Magnifying glass Close

Adblocker is geactiveerd!

Op deze website worden advertenties getoond. Van de advertenties wordt de redactie betaald. De redactie verzorgt het nieuws op deze website. Zonder advertenties geen nieuws. Zou je je adblocker daarom willen uitschakelen

Partner van Inkoperscafé:

UNICEF realiseert een inkoopbesparing van 363 miljoen dollar

Het kinderfonds van de Verenigde Naties UNICEF overtrof zijn besparingsdoelstelling voor medische hulpmiddelen en diensten met meer dan 35 procent door strategische inkoop in 2019. In het jaarlijkse leveringsrapport van UNICEF staat dat het in 2019 meer dan 363 miljoen Amerikaanse dollar aan besparingen had gerealiseerd voor zijn donoren en partners. Dit bericht het Britse Supply Management.

Strategische inkoop, transparantie van prijs en informatie, speciale contractvoorwaarden, meerjarige overeenkomsten en samenwerkingsverbanden van partners zoals gezamenlijke prognoses en gecoördineerde inkoop waren volgens UNICEF van cruciaal belang om besparingen te realiseren.

Inkoop medische hulpmiddelen en diensten
De inkoop door het VN-kinderfonds van medische hulpmiddelen en diensten, zoals bouwen en logistiek, bereikte een recordniveau van meer dan 3,8 miljard dollar. Dit betekende een stijging van bijna tien procent ten opzichte van 2018. Meer dan een derde van de totale inkoop bestond uit vaccins. Dat was bijna 1,7 miljard dollar, wat goed was voor 2,43 miljard doses in bijna honderd landen. “Door ons wereldwijde bereik en innovatieve benaderingen benutten we onze koopkracht en realiseren we aanzienlijke besparingen voor overheden en donoren. Terwijl we samenwerken om te reageren op de Covid-19-pandemie, wordt deze aanpak nog belangrijker om elke bestede dollar te maximaliseren, zodat reguliere programma’s kunnen worden gehandhaafd, aangezien landen ook de inspanningen van Covid-19 opschalen”, aldus Etleva Kadilli, directeur van het UNICEF-hoofdkwartier voor bevoorrading en inkoop.

Bron: Supply Management

Partner van Inkoperscafé:

Verslechtering omstandigheden vlakt iets af – Nevi PMI® juni 45.2

De Nevi PMI®  van juni kwam uit op 45.2. Dit betekent dat de achteruitgang in juni flink minder groot was dan in mei (40.5). Maar het betekent ook nog steeds een aanzienlijke verslechtering.

De productie daalde fors, zij het in de geringste mate in drie maanden. Het aantal orders uit binnen- en buitenland bleef dalen, maar beduidend minder dan in mei. Door sommige bedrijven werd een licht herstel van de klantvraag gemeld.

De hoeveelheid onvoltooid en nog niet uitgevoerd werk daalde in de op een na grootste mate in meer dan acht jaar en de bedrijven verminderden fors hun inkoopactiviteiten. De materiaalvoorraad daalde voor de tweede achtereenvolgende maand en de voorraad gereed product bleef gelijk. De levertijden namen toe, zij het in de geringste mate sinds januari.

De werkgelegenheid bleef fors afnemen. De inkoopprijzen daalden in de sterkste mate sinds maart 2016 en de verkoopprijzen namen aanzienlijk af.

Voor het eerst in drie maanden was er weer optimisme over de toekomstige productieomvang, zij het voorzichtig.

