn. Bedrijven kennen volgens hem de risico’s van inkopen bij een toeleverancier, maar kiezen hier vaak toch voor vanuit kostenoverwegingen of omdat ze nu eenmaal beperkte mogelijkheden hebben als het gaat om specifieke onderdelen. “Om de keten robuuster te maken, zullen bedrijven moeten onderzoeken of het mogelijk is het risico te spreiden en de inkoopcapaciteit te verdelen over meerdere toeleveranciers in verschillende regio’s in een 70-30-verhouding. Voltrekt zich een ramp of crisis in een bepaald gebied, dan kunnen ze beroep doen op de andere partij om de volumes snel te laten groeien.”

Robuustere keten
Ludema denkt dat dit toeleveranciers scherp houdt, omdat deze ernaar streven om altijd het grootste aandeel (zeventig procent in plaats van dertig procent) te kunnen leveren. “Ook de verhouding 60-20-20 komt regelmatig voor en is een goede aanpak om het risico te spreiden en de keten robuuster te maken. Bij commodities is het spreiden over meerdere toeleveranciers eenvoudiger.” Volgens Ludema zullen bedrijven mogelijk ook onderzoeken of ze kunnen samenwerken met concurrenten om samen grondstoffen of onderdelen in te kopen. Hij betwijfelt of dit een slimme aanpak is. “In eerste instantie zullen ze kijken of ze hier voordeel uit kunnen halen om beide te kunnen overleven, maar zeker in crisistijd is zo’n samenwerking fragiel. Als de een er net iets beter voorstaat dan de ander, bestaat toch de neiging om voor het eigen voordeel te kiezen.”

Transparante relaties
Daarnaast verwacht Ludema dat bedrijven ook betalingstermijnen kritisch zullen bekijken. “De betalingstermijn oprekken is vaak een paniekreactie, belangrijker is dat er vertrouwen in de markt blijft en leveringen slechts tijdelijk worden uitgesteld.” Het is nog onzeker hoe bedrijven de coronacrisis zullen doorstaan. “Feit is dat ze nu al begonnen zijn om te kijken wat na de crisis beter kan. De bewustwording zal groeien dat ketens robuuster moeten worden en ketenbreed zullen risicoanalyses worden uitgevoerd. Daarbij wordt het delen van informatie steeds belangrijker voor de totstandkoming van open, transparante relaties met toeleveranciers. Digitalisering kan daarbij helpen”, schat Ludema in.

Bron: PT Industrieel Management

Partner van Inkoperscafé

Alternatief voor palmolie verbetert toeleveringsketen

Het bedrijf C16 Biosciences heeft een biologisch alternatief ontwikkeld voor palmolie als onderdeel van een ‘missie om ontbossing te stoppen’. Hiervoor heeft het bedrijf 24 miljoen dollar aan financiering opgehaald. C16 Biosciences gebruikt microben voor het ‘brouwen’ van olie die palmolie in de bestaande palmolieketen kan vervangen. Zo bericht het Britse Supply Management.

Efficiëntere toeleveringsketen
Palmolie zit in bijna 50 procent van de producten in de schappen van supermarkten. Het gaat onder andere om zeep, shampoo, make-up, brood, ijs, pindakaas en koekjes. De palmolieproductie wordt ondertussen geassocieerd met de vernietiging van tropische regenwouden en de habitats van bedreigde diersoorten, waaronder orang-oetans, neushoorns en olifanten. De bioproductie van C16 Biosciences hangt echter niet af van ontbossing en leidt tot een betere controle over de olie-eigenschappen. Volgens het bedrijf levert dat een volledig traceerbare, efficiëntere toeleveringsketen op. Ruim 250 bedrijven en negen landen over de hele wereld hebben publiekelijk toegezegd te stoppen met het gebruik van niet-duurzaam gecertificeerde palmolie in hun toeleveringsketens.

Bron: Supply Management

Partner van Inkoperscafé

De toeleveringsketen is nu ook een probleem voor webshops

In meer dan de helft van de gevallen (zestig procent) hebben Europese webshops vanwege de coronacrisis problemen met hun toeleveringsketen. Dat komt soms door beperkingen bij de import van producten uit niet-Europese landen. Ook ligt de oorzaak vaak in algemene beperkingen in de supply chain, bijvoorbeeld op productielocaties, die voor tekorten van bepaalde producten zorgen. Zo laat nieuw onderzoek van Ecommerce Europe zien waarover Supply Chain Magazine bericht.

Het onderzoek vond plaats onder de leden van de National E-commerce Association. Het schonk aandacht aan het algemene effect van de coronacrisis op Europese webshops, met speciale aandacht voor de logistiek. De webwinkels hebben in zestig procent van de gevallen problemen in hun toeleveringsketen door beperkingen bij de invoer of door algemene ketenbeperkingen die voor tekorten zorgen. De verwachting was dat de sluiting van niet-essentiële, fysieke winkels een grotere druk op webshops zou betekenen. Maar 27 procent van de respondenten meldt echter dat hiervan ook sprake is.

Grensoverschrijdende levering
Verder is volgens de respondenten de druk op de aanbieders van pakketdiensten in hun land aanzienlijk. Hierbij meldt 33 procent sterk negatieve gevolgen voor de pakketbezorging. Voor zestig procent is er een klein negatief effect. Dit ligt grotendeels aan de toegenomen druk op de bezorgers, die voor vertragingen heeft gezorgd. Voor aankopen over de grens verklaart 86 procent van de respondenten dat pakketvervoerders geen drempels opleggen of beperkt worden bij bezorging in het buitenland. Zijn er wel problemen, dan komt dat grotendeels door een gebrek aan vluchtverbindingen. Volgens Ecommerce Europe is de e-commercesector erg belangrijk tijdens de coronacrisis. Webshops kunnen namelijk essentiële producten aan consumenten blijven leveren met minimale risico’s op besmetting. De onderzoekers vinden het daarom noodzakelijk dat de grenzen open blijven voor grensoverschrijdende productleveringen en -verkopen.

Bron: Supply Chain Magazine

Partner van Inkoperscafé

Wat zijn de gevolgen van het coronavirus voor de inkoop?

Het is inmiddels duidelijk dat de coronacrisis in ieder geval leidt tot een recessie en misschien zelfs tot een diepe economische depressie. Naast de gevolgen daarvan, hebben inkopers ook te maken met de praktische gevolgen van de pandemie. Wat kunnen ze nog doen om de schade te beperken en wat is het beeld voor de lange termijn?

Om te beginnen met het economische beeld: de inkoopmanagersindexen (PMI’s) voor de Europese Unie, belangrijke graadmeters voor economische activiteit, kenden eind maart de grootste daling ooit. Alle belangrijke PMI’s kwamen onder de 50 uit, wat krimp betekent. De PMI voor dienstverlening daalde van 52,6 naar 28,4, het laagste niveau in 22 jaar. Die voor productie was met 39,5 in ruim tien jaar niet zo laag geweest. “De economische activiteit in de Eurozone is ingestort in maart op een manier die de daling ten tijde van de wereldwijde credietcrisis overtreft. De PMI van maart wijst op krimp van het bruto binnenlandsproduct (GDP) van 2 procent per kwartaal”, stelde Chris Williamson, hoofdeconoom bij IHS Markit. Het vertrouwen van inkoopmanagers in de economie is dus in korte tijd sterk teruggelopen.

Leveringsproblemen
Daarnaast hebben inkopers te maken met vooral problemen in de toeleveringsketens. Zo moeten ze volgens het internationale adviesbureau Gartner voortdurend rekening houden met leveringstekorten van materialen of eindproducten die uit een getroffen gebied komen. In het begin van de crisis was dit China, nu zijn dit meer de Europese landen en de Verenigde Staten. Ook een aandachtspunt is de afgenomen beschikbaarheid van medewerkers door ziekte en quarantaine- of lockdownmaatregelen. Verder is transport lastiger geworden. Daardoor kunnen vertragingen of andere verstoringen optreden in de aanlevering van goederen. Hierbij komen ook nog de beperkende maatregelen van landen naar voren. “Nu de epidemie in maart een officiële pandemie is geworden, zien we een enorme piek van leveringsproblemen in landen over de hele wereld, doordat regeringen en bedrijven beperkende maatregelen nemen, zoals reisverboden, grenscontroles en sluitingen”, stelt risicomanagementbedrijf Riskmethods.

Gartner raadt voldoende transparantie in alle onderdelen van de toeleveringsketen aan. Verder is het volgens Gartner belangrijk dat zoveel mogelijk voorraad toegankelijk is en zich buiten de crisisgebieden en getroffen logistieke knooppunten bevindt. Op de wat langere termijn moeten vraag en aanbod in evenwicht komen en moeten bedrijven buffervoorraad opbouwen.

Volgens Casme, een wereldwijd lidmaatschapsnetwerk voor bedrijfsaankopen, doen inkopers er goed aan om leveranciers waarvan bekend is dat ze zich in risicovolle regio’s bevinden, in kaart te brengen en te identificeren. Daarnaast is het belangrijk dat ze inzicht krijgen in de producten waarvan de aanlevering vertraagd kan raken en daarbij een planning maken voor worst-case-scenario’s. Verder raadt Casme inkoopafdelingen aan om versneld naar alternatieve leveranciers te zoeken. Graham Crawshaw, global services director bij Casme, benadrukt dat het belangrijk is om de communicatielijnen met leveranciers open te houden. Daardoor blijft inkoop op de hoogte van ontwikkelingen en uitdagingen waarmee leveranciers te maken krijgen.

Het Britse online vakmagazine Supply Management adviseert inkopers om voorraadniveaus te bekijken, goed met leveranciers te communiceren en prijsstructuren te herzien. Voor de situatie na de pandemie moeten ze inzicht krijgen in de locatierisico’s in hun ketens.

Volgens Simon Underwood van het Britse accountantskantoor Menzies doen bedrijven er goed aan te letten op ‘financiële rode vlaggen’ bij leveranciers. Het gaat dan bijvoorbeeld om moeilijkheden bij het tijdig betalen van crediteuren of werknemers en plotselinge veranderingen in de onderlinge communicatie.

Vier aandachtspunten
Nevi is met vier punten gekomen waar inkopers in de huidige coronacrisis in ieder geval op moeten letten. Ten eerste is het belangrijk dat ze de inventaris controleren. Hierbij hoort het herzien van voorraadbeleid en -niveaus. Ze moeten leveranciers vragen om hetzelfde te doen. Het is daarbij noodzakelijk dat inkoop goed communiceert en samenwerkt met iedere leverancier in de toeleveringsketen en de relatie goed houdt. Verder doet inkoop er goed aan om kritisch te beoordelen of een leverancier wel kan blijven aanleveren, zelfs als die vindt dat het kan. Ook moet inkopers goed naar de prijsstructuren en marktpositie kijken en op basis daarvan zorgen dat hun bedrijf vooraan in de rij staat als de levering weer start. Ten derde is een goed herstelplan nodig om voorraadtekorten of leveringsproblemen op te kunnen vangen. Tot slot is het volgens Nevi verstandig dat inkopers zich goed instellen op de situatie na de pandemie. Het is daarbij raadzaam dat ze voortaan een clustering van teveel leveranciers in één regio voorkomen.

Overmacht
Overmacht is een belangrijk financieel en juridisch onderwerp in de huidige crisis. Uit onderzoek van Riskmethods blijkt dat het aantal bedrijven dat zich beroept op ‘force majeure’ (overmacht) met 44 procent is gestegen. Bij overmacht gaat het om een clausule in een contract, die aangeeft dat de betreffende partij (of partijen) een contractuele verplichting niet kan naleven door krachten die buiten de eigen controle liggen. Het betreft dan bijvoorbeeld een oorlog, natuurramp of epidemie.

Volgens Wouter Dijkhuizen van DPA Peoplegroup Inkoop Professionals kunnen leveranciers zeker niet altijd een beroep doen op overmacht door uitbraak van het coronavirus. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als het om een product gaat dat de leverancier ook bij een andere leverancier in Europa of elders op de wereld kan inkopen of laten produceren. Over het algemeen zijn de extra kosten dan voor rekening van de leverancier. Daarnaast geldt overmacht niet als de leverancier na de uitbraak van het coronavirus in China of een ander land een verplichting op zich genomen heeft tot levering. De problemen waren dan min of meer voorspelbaar. Te derde is er geen sprake van overmacht als de leverancier een levergarantie heeft gegeven.

Deglobalisering
Voor de langere termijn doen bedrijven en inkoopafdelingen er goed aan om kritisch te kijken naar hun toeleveringsketen. De uitbraak van het coronavirus in China zorgde er namelijk binnen een paar weken voor dat complete toeleveringsketens verstoord raakten. Daarbij blijkt het tijdens deze crisis voor bedrijven uitermate lastig om de problemen in hun toeleveringsketens op te lossen. Ze kunnen moeilijk achterhalen of hun directe leveranciers wereldwijd problemen hebben met hun toeleveranciers. Verder zorgt de crisis ervoor dat de vraag naar bepaalde producten stilvalt of juist explodeert.

Door de coronacrisis zijn dan ook de beperkingen van de toeleveringsketen met de economische schade die dat oplevert, bloot komen te liggen. Het laat zien dat toeleveringsketens minder complex moeten worden en zich niet langer zonder meer moeten richten op de goedkoopste wereldwijde toeleverancier, in veel gevallen China. Gabriel Felbermayr, president van het Institut für Weltwirtschaft in Kiel, meent dat het coronavirus voor discussie heeft gezorgd over zaken die tot nu toe als vanzelfsprekend werden beschouwd. “Deze epidemie maakt ondernemingen duidelijk hoe fragiel wereldomvattende ketens zijn”, aldus Felbermayr in het Duitse zakenblad WirtschaftsWoche.

Hoogleraar internationale economie Steven Brakman van de Rijksuniversiteit Groningen stelde in het FD dat het risico te groot is geworden dat bedrijven zich geheel ‘uitleveren’ aan één toeleverancier, namelijk China. Hij vindt daarom dat bedrijven zich serieus moeten afvragen of ze hun risico’s niet beter moeten spreiden. Het gevolg daarvan zal deglobalisering zijn.

Volgens Azië-expert Kishore Mahbubani is de behoefte aan deglobalisering echter geen wereldwijd fenomeen. “Terwijl de 12 procent van de wereldbevolking die in het Westen woont gedesillusioneerd raakt door globalisering, heeft de overige 88 procent zijn geloof daarin niet verloren. Hun levens zijn de laatste drie decennia, dankzij globalisering, significant verbeterd”, stelt hij in het FD.

Heroverweging
De OESO denkt dat het coronavirus een volledige heroverweging van de organisatie van toeleveringsketens nodig maakt. De internationale organisatie zet vraagtekens bij het just-in-time productiemodel dat de afgelopen decennia dominant is geworden. Volgens Laurence Boone, hoofdeconoom bij de OESO, waren bedrijven al begonnen met aanpassingen vanwege handelsspanningen, de zoektocht naar een eerlijker internationaal belastingstelsel en klimaatproblemen. Het afgelopen decennium was sprake van een effectief realtime voorraadbeheer en zeer geïntegreerde supply chains. Boone denkt dat na de coronacrisis mogelijk sprake is van een andere organisatie van toeleveringsketens. Hoe dat er dan uit komt te zien, is nu nog koffiedik kijken. Daarvoor is de coronacrisis nog te hevig en is nog niet duidelijk genoeg wat de gevolgen ervan zullen zijn. Hopelijk valt de uiteindelijke schade mee en krijgen bedrijven die inzichten die nodig zijn om tot een beter en minder kwetsbaar toeleveringssysteem te komen.

Partner van Inkoperscafé

Inkoopteams kunnen hun bedrijf op zeven manieren wapenen tegen het coronavirus

Volgens het Britse Supply Management kunnen inkoopteams zich richten op zeven belangrijke acties om de bedreiging door het coronavirus voor de bedrijfscontinuïteit aan te pakken. Deze komen voort uit een onderzoek onder leden door Casme, een wereldwijd lidmaatschapsnetwerk voor bedrijfsaankopen. Volgens de onderzoekers spelen inkoopteams ‘een cruciale rol bij het managen van de impact van het Covid-19-virus’. Ruim vijftig organisaties reageerden op de enquête.

Zeven acties tegen het coronavirus

1. Leveranciers waarvan bekend is dat ze zich in risicovolle regio’s bevinden, in kaart brengen en identificeren om de omvang van het potentiële probleem te begrijpen.

2. Prioriteit geven aan het vinden en bemachtigen van beschermingsmiddelen voor werknemers, zoals maskers.

3. Inzicht krijgen in welke items waarschijnlijk worden vertraagd of beïnvloed met een planning voor worst-case-scenario’s.

4. Een versnelde introductie van alternatieve leveranciers.

5. Verhogen van de veiligheidsniveaus.

6. Verzoek werknemers in risicovolle gebieden om waar mogelijk vanuit huis te werken en het openbaar vervoer te vermijden.

7. Annuleren van teamvergaderingen en regionale conferenties en het invoeren van een reisverbod naar landen en regio’s met veel coronabesmettingen.

Graham Crawshaw, global services director bij Casme, benadrukt dat het belangrijk is om de communicatielijnen met leveranciers open te houden, zodat de organisatie op de hoogte is van ontwikkelingen en uitdagingen waarmee leveranciers worden geconfronteerd.

Bron: Supply Management

Partner van Inkoperscafé

Nederland is tussenstation voor leeuwendeel aangevoerde goederen

Ons land kreeg 628 miljard kilo brutogewicht aan goederen uit het buitenland in 2018. Dat was 0,4 procent meer dan in 2017. Van deze goederen verliet 60 procent Nederland weer. Verder passeerde 185 miljard kilo aan Nederlandse producten de grens. In totaal ging 561 miljard kilo aan goederen naar het buitenland. Zo valt te lezen in de rapportage Internationale goederenstromen 2018 van het CBS.

Ruim 40 procent van de in Nederland aangevoerde goederen was import voor binnenlands gebruik zoals consumentengoederen of input voor Nederlandse fabrikanten. Daarnaast werd bijna 60 procent van de aanvoer doorgevoerd of wederuitgevoerd. De doorgevoerde goederen blijven in buitenlandse handen, maar gaan in Nederland over naar een ander vervoermiddel of krijgen een (tijdelijke) opslag in Nederland. Wederuitvoer betekent dat goederen tijdelijk Nederlands eigendom worden, waarna vaak nog een minimale bewerking plaatsvindt voordat ze weer worden geëxporteerd. De wederuitvoer hoort bij de in- en uitvoer, de doorvoer niet.

Europese Unie
Driekwart van de goederen die Nederland in 2018 verlieten, werd volgens het CBS in een andere lidstaat van de Europese Unie gelost. De meeste goederen gingen ook naar de EU. Zo’n twee derde van het brutogewicht belandde in een EU-land. Meer dan 60 procent van het totale brutogewicht werd over zee aangevoerd. Daarnaast kwam 15 procent binnen over de weg en 11 procent met binnenvaartschepen. Via de luchtvaart kwam maar 0,1 procent van het aangevoerde gewicht.

Bron: CBS

Partner van Inkoperscafé

Milieuschade begint invloed te krijgen op grondstoffenprijzen

Volgens onderzoek van het Wereld Natuur Fonds (WNF) zal de achteruitgang van het milieu met tekorten aan grondstoffen, droogte, overstromingen en stijgende voedselprijzen de wereldeconomie 9,6 biljoen (8000 miljard) euro kosten in 2050. Zo is te lezen op de site van het Britse Supply Management.

In het Global Futures Report van het WNF staat dat een aanhoudende achteruitgang van het milieu jaarlijks minstens 442 miljard euro gaat kosten als er geen actie wordt ondernomen. De
gevolgen zijn onder andere het verlies van natuurlijke kust- en overstromingsbescherming, het verdwijnen van natuurlijke koolstofopslag en snelle stijgingen van de grondstofprijzen. Het laatste kan zorgen voor verstoringen van de toeleveringsketen en lagere marges voor bedrijven.

Mondiale grondstoffen
Het WNF verwacht dat ontwikkelingslanden te maken krijgen met een onevenredig deel van de wereldwijde financiële lasten door watertekorten en steeds minder bestuiving door insecten. Met name Oost- en West-Afrika, Centraal-Azië en delen van Zuid-Amerika worden hier waarschijnlijk door getroffen. Voor verschillende belangrijke mondiale grondstoffen zou tegen 2050 sprake kunnen zijn van belangrijke prijsstijgingen. Prijzen van hout zouden met 8 procent stijgen, van katoen met 6 procent, van oliehoudende zaden met 4 procent en van groenten en fruit met 3 procent. Zorgvuldig beheer van land- en zeebronnen kan volgens het WNF de verliezen echter beperken en zelfs leiden tot een jaarlijkse stijging van het mondiale bbp met ongeveer 10,8 miljard euro per jaar.

Bron: Supply Management

Partner van Inkoperscafé

De brexit is een feit, maar er is nog geen deal

De nieuwe regels en eisen voor de import en export naar en uit het Verenigd Koninkrijk (VK) gelden per 1 januari 2021. Bereiken de EU en het VK voor die tijd geen handelsakkoord, dan is alsnog sprake van een harde brexit. Dit zal invloed hebben op de import uit het VK en dus op de inkoop. Brisk Magazine berichtte over de nog te maken afspraken. 

Nieuwe handelsrelatie
Richard Groenendijk, algemeen directeur van AEB Nederland, een software-ontwikkelaar voor de transportsector: “Vanaf 31 januari valt het VK voor EU-lidstaten vanuit het handelsoogpunt onder de categorie ‘derde land’. Met derde landen is vrijhandel niet mogelijk en gaat invoer en uitvoer van goederen gepaard met douaneaangiften en importheffingen. In het uittredingsakkoord is echter ook een overgangsperiode opgenomen waarin onderhandeld kan worden over de details van onder meer een nieuwe handelsrelatie of handelsakkoord. Tijdens deze gehele periode gelden daarom nog steeds de EU-regels en -wetten, waaronder dus ook de vrije handel van goederen.” De overgangsperiode eindigt op 31 december 2020 om 23.00 uur (Nederlandse tijd). Onderdeel van het uittredingsakkoord is dat uitstel na 31 december 2020 niet mogelijk is. Nieuwe handelsafspraken treden dus in werking op 1 januari 2021. Lukt het niet om tijdens de overgangsperiode overeenstemming te bereiken, dan maakt dat de handel tussen de landen niet aantrekkelijker. Dan moeten het VK en de EU terugvallen op regels van de World Trade Organisation (WTO). Hieronder vallen ook de tarieven van invoerrechten.

Bron: Brisk Magazine

Partner van Inkoperscafé

Coronavirus beïnvloedt inkoop uit China

De uitbraak van het coronavirus heeft gevolgen voor de inkoop vanuit China. Zo bleek vorige week dat winkelketen Action alternatieven zoekt voor goederen uit China. Het coronavirus zou China voor langere tijd op slot kunnen zetten. Dit meldt Supply Chain Magazine naar aanleiding van nieuws in het AD.

Elektronische componenten
De virusuitbraak kan de bevoorrading van winkels en bedrijven die inkopen uit China beïnvloeden, zeker als de situatie langer voortduurt. Het assortiment van Action komt bijvoorbeeld voor ongeveer de helft uit Azië. Van bijna iedere productcategorie maken wel Chinese artikelen deel uit. Volgens het AD heeft Action geen acuut probleem, maar bereidt de winkelketen wel verschillende scenario’s voor. Wetenschappelijk directeur Bart Vos van het Brightlands Institute for Supply Chain Innovation (BISCI) en Maastricht University vindt dat verstandig. Hij verwacht aanzienlijke gevolgen van het virus op de wereldeconomie. “In 2003 zorgde het SARS-virus al voor behoorlijke economische schade, maar nu is China een veel grotere speler in mondiale ketens.” Economen van ING vrezen ook wereldwijde problemen als er geen aanvulling komt van de voorraden van essentiële elektronische componenten uit China.

Minder transportcapaciteit
Volgens Machiel van der Kuijl van ondernemersvereniging voor logistiek en internationaal ondernemen Evofenedex raken Chinese maatregelen tegen het coronavirus relatief veel internationale transportcapaciteit voor lucht- en zeevrachtzendingen. “Dat afnemende aanbod gaat de prijs van goederentransporten naar China beïnvloeden.” FME, ondernemersorganisatie voor de technologische industrie, heeft al verschillende signalen gekregen van bedrijven die last hebben van de uitbraak van het coronavirus. “Veel fabrieken in China zijn gesloten en dat betekent nogal wat voor toelevering van producten en grondstoffen”, meldt FME.

Bron: Supply Chain Magazine

Partner van Inkoperscafé

Handelsrelatie met China en de VS heeft gevolgen voor de inkoop

De grootmachten China en de Verenigde Staten (VS) zijn economisch belangrijk voor Nederland. Beide landen horen tot de tien grootste handelspartners van Nederland. Op de economische relatie van Nederland met beide landen staat de laatste tijd druk door hun onderlinge handelsconflict en door de economische druk die president Trump op Europa uitoefent. Dit artikel gaat in op de handelsrelatie met beide landen en wat dat voor inkoop betekent op basis van recent onderzoek van het CBS.

Nederland is nu zelf partij geworden in het handelsconflict tussen China en de VS met oplopende importheffingen. Dit heeft te maken met de mogelijke verkoop van de nieuwste chipsmachines door ASML aan China. De VS heeft zich hierin gemengd en Nederland en ASML voor het blok gezet om de machines niet aan China te verkopen. De Amerikanen willen niet dat de nieuwste technologie om chips te maken in China terechtkomt, omdat dat land de technologie voor militaire doeleinden zou kunnen gebruiken. Nederland zit daardoor tussen twee vuren. Het jaagt of de Amerikanen tegen zich in het harnas of de Chinezen. Verder zet president Trump de EU toenemend onder druk om tot een handelsakkoord naar zijn wensen te komen. Anders krijgt ook Europa te maken met hoge invoerrechten op Europese auto’s en andere goederen. De VS heeft bijvoorbeeld de Nederlandse staalindustrie al importheffingen opgelegd.

Economische gevoeligheid
Het CBS deed in 2019 onderzoek naar ‘de Nederlandse importafhankelijkheid van China, Rusland en de VS’. Dit artikel draait om de conclusies over de handel met China en de VS. Volgens het CBS zijn Nederlandse bedrijven via hun handel met China en de VS en de waardeketen die hen met deze landen verbindt, gevoelig voor de economische ontwikkelingen daar. De Nederlandse bedrijven zijn steeds meer onderdeel van wereldwijde productieprocessen en zijn toenemend afhankelijk geworden van inputs (goederen die bedrijven importeren om te bewerken). Tussen 1988 en 2017 steeg bijvoorbeeld het aandeel ingevoerde grondstoffen en tussenproducten in de export van 48 naar ruim 60 procent.

Negatieve handelsbalans
Nederland importeerde volgens het CBS in 2018 voor 39,2 miljard euro aan goederen uit China en voor 33,8 miljard uit de VS. Het aandeel van China in de totale import was ongeveer 9 procent en voor de VS was dit zo’n 8 procent. Ter vergelijking: ongeveer 18 procent van de Nederlandse import komt bij onze belangrijkste handelspartner Duitsland vandaan. Daarnaast exporteerde Nederland voor 23 miljard euro naar de VS en voor 11,7 miljard euro naar China. De VS heeft een aandeel van tussen de 4 en 5 procent in de gehele export in de periode 2010 – 2018. Het aandeel van China nam tussen 2010 en 2018 toe van 1,5 naar 2,4 procent. Dat is aanzienlijk lager dan de 9 procent van de import uit het Aziatische land.

Bij de import uit China gaat het voornamelijk om industriële producten, machines en vervoermaterieel. De Amerikaanse import valt ook grotendeels in deze categorieën. De VS voert daarnaast ook veel chemische producten en minerale brandstoffen uit naar Nederland. Verder bestaat een groot deel van de Nederlandse import uit China en de VS uit producten die vooral bestemd zijn voor de wederuitvoer. Het gaat dan om producten die door Nederland uit deze landen geïmporteerd worden, maar slechts licht bewerkt ons land weer verlaten. Van de import uit China is ongeveer twee derde (26,2 miljard euro) rechtstreeks bestemd voor andere landen en 12,8 miljard euro voor de Nederlandse markt. De import uit de VS bestaat voor zo’n 55 procent (18,7 miljard euro) uit wederuitvoer.

Directe import
Nederlandse bedrijfstakken verwerkten en verbruikten tussen 2015 en 2018 relatief meer inputs uit China dan uit andere landen. Veel sectoren kennen vooral een directe import uit China. Zo voeren vooral de bouw (ruim 1 miljard euro), de informatie- en communicatiebranche, de groot- en detailhandel en de quartaire sector (de niet-commerciële dienstverlening) direct Chinese goederen in. Ook bij de invoer uit de VS overheerst de directe import, waarbij de invoer van kapitaalgoederen zoals machines opvalt. Tegenover directe import staat indirecte import waarbij bedrijven van andere Nederlandse bedrijven goederen afnemen waarin inputs uit China of de VS zijn verwerkt. Dat gebeurt bijvoorbeeld in de groothandel, die goederen inkoopt van de Nederlandse industrie. Om deze goederen te produceren heeft de Nederlandse industrie halffabricaten uit China ingekocht. Deze halffabricaten vallen dan onder de indirecte import van de Nederlandse groothandel. Het betekent dat ook de groothandel daarmee gevoelig is voor de ontwikkeling van de handel van Nederland met China.

Grondstoffen en halffabricaten
Verreweg het grootste deel van de import uit China en de VS door Nederlandse bedrijfstakken is cruciaal voor de productie van Nederlandse exportgoederen en -diensten. Van de uit China geïmporteerde grondstoffen en halffabricaten gaat gemiddeld ongeveer 45 procent naar producten van eigen makelij en diensten die uiteindelijk in Nederland geconsumeerd worden. Voor de VS nam dit aandeel door de jaren heen af van 42 procent naar 33 procent. Verder voerde Nederland vanuit China in 2018 voor 2,8 miljard euro aan producten in om in exportartikelen te verwerken. Het grootste deel hiervan bestond uit machines, apparaten en onderdelen. Bedrijven gebruikten ruim 8 procent ervan voor export naar de VS.

Daarnaast verwerkten Nederlandse bedrijven in 2018 voor 217 miljoen euro aan optische, fotografische, medische, precisie- en meetinstrumenten uit de VS in de export. Een aanzienlijk deel daarvan (158 miljoen euro) werd gebruikt voor uit te voeren machines en machineonderdelen. Deze rekent het CBS tot de meest winstgevende exportproducten van Nederland.

Import uit China
De goederenimport uit China groeide volgens het CBS de afgelopen drie decennia veel harder dan de totale goedereninvoer. Het aandeel in de import van de Chinese goederen nam toe van 0,5 procent in 1988 naar 8,9 procent in 2018. Van de 39,2 miljard euro import uit China in 2018 exporteerde Nederland twee derde (26,3 miljard euro) weer naar andere landen. Daarnaast importeren bedrijven relatief vaak hightechproducten uit China om deze verder te verwerken.

Het deel van de Chinese import van 12,8 miljard euro voor de Nederlandse markt bestond voor 7,6 miljard euro uit directe invoer voor de productie van goederen en diensten door bedrijven in Nederland. Volgens het CBS bestaat 28 procent van de 7,6 miljard euro aan Chinese import voor gebruik in Nederlandse productieprocessen uit hightechgoederen, zoals laptops, tablets en telefoons. Gemiddeld is dit 9 procent voor de totale Nederlandse import. Bij de andere 5,2 miljard euro ging het om de invoer van eindproducten in de vorm van consumptiegoederen zoals speelgoed of kapitaalgoederen zoals machines.

Mediumhightechgoederen vormden met 34 procent (gemiddeld 26 procent voor totale import) het grootste deel van de invoer uit China voor verdere verwerking. Hierbij zijn de belangrijkste ingevoerde producten ledlampen, lithium-ion-batterijen (vooral gebruikt in consumentenelektronica en elektrische auto’s) en telefoonladers.

Relatief gezien importeerde de IT- en informatiedienstverlening het meest uit China. Van de totale import van deze bedrijfstak was 36 procent afkomstig uit China. Het ging vooral om computers en computeronderdelen. Verder voerde de telecomsector relatief veel in uit China met een aandeel van 19 procent in de import. De voornaamste invoer uit China van deze sector bestond uit telefoons.

Toegenomen afhankelijkheid
Het Nederlandse bedrijfsleven is steeds meer afhankelijk geworden van buitenlandse inputs, waaronder die uit China en de VS. De import uit China is de afgelopen jaren sterk gestegen. De Nederlandse bedrijven zijn daarmee veel afhankelijker van goederen uit China geworden. Met de toegenomen afhankelijkheid is ook de gevoeligheid van Nederlandse bedrijven voor economische spanningen tussen China en de VS gestegen. Dit geldt niet alleen voor direct uit de twee landen ingevoerde goederen, maar ook voor indirecte import. Inkoopafdelingen doen er goed aan om zich een goed beeld te vormen van hun afhankelijkheid van producten uit de VS en China of producten waarin grondstoffen of halffabricaten uit de VS of China zijn verwerkt. Op basis daarvan kunnen ze alternatieven op een rij zetten voor het geval er sprake is van economische, prijsopdrijvende maatregelen.

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres