Magnifying glass Close

De economische gevolgen van de brexit zijn nu al merkbaar

De brexit lijkt per 31 januari 2020 plaats te vinden, hoewel nog steeds niet duidelijk is hoe het vertrek van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de Europese Unie (EU) er uit komt te zien. Cijfers van het CBS laten zien dat de brexit al voor het feitelijke vertrek van het VK uit de EU gevolgen heeft voor de handel tussen Nederland en het VK. Veel bedrijven en hun inkoopafdelingen hebben er dus nu al mee te maken. Dit zal nog meer het geval zijn na de uiteindelijke brexit.

Het CBS houdt een ‘brexitdossier’ bij over de economische en andere relaties tussen Nederland en het VK. Hieruit komen de ‘contouren’ naar voren van de gevolgen van de brexit voor de Nederlandse handel en bedrijvigheid.

Verandering investeringen

Het CBS kijkt in het brexitdossier onder andere naar het verloop van de Britse investeringen in Nederland en de Nederlandse investeringen in het VK. Internationale investeringen vinden plaats in de vorm van het oprichten of overnemen van dochterondernemingen. Het VK is een van de belangrijkste investeringspartners van Nederland. Volgens het CBS zijn de jaarlijkse Britse investeringen in Nederland na het brexit-referendum op 23 juni 2016 aanzienlijk gestegen. De investeringen gingen eerst meer dan twee keer omhoog van 14 miljard euro in 2016 naar 35 miljard euro in 2017. Vervolgens stegen ze naar maar liefst 80 miljard euro in 2018, waarmee het VK zelfs de belangrijkste investeerder in Nederland in 2018 was. Dit betekende een record voor de Britse investeringen hier over de laatste acht jaar. Wel was meer dan de helft van de 80 miljard het gevolg van een herstructurering van één door CBS niet bij naam genoemde multinational, waarbij het kapitaal in Nederland ook weer werd doorgesluisd naar andere landen. In totaal staat er in Nederland vanuit het VK 422 miljard euro aan investeringen uit. De Britten komen daarmee op de derde plaats na de Amerikanen en Luxemburgers.

Nederland investeert vanaf 2016 juist minder in het VK. In 2016 ging het nog om in totaal 50 miljard euro. Dat was in 2017 met 24 miljard euro minder dan de helft. In 2018 was er zelfs een desinvestering van 11 miljard. Dit betekende het terughalen van bestaande investeringen uit het VK.

Uit cijfers van het ministerie van Economische Zaken van eind augustus 2019 blijkt dat ongeveer honderd bedrijven (Brits en van andere origine) volledig verhuizen van het VK naar Nederland. Zo’n 325 bedrijven hebben veel interesse in een mogelijke oversteek. Door te verhuizen of te investeren in dochterondernemingen kunnen de bedrijven na de brexit in de EU actief blijven.

Meer export

De export van goederen en diensten naar het Verenigd Koninkrijk in 2018 leverde Nederland 25,5 miljard euro op. Dat was volgens het CBS een stijging van 4 procent vergeleken met 2017. De export naar het VK in 2018 bestond voor 13,1 miljard euro uit diensten, voor 9 miljard euro uit producten van eigen makelij en voor 3,4 miljard uit wederuitvoer. Dat betreft goederen die oorspronkelijk zijn ingevoerd in Nederland en ons land in (vrijwel) onbewerkte staat weer verlaten.

De bruto-exportwaarde (exportwaarde inclusief kosten van geïmporteerde grondstoffen, tussenproducten, halffabricaten en import ten behoeve van wederuitvoer) van goederen van Nederlandse makelij naar het VK daalde in 2018 met 170 miljoen euro tot 20,2 miljard euro. Dat was een afname van 1 procent ten opzichte van 2017. Hiermee bleef de export van in Nederland gemaakte goederen naar het VK voor het tweede jaar op rij achter bij de uitvoer naar andere bestemmingen. In 2017 nam de uitvoer naar het VK nog wel toe met 1 procent. De ontwikkeling in 2016 was nog omgekeerd, want toen steeg de exportwaarde van goederen van Nederlandse makelij naar het VK met 7 procent, terwijl de totale export van Nederlands product daalde. Het CBS geeft aan dat aardolieproducten, groenten, vlees en bloemen belangrijke Nederlandse exportproducten naar het VK zijn.

De export naar het VK wordt al langer minder belangrijk. Rond 2000 ging ongeveer 10 procent van de export van Nederlands makelij naar het VK. Dat was gedaald tot 7,8 procent in 2017 en 7,3 procent in 2018. Toch was het VK in 2018 nog de derde exportbestemming van Nederlandse goederen. Duitsland is verreweg de belangrijkste handelspartner van Nederland. Het VK en België komen hierna. Naar België ging in 2018 een iets groter bruto-exportbedrag, maar aan de export naar het VK verdiende Nederland wat meer.

De groothandel en handelsbemiddeling verdiende volgens het CBS in 2018 verreweg het meeste aan de export naar het VK (3,8 miljard euro). Dit betrof voor bijna de helft inkomsten uit de wederuitvoer van goederen. De landbouw, voedingsmiddelenindustrie en chemische industrie hebben vooral inkomsten uit het VK door de goederenexport van Nederlandse makelij.

Van de meest aan het VK verdienende bedrijfstakken zijn de sectoren ‘opslag en diensten voor vervoer’ en ‘landbouw’ het meest afhankelijk van de handel met de Britten. Respectievelijk 9,7 en 8,0 procent van de toegevoegde waarde van deze bedrijfstakken heeft volgens het CBS een relatie met export naar het VK. Gemiddeld is dat voor alle bedrijfstakken 3,6 procent.

Na Duitsland, de Verenigde Staten en China is Nederland de vierde leverancier van goederen aan het VK. De totale goederenimport van het VK had vorig jaar een waarde van 570 miljard euro. Hiervan kwam 52 procent uit de EU. Daarbij was ruim de helft van de EU-export naar het VK afkomstig uit Nederland, België en Duitsland.

Stijging import

Nederland importeerde in 2018 voor 26,4 miljard euro aan goederen uit het VK. Dat was alleen in 2012 en 2013 meer. De importwaarde steeg in een jaar tijd met 13 procent van 23,3 miljard euro in 2017 naar 26,4 miljard in 2018. De belangrijkste toenames waren die van ruwe aardolie (plus 1,9 miljard euro) en aardolieproducten (plus 412 miljoen). Het CBS geeft aan dat de invoerwaarde van ruwe aardolie steeg doordat de hoeveelheid en de prijs toenamen. Ruim de helft van de invoer uit het VK is bestemd voor consumptie of productie in Nederland. Iets minder dan de helft voert Nederland weer uit naar andere landen. De belangrijkste invoerproducten naast minerale brandstoffen zijn chemische producten, voeding en grondstoffen, industriële producten en machines en vervoermaterieel. Bedrijven die deze goederen inkopen vanuit het VK zullen dan ook extra gevoelig zijn voor de gevolgen van de brexit.

Zachte brexit

De brexit heeft nu al gevolgen zoals wel blijkt uit de sterke afname van de Nederlandse investeringen in het VK vanaf 2016. Hetzelfde blijkt uit de gestegen Britse investeringen in ons land en de verhuizing van bedrijven vanuit het VK naar Nederland. De export naar het VK is nog steeds erg belangrijk. Een ‘zachte’ brexit met goede (handels)afspraken zou dus veel economische schade voorkomen. De import vanuit het VK groeide zelfs stevig, maar bijna de helft daarvan gaat weer verder naar andere landen.

De gegevens van het CBS laten zien dat beide economieën nog steeds stevig met elkaar verweven zijn. Dit betekent dan ook dat Nederlandse ondernemingen en hun inkoopafdelingen ongeacht de exacte uitkomst van de brexit zeker te maken krijgen met de gevolgen ervan.

Partner van Inkoperscafé
Partner van Inkoperscafé

Reacties

Partner van Inkoperscafé
Sluiten

Inloggen met

of met e-mailadres