‘Lichtpuntje’
Ondernemers zien eindelijk een lichtpuntje aan het eind van de tunnel”, zegt Albert Jan Swart, sectoreconooom industrie bij ABN AMRO. “Voor het eerst in maanden zijn ondernemers in de Nederlandse industrie weer voorzichtig optimistisch over de productie over twaalf maanden. Dankzij de versoepeling van ‘lockdowns’ in veel Europese landen zien ondernemers de toekomst in 2021 weer iets zonniger in. Op de korte termijn is de crisis echter nog niet voorbij, zo blijkt uit de deelindicatoren voor de productie en de nieuwe orders, die nog altijd duiden op een afname van de bedrijfsactiviteit. Veel industriële ondernemers letten dan ook nog steeds scherp op de kosten. Zo sneden zij verder in het aantal banen en kochten ze nog minder voorraad in om de kaspositie op peil te houden. Op die manier proberen ze deze korte maar zeer heftige crisis te overleven.”

Redactioneel commentaar van Albert Jan Swart, sectoreconoom industrie bij ABN AMRO.

Nederlandse industrie ondanks malaise voorzichtig optimistisch
Ondernemers zien eindelijk een lichtpuntje aan het eind van de tunnel. Voor het eerst in maanden zijn ondernemers in de Nederlandse industrie weer voorzichtig optimistisch over de productie over twaalf maanden. Dankzij de versoepeling van ‘lockdowns’ in veel Europese landen zien ondernemers de toekomst in 2021 weer iets zonniger in.

Op de korte termijn is de crisis echter nog niet voorbij, zo blijkt uit de deelindicatoren voor de productie en de nieuwe orders, die nog altijd duiden op een afname van de bedrijfsactiviteit. De orderportefeuilles blijven in hoog tempo slinken. Een zorgwekkende ontwikkeling, want als de orderportefeuilles uiteindelijk leeg raken en de vraag niet aantrekt, droogt de omzet helemaal op.

De industrie heeft niet alleen last van een gebrek aan orders. Doordat er minder vraag is, staan ook de afzetprijzen sterk onder druk, waardoor de omzet nog verder daalt. Daarnaast kampen ondernemers nog steeds met ontregelde internationale toeleveringsketens, waardoor de levertijden van onderdelen verder oplopen. Veel industriële ondernemers letten dan ook nog steeds scherp op de kosten. Zo sneden zij in juni verder in het aantal banen en kochten ze nog minder voorraad in om de kaspositie op peil te houden. Op die manier proberen ze deze korte maar zeer heftige crisis te overleven.

Producenten van consumentengoederen, zoals voedselverpakkingen voor de horeca, zien het aantal nieuwe orders toenemen, maar de vraag naar investeringsgoederen herstelt nog niet. De nog altijd lage inkoopmanagersindices in binnen- en buitenland duiden op een negatief sentiment bij ondernemers. ABN AMRO verwacht dat dit negatieve sentiment ook op de langere termijn een drukkend effect heeft op de economische groei.

Momenteel neemt de economische activiteit toe ten opzichte van de periode van de ‘lockdowns’. De economie herstelt echter niet volledig. Om het virus in te dammen zijn immers nog steeds maatregelen van kracht die een rem vormen op de economische groei. Daarnaast is het sentiment bij ondernemers en consumenten nog steeds negatief, wat leidt tot minder investeringen en consumentenbestedingen. Uit de forse toename van het aantal besmettingen in de Verenigde Staten in de laatste weken blijkt dat het virus nog steeds een bedreiging vormt voor de economie, aangezien overheden opnieuw harde maatregelen moeten treffen.

Naar verwachting trekken de investeringen voorlopig niet aan, mede doordat het aantal faillissementen en de werkloosheid de komende tijd toenemen. ABN AMRO verwacht dat de eurozone in het vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 te maken krijgt met een nieuwe recessie. Het lijkt er dus op dat de industriële productie niet krachtig kan herstellen voor 2021.

Partner van Inkoperscafé:

Column: “To bid or not to bid, that’s the question…”

Hoe bruikbaar zijn onze traditionele, wetenschappelijk onderbouwde inkooptheorieën in coronatijd? Hoeveel belangrijker is leveranciersmanagement geworden? Alignement met ‘de business’; kritischer of juist niet? Er zijn nog geen actuele onderzoeken die hierop een antwoord geven. Maar je ziet aan alles dat de tijd voorbij is dat inkopers alleen vanuit hun eigen belang dachten. Je óók kunnen verplaatsen in de positie van de leverancier is nog nooit zo belangrijk geweest. Dirk-Jan Kamann was met zijn Inkoopkubus 20 jaar geleden zijn tijd ver vooruit (zie vanaf sheet 72). Met deze zienswijze zitten we op een kantelpunt in de inkoopgeschiedenis. Relatiemanagement, creativiteit, flexibiliteit, oplossingsgerichtheid en inlevingsvermogen zijn de belangrijkste competenties voor de future proof-inkoper. We schudden het introverte imago voorgoed van ons af door ons oprecht te verplaatsen in de business én in de leveranciers.

De corona-recessie grijpt flink in op onze leveranciers. Een deel van hun vraag valt (mogelijk blijvend) weg, zoals bij evenementencateraars. Winsten nemen af en de concurrentie om opdrachten wordt heviger. Ideale omstandigheden om te onderhandelen voor de inkoper 1.0. Echter, zorg ervoor dat je niet in het rechter rijtje belandt van de Covid-19 tracker! De huidige crisis uitbuiten in je eigen voordeel komt je terecht te staan op naming and shaming. Ga gewoon fatsoenlijk met je leveranciers om; zoals je zelf ook behandeld wilt worden. Een prachtig voorbeeld zag ik bij de provincie Groningen die de zwaarst gedupeerde regionale leveranciers (taxi, catering) compenseren om hun voorbestaan veilig te stellen (win-win).

Dat neemt niet weg dat je het belang van je broodheer blijft dienen, in het commerciële of maatschappelijke. Voor goede aanbiedingen zul je hard moeten werken. Gaan leveranciers in op jouw voorwaarden? Nemen ze uiteindelijk een positieve ‘bid or no bid’-beslissing’?

Onderzoek onder mijn collega’s levert een gepolariseerd beeld op. De belangstelling van leveranciers om juist nú in te schrijven op aanbestedingen verschilt erg per branche. Bij dienstverlening die de zwaarste corona-klappen krijgt, zien we een toenemende interesse om te offreren. Dit leidt echter ook tot een toename van het aantal onervaren inschrijvers met meer ‘beginnersvragen’ tijdens de vragenronde en veel procedurele fouten. Er zijn ook ondernemers die juist nu extra kritisch kijken naar de risico’s die de inkoper bij de opdrachtnemers neerlegt. Leveranciers zijn minder bereid om alle risico’s maar te accepteren. Zij willen zeker weten dat het contract op termijn niet in hun nadeel werkt. Ook zien we dat marges omhooggaan om de financiële buffers weer aan te vullen. Zowel opportunisme uit overlevingsdrang als risico-aversie voor een sustainable bedrijfsvoering dus.

Is het tijd de inkoopboeken definitief aan te passen of volstaat voorlopig een inlegvelletje? Benieuwd hoe de NEVI Research Commissie hierover denkt!

Partner van Inkoperscafé:

Webinar biedt inzicht in inkoop- en leveringsproblemen door coronacrisis

Door de coronacrisis werd heel duidelijk welke risico’s horen bij het maximaal uitbesteden naar lagelonenlanden aan de andere kant van de wereld in combinatie met just-in-timeleveringen. Nevi bericht hierover op basis van een webinar dat de inkopersvereniging organiseerde met kennispartner SOLVINT en waarbij vooral vooruit werd gekeken. In het webinar behandelde Manu Matthyssens van SOLVINT de kansen op vier terreinen: toeleveringsketens, toeleveranciers, informatie en leiderschap.

Volgens Matthyssens heeft de hoogconjunctuur van de afgelopen jaren bedrijven lui gemaakt. Door de coronacrisis liepen complete toeleveringsketens vast. Te weinig helder inzicht in ketens maakte het onduidelijk waar de toeleveringsproblemen precies zaten. Achtergrond is dat inkoop en supply- chainmanagement, operations en verkoop en marketing sterk uiteenlopende agenda’s hebben en niet goed verbonden zijn. Door de coronacrisis is het mogelijk om voor goed geïntegreerd end-to-end -supplychain-management te zorgen. Matthyssens benadrukte dat actuele informatie, goede communicatie en sterke relaties met cruciale toeleveranciers op de agenda moeten staan.

Betrouwbare toeleveringsketens
Verder toonde Matthyssens tijdens het webinar een plaatje dat aangaf wat de kracht van de toeleveringsketen en de mate van politieke stabiliteit is van landen met bedrijven die leveren aan maakbedrijven. Landen in Oost-Europa scoorden daarop opvallend goed met betrouwbare ketens en politieke stabiliteit. ‘Near shoring’ is volgens Nevi nog geen massale beweging, maar er zijn wel veel bedrijven die het overwegen en de mogelijkheden onderzoeken. Daarbij moeten bedrijven volgens Matthyssens niet alleen een ‘reality check’ doen van de regio(‘s) waar ze inkopen, maar ook van hun single source suppliers. Dan gaat het om situaties waarbij bedrijven voor bepaalde ingrediënten, onderdelen of componenten afhankelijk zijn van één leverancier.

Bron: Nevi

Partner van Inkoperscafé:

Chinees-Europese treindienst vestigt record tijdens coronacrisis

Vanwege de coronacrisis heeft de treindienst tussen Europa en China een recordaantal ritten achter de rug. Het gaat om al meer dan duizend diensten, met een totale lading van 1,923 miljoen ton. Dit betekent een toename van 41,7 procent vergeleken met 2019. Dit bericht Supply Chain Magazine op basis van nieuws van spoorwegexploitant China Railway Xi’an Group.

De Chinese spoorvervoerder noemt als voorbeeld het Nederlandse GVT Intermodal. Op 26 april vertrok bijvoorbeeld vanuit Xi’an een goederentrein met producten voor Longi Green Energy naar Tilburg. Deze producten gingen eerder per schip vanuit de haven van Tianjin in China naar Europa. Door de pandemie bood die verbinding, ook qua tijdsplanning, geen zekerheid meer. Daarom vervoerde GVT Intermodal de producten rechtstreeks per trein tussen China en Nederland. Dit bespaarde tijd en magazijnkosten.

Goederentreinen steeds populairder
Volgens general manager Roland Verbraak deed GVT Group of Logistics ruim drie jaar geleden voor het eerst een beroep op de Chinees-Europese goederentreindiensten. Sinds 2019 liet GVT zelfs vijf treinen per week rijden. “Met de trein zijn we in staat om goederen in vijftien dagen te ontvangen, terwijl luchtvracht tien tot twintig dagen duurt en bovendien vier keer zo duur is. Hierdoor worden goederentreinen steeds populairder”, legt Verbraak uit. Ook tijdens de coronacrisis haalt GVT wekelijks nog steeds vijf tot zes treinen met goederen uit China naar Europa.

Nieuwe bestemmingen
Volgens directeur Xinhuang van Xi’an Xinzhu Station van China Railway Xi’an Group heeft de goederentreindienst tussen China en Europa duidelijke voordelen. Hij stelt dat de trein het belangrijkste middel is geworden om goederen tussen China en Europa te vervoeren. “We hebben onze activiteiten tijdens de pandemie op peil kunnen houden en hebben onze treindiensten zelfs uitgebreid door de intervaltijden te verkorten en nieuwe bestemmingen – zoals Barcelona – te bereiken”, aldus Xinhuang.

Bron: Supply Chain Magazine

Partner van Inkoperscafé:

Nevi adviseert over voorkomen leveringsproblemen in de zorg

Het is bekend dat de beschikbaarheid en levering van persoonlijke beschermingsmiddelen tijdens de coronacrisis sterk voor verbetering vatbaar was. Dit moet beter kunnen tijdens een volgende crisissituatie, zo stelt Nevi op de eigen website. De inkopersvereniging onderzocht bij zestig partijen in de zorg (zorginstellingen, verzekeraars, enz.) welke knelpunten ze zijn tegengekomen.

De belangrijkste problemen die inkoopprofessionals in de zorg tegenkwamen, zijn volgens Nevi:

Betere levering zorg
Volgens Nevi zijn deze en andere problemen die uit het onderzoek naar voren komen, op te lossen met: 1. inzicht in toeleveringsketens, 2. het voorkomen van verspilling van persoonlijke beschermingsmiddelen in zorginstellingen en 3. landelijke, regionale en lokale samenwerking van inkopers op verschillende terreinen.

Bron: Nevi

Partner van Inkoperscafé:

De helft van de bedrijven herziet mogelijk hun volledige inkoopstrategie

Bijna de helft (48 procent) van de bedrijven wereldwijd zal hun volledige inkoop- en supply chain-strategie herzien bij een langdurige Covid-19-crisis. Zo blijkt uit wereldwijd onderzoek van adviesbureau Kearney samen met het World Economic Forum onder ongeveer vierhonderd inkoop-, supply chain- en operationsmanagers. Dit bericht het Britse Supply Management.

Veerkracht van de toeleveringsketen
Uit het onderzoek komt naar voren dat 44 procent van de respondenten de transportmethoden aanpast om de continuïteit van de levering te garanderen, terwijl veertig procent prioriteit geeft aan bestellingen voor kritieke voorzieningen en kwetsbare klanten. Volgens Nigel Pekenc, directeur van Kearney, suggereren de onderzoeksresultaten dat de pandemie lopende initiatieven rond de veerkracht van de toeleveringsketen en nieuwe technologieën versnelt. Het gaat dan om multi-sourcing uit verschillende regio’s en het lokaliseren en verkorten van supply chains. De geïnterviewden noemen als prioriteiten onder meer risicobeheer, communicatie en transparantie richting leveranciers, het veilig houden van mensen en het waarborgen van voorzieningen.

Bron: Supply Management

Partner van Inkoperscafé:

Hoe kunnen non-foodwinkels zich aanpassen aan onzekere tijden?

Het is in de coronacrisis voor de retailindustrie een grotere uitdaging dan ooit om op de goede manier in te kopen. Brancheorganisatie INretail voor non-food organiseerde daarover een webinar, waarover FashionUnited bericht.

Deskundige Edwin Belt en Peter Wolfsen van INretail en Marjolein Mesman van Cube Retail zagen tijdens de webinar veel toekomstperspectief voor data gedreven samenwerkingen en businessmodellen. Mesman benadrukte dat een retailer een omzet- en een liquiditeitsprognose nodig heeft. Daarbij is het goed om vooral in de huidige onzekere tijd diverse scenario’s op te zetten. Het gaat dan om een scenario met de meest positieve en een scenario met de meest negatieve uitkomst.

Van twee naar vier uitverkoopperiodes
Volgens Mesman is het denken in twee seizoenen voor de inkoop en twee grote uitverkoopperiodes uit de tijd. Door dit onderscheid komen aan het begin van het seizoen hoge voorraden de winkels binnen, terwijl de consument dan nog niet koopt. Dit betekent dat ‘just in time’-levering steeds belangrijker wordt. Mesman adviseert retailers en inkopers dan ook om een shift te maken van twee naar vier periodes. Zo zijn partijen flexibeler en het zorgt voor minder kapitaalbeslag. Ook raadt Mesman aan om tenminste twintig procent van het inkoopbudget flexibel te houden. Daarmee kunnen non-foodwinkels nog last minute inkopen en inspelen op de vraag van de consument. Tot slot bevelen Belt en Mesman aan om acties in de winkel niet te plannen rond de bestaande voorraad, maar om voorraad in te kopen vanuit al geplande ‘activaties’.

Bron: FashionUnited

Partner van Inkoperscafé:

ACM staat samenwerking inkoop essentiële geneesmiddelen tijdelijk toe

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft het aan ziekenhuizen, ziekenhuisapotheken en farmaceutische groothandels toegestaan om tijdens de coronacrisis intensief samen te werken. Dit moet mogelijke tekorten van essentiële geneesmiddelen voorkomen of verminderen. Zo meldt Nevi.

Het voor de samenwerking opgerichte Landelijk Coördinatiecentrum Geneesmiddelen (LCG) had de ACM gevraagd of samenwerken zou kunnen leiden tot overtreding van de concurrentieregels. De toezichthouder verwacht dat niet. Het gaat om een tijdelijk en noodzakelijk samenwerkingsverband dat landelijke en lokale tekorten van een aantal geneesmiddelen zoveel mogelijk moet tegengaan. Voor veertien essentiële geneesmiddelen inventariseert het LCG de vraag en het aanbod en coördineert het de verdeling over de ziekenhuizen. Deze geneesmiddelen zijn nodig voor de intensive care en (spoed)operaties. De vraag naar deze geneesmiddelen is fors gestegen door de coronacrisis. Het coördineren van de inkoop en distributie ervan kan tekorten voorkomen.

Bron: Nevi

Partner van Inkoperscafé:

Brabantse hightech-bedrijven zien weinig in lokale toeleveringsketens

Door de coronacrisis is er steeds meer behoefte aan productie in het eigen land. De Noord-Brabantse hightechindustrie wil echter juist een globale productiespreiding. Deze vindt dat meer eigen productie in Nederland de supply chains eerder kwetsbaarder maakt. Zo meldt Supply Chain Magazine op basis van berichtgeving in het FD.

Wereldwijd waren de gevolgen zichtbaar toen de Chinese fabrieken begin 2020 vanwege de virusuitbraak sloten. Algemeen leeft daarom het idee dat complexe toeleveringsketens geen toekomst meer hebben en dat er meer in eigen land moet worden geproduceerd. De Brabantse hightechfabrikanten hebben echter een voorkeur voor een eigen productienetwerk in Azië om zo de risico’s te beperken. De Eindhovense fabrikant Additive Industries, die complexe 3D-metaalprinters produceert, wil graag op termijn een vestiging in China openen. Het bedrijf stelt niet snel te kunnen uitwijken naar andere leveranciers. Het bedrijf zou het liefst juist in China een tweede fabricage- en supply chain opzetten. Het merkt dat in China de productie op gang is gekomen, terwijl in Nederland alles nog moeizaam gaat.

Nederlandse toeleveranciers
De ook uit Eindhoven afkomstige NTS-Group heeft al fabrieken over de hele wereld. De toeleverancier van hightechbedrijven dekt zich daarmee onder andere in tegen politieke verrassingen, zoals de handelsoorlog tussen Amerika en China. Volgens het bedrijf zit het risico nog steeds in de onvoorspelbaarheid van de pandemie. Ook produceert NTS nu al maximaal. Het levert aan de medische en de halfgeleiderindustrie, die alleen maar groeien tijdens de coronacrisis. Toeleveranciers hebben ook andere ervaringen. Zo stelt Betech uit Hoogeveen dat zich sinds de coronacrisis nadrukkelijk afficheert met de slogan ‘Made in Holland’ dat het steeds meer orders krijgt van fabrikanten die kiezen voor Nederlandse toeleveranciers. Het bedrijf levert overigens ook onderdelen aan de NTS-Group.

Behoefte aan efficiency
Rolf Bos, Senior Manager Value Chain Transformation bij PwC, denkt dat het om een psychologische reactie op de crisis gaat en dat op termijn de behoefte aan efficiency weer de overhand krijgt. Bos raadt bedrijven aan te kijken wat het ze waard vinden om hun grootste risico’s te verkleinen. “Productie dichtbij huis of spreiding is duur. Net als voorraad. Maar alles over de wereld transporteren is ook duur.”

Bronnen: Supply Chain Magazine, FD

Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